Bart Voorzangers weblog

top

volgend

overzicht

2 de SGP en haar homo-leden

Er is niets discriminerends aan het afwijzen van personeel dat door – bijvoorbeeld (homo)seksueel – gedrag laat zien de doelstellingen van de werkgever niet te onderschrijven.

maandag, 9 november 2009

De SGP wil zich niet laten vertegenwoordigen door iemand die het bed deelt met iemand van van hetzelfde geslacht. Dat kun je uitleggen zonder het woord ‘homoseksualiteit’ te gebruiken: het huwelijk is in christelijke ogen voorbehouden aan één vrouw en één man, en orthodoxere christenen achten seksueel verkeer met een ander dan je huwelijkspartner zondig. Je mag op iedereen verliefd worden en je tot willekeurig wie aangetrokken voelen, maar trouwen en vrijen mag je alleen met (één) iemand van het andere geslacht. En dat sluit toegeven aan homoseksuele gevoelens uit. ’t Is mijn visie niet, maar daar gaat het niet om. En ’t maakt homo zijn in SGP-kringen niet makkelijker, maar daar is wel een mouw aan te passen. Daarover zo meer.

De Grondwet stelt in Artikel 1 dat allen die zich in in ons land bevinden in gelijke gevallen gelijk behandeld worden. Dat is geen constatering. Het is een voorschrift. Maar wel een lastig voorschrift. Even lijkt het alsof de SGP het overtreedt: kandidaat-vertegenwoordigers met een homoseksuele relatie behandelt ze anders dan andere kandidaat-vertegenwoordigers. Maar iets soortgelijks geldt voor de sollicitatiecommissie die mij afwijst voor een advocatenvacature omdat ik geen jurist ben. Daar is niets mis mee. Ik voldoe niet aan de eisen die de commissie terecht stelt. En precies datzelfde geldt voor de afgewezen kandidaat-vertegenwoordiger van de SGP. Uit het gedrag van die kandidaat blijkt dat ze een deel van het gedachtengoed van de partij afwijst, en dat maakt haar als vertegenwoordiger minder geschikt.

De Grondwet verbiedt in Artikel 1 discriminatie vanwege wat dan ook, dus wellicht ook vanwege seksueel gedrag. Voor dat ‘wat dan ook’ noemt de grondwet een aantal zaken waarop niet gediscrimineerd mag worden expliciet: godsdienst, levensovertuiging, politieke gezindheid, ras, en geslacht. Dat zijn allemaal zaken waarin mensen weinig te kiezen hebben. Overtuigingen en idealen kun je niet naar believen aannemen of afzweren. Artikel 1 van de Grondwet lijkt dus bedoeld om ons te beschermen tegen discriminatie op grond van dingen die wij niet helpen kunnen. Seksuele gevoelens vallen onder dat hoofdje, seksueel gedrag niet. En daar sluit het SGP-beleid naadloos bij aan.

De Grondwet verbiedt in Artikel 1 discriminatie. Wat dat precies betekent is nog niet zo makkelijk te omschrijven, maar ’t zal toch minstens om ernstige benadeling moeten gaan. En daarvan is geen sprake. De afgewezene zou een partij kunnen oprichten met een homovriendelijker variant op het program van het SGP – een waardevolle aanvulling op ons politieke spectrum waarvan ze zomaar nog partijleider zou kunnen worden ook.

Geen mens maakte zich ooit veel zorgen over dit soort SGP-folklore, tot zich islamitische landgenoten lieten horen met vergelijkbare morele standpunten. Of maak ik die stap te makkelijk omdat ik zelf juist graag wat meer ruimte zag voor die nieuwe landgenoten?