Bart Voorzangers weblog

top

volgend

overzicht

7 een sprookje

Integratie is een natuurlijk proces dat zich niet naar believen laat versnellen. Beleid dat zo’n versnelling toch lijkt na te streven, schept onrealistische verwachtingen, en dus frustraties die die integratie belemmeren.

vrijdag, 20 november 2009

Er was eens een sprookje over een boer die honger leed maar net zijn laatste graankorrels had gezaaid in de hoop met de opbrengst zijn gezin weer even te kunnen voeden. Elke dag liep hij langs zijn akkertje, vol ongeduld omdat de honger knaagde. Hij verzon van alles om de oogst te bespoedigen. Hij zorgde voor mest en water, joeg vogels en insecten weg, zong stimulerende liederen, deed regelmatig een opwekkende rondedans, brandde geurige kruiden, prevelde bezweringen, riep vrouw en kinderen op zijn akkertje te bezoeken, wat die braaf, maar steeds hongeriger, en steeds ongeduldiger deden. Hij zorgde voor borden en spandoeken: ‘Hier wordt gewerkt aan onze toekomst’ en ‘Welkom aan het nieuwe leven’. En hij sprak zijn graan toe, eerst warm en hartelijk – ‘Groei toch, mijn lieve plantjes!’ – maar allengs strenger – ‘Jullie moeten nu toch echt iets gaan opbrengen, anders moet ik straffere maatregelen treffen!’ Zijn jongste zoontje, ooit de appel van zijn ogen met zijn engelengezicht en zijn beeldig blonde haar, begon zelfs dreigend met zeisen en scharen rond het veld te sluipen, en de boer hield zijn hart vast.

De buurman van de boer volstond met mest, water en plaagbestrijding en besteedde de rest van zijn tijd aan ander werk waarbij hij het hele gezin inschakelde. Hongerig als ook zij waren, repareerde ze hun dak, maakten ze hun sloten schoon, en deden ze de duizend andere klusjes die een goede boer altijd wel te doen vindt.

Het zal u niet verbazen dat beide gezinnen tegelijk de oogst binnenhaalden en dat ze daarna allebei evenveel – of even weinig, daarover is het sprookje niet echt duidelijk – te eten hadden.

Aan dit sprookje moet ik vaak denken als ik lees over het vele beleid dat onze overheden ontplooien om de integratie van allochtonen, nieuwe Nederlanders, te bevorderen. Net als die wanhopige boer doen ze van alles om die integratie te versnellen. En net als in zijn geval, helpt er maar weinig écht. Integratie is een groeiproces, en groeien kost tijd, tijd die je met rituele dansen, opwekkende spandoeken, en lieve of straffe woorden maar nauwelijks kunt bekorten. Sterker nog, door al die loze inspanningen stijgt de hoop op snel succes, en als die uitblijft, gaan zelfs de liefste kinderen uiteindelijk hun messen slijpen: ‘We zullen dat domme graan eens een lesje leren!’

‘Maar wij doen toch onderzoek naar de effectiviteit van ons beleid,’ zult u zeggen ‘en we zien toch dat er heus ook tekenen van hoop zijn die dat beleid rechtvaardigen?’

Ook de boer deed onderzoek naar de effecten van zijn bokkensprongen. Week na week mat hij zijn plantjes, en zie daar: ze werden groter en groter, al ging het hem nooit snel snel genoeg. Het bewijs was geleverd: zijn inspanning loonde … Arme, ongeduldige boer.