Bart Voorzangers weblog

top

volgend

overzicht

5 kiezen voor Nederland

De eis van minister Van der Laan dat nieuwkomers 'kiezen voor Nederland' is onhaalbaar en onrechtvaardig, en richt zich op een probleem dat op het punt staat te verdwijnen.

woensdag, 18 november 2009

De minister van integratie roept nieuwe Nederlanders op om ondubbelzinnig voor het Nederlanderschap te kiezen. Ze doen dat bijvoorbeeld door de taal te leren, en door hier hun geld te investeren. Die oproep is geen verzoek. Het is een dwingend moreel appel. Hoe zinnig is dat?

De eerste Turken en Marokkanen kwamen naar Nederland om hier te werken. Onze economie had mensen nodig voor ongeschoold en smerig, eentonig of zwaar werk, en zij zochten werk en een inkomen waarmee ze zichzelf en hun vaak uitgebreide familie in leven konden houden. Die eerste generatie leerde de taal hoogstens bij toeval, en investeerde z’n geld waar mogelijk in het land van herkomst – niet uit nostalgie of patriottisme, maar uit bittere noodzaak. De tweede generatie, hier geboren of al jong gekomen, leerde wel Nederlands en verhollandste onomkeerbaar, al merken de leden van die generatie dat laatste pas echt als ze eens even in het land van herkomst van hun ouders zijn. Voor latere generaties geldt hetzelfde, maar dan sterker. Hun geld blijft dan ook meer en meer hier.

De eerste generatie koos voor Nederland, maar niet voor het Nederlanderschap. Volgende generaties kozen niet. Net als iedere Hollander kregen ze het Nederlanderschap als geboorterecht mee.

Oudere Turken en Marokkanen kunnen nu naar taalles. Ze gaan ook, al zijn ze niet allemaal even trouw. Van dat laatste wordt schande gesproken, maar is het dat ook? We gaan ervan uit dat ze best Nederlands zouden kunnen leren, als ze maar willen. Ik betwijfel dat. Over het vermogen een nieuwe taal te leren weten we wel iets waar het gaat om de eerste twee decennia van het leven, maar hoe het met vijftigers en ouder zit, weten we niet. Kinderen beschikken over een op taalverwerving gerichte hersenmodule die ook voor een tweede taal kan worden ingezet. Maar in de loop van de adolescentie loopt die module steeds stroever. Talen leren wordt daarna meer en meer iets als wiskunde leren, of je bekwamen in de wijsbegeerte – dingen waarvan we voetstoots accepteren dat de een daar nog tot op hoge leeftijd goed in is, terwijl het de ander nooit echt lukken wil. Laten we op z’n minst rekening houden met de mogelijkheid dat voor talen leren iets dergelijk geldt. Dat zou betekenen dat een deel van die oudere allochtonen het Nederlands nooit onder de knie zal krijgen, gewoon omdat ze de daarvoor vereiste neuronale uitrusting missen. Geen wonder dat ze verzuimen bij die dan al bij voorbaat hopeloze taalles. Laat die les vooral geheel vrijwillig blijven.

De eis van de minister ‘voor Nederland te kiezen’ kan dus alleen slaan op die eerste generatie, richt zich op een probleem dat op het punt staat uit te sterven, en vraagt de betrokkenen een droom op te geven die hen een heel leven gaande hield. Dat ze de taal niet spreken is beslist een probleem, met name voor henzelf, maar veranderen kunnen we dat in de meeste gevallen niet.

En zeker, er zijn nieuwe Nederlanders die huizen hebben in hun land van herkomst. Vormen zij nu echt een grotere bedreiging voor onze economie en onze sociale cohesie dan al die Nederlanders die dromen van een zwitserleven in hun tweede huis in Frankrijk, Spanje, Portugal, Schotland, Ierland, en ga zo nog maar even door? Ik dacht het ook niet.