Bart Voorzangers weblog

top

volgend

overzicht

10 de imam en de homo’s

Iedereen dient zich aan de wet te houden, maar niemand hoeft de wet te onderschrijven. Dat onderscheid raakt nog wel eens zoek.

dinsdag, 24 november 2009

In een Amsterdamse moskee sprak een imam zich uit over homoseksueel gedrag. Hij vond dat wie zich daaraan bezondigt een zware straf – de doodstraf maar liefst – verdient. Ik wijs dat standpunt volstrekt af, al vind ik wel dat de imam het volste recht heeft dat te vinden en te zeggen. Maar homoseksuelen straffen voor hun naar zijn oordeel zondige gedrag, of anderen daartoe aanzetten, mag hij niet. Dat onderscheid is wezenlijk.

Laten we deze imam verder als fictie beschouwen. Dat voorkomt een discussie over wat hij precies gezegd heeft. Ik was er niet bij en u ook niet, dus daar komen we niet uit.

In een vertegenwoordigende democratie komen wetten tot stand doordat gekozen parlementsleden na onderling overleg over voorstellen stemmen. Aan die wetten heeft iedereen zich verder te houden. Maar zonder wetsvoorstellen verstart het systeem. En wie zo’n voorstel doet, geeft daarmee aan de bestaande wetgeving onjuist of onvolledig te vinden. Dat mag niet alleen, het moet zelfs mogen.

Onze democratie functioneert alleen als iedereen het recht heeft elke wet af te wijzen en alternatieven voor te stellen, maar diezelfde democratie vereist ook dat iedereen zich aan elke wet houdt. Er zijn autorijders die de maximum snelheid willen afschaffen. Dat mogen ze willen, maar ze moeten zich wel houden aan wettige snelheidsbeperkingen. Er zijn dierenliefhebbers die dierproeven willen verbieden. En dat mogen ze willen, maar zolang de wet zulke proeven toestaat, mogen ze de uitvoering daarvan niet hinderen. Er zijn politici die het koningschap willen afschaffen of die het stelsel van evenredige vertegenwoordiging willen vervangen door een districtenstelsel. Daarvoor zou de grondwet gewijzigd moeten worden. Ze mogen dat willen, maar zolang de grondwet niet veranderd is, hebben ze de monarchie en het evenredig vertegenwoordigende parlement gewoon en geheel te respecteren.

Nu is het lastige van wetten dat ze onmogelijk zo geformuleerd kunnen worden dat in alle situaties duidelijk is wat ze voorschrijven of verbieden. Ze moeten altijd worden geïnterpreteerd. Sommige wetten kún je zo interpreteren dat ze kritiek op bepaalde wetten onmogelijk maken. Het verbod op discriminatie – op ongelijke behandeling van mensen op grond van hun geloof, geslacht, of seksuele voorkeur – is zo’n wet. Wie kritiek op dat verbod heeft, krijgt al gauw het verwijt te discrimineren, en daarmee dat verbod te overtreden. Maar bij deze interpretatie maakt het discriminatieverbod kritiek op zichzelf onmogelijk, en daarmee ondergraaft hij een recht dat essentieel is voor de democratie.

De imam uit mijn fictieve voorbeeld vond dat homoseksueel gedrag in ons land ten onrechte is toegestaan. Hij pleitte in feite voor een wetswijziging die zulk gedrag strafbaar stelt, en gaf aan welke straf hem in dat geval passend leek. Daarmee kritiseerde hij het wettelijke verbod op ongelijke behandeling van homoseksuelen (en terloops ook de eveneens bij wet vastgelegde uitsluiting van de doodstraf). Hij oefende daarmee een wezenlijk democratisch recht uit dat we hem niet kunnen ontnemen zonder de democratie te ondergraven. Wie het met zijn kritiek en zijn suggesties voor nieuwe wetgeving oneens is – en gelukkig is de overgrote meerderheid van de Nederlandse bevolking dat – rest maar één ding: stem op een volksvertegenwoordiger bij wie de rechten van homoseksuelen in goede handen zijn. Zo werkt democratie, en niet anders.