Bart Voorzangers weblog

top

volgend

overzicht

16 hoofddoekjes

Het enige zinnige argument om hoofddoekjes te verbieden is dat we zo de vrouw helpen die ’t ding onder dwang draagt. Maar daarmee bevrijden we de een van een plicht door de ander haar vrijheid te ontnemen.

donderdag, 3 december 2009

Nog zo’n onderwerp waarover ik het liever niet over zou hebben, maar ook om de hoofddoekjes kan ik niet heen. Nou vooruit dan.

Mevrouw Josephien van Kessel, sociaal filosofe van de Radbouduniversiteit wil geen juffen met hoofddoekjes op de school van haar kinderen. In Trouw legt ze uit waarom, en wel in een rubriek die tot stand komt ‘in samenwerking met het Centrum voor Ethiek’ van die universiteit. Dat belooft wat.

Voor de rekenles maakt zo’n dracht niet uit, zegt mevrouw Van Kessel, maar voor het bijbrengen van Nederlandse normen wel, en dat is ook een taak van het onderwijs. Een van die normen luidt dat mannen noch vrouwen zich ‘hoeven te bedekken voor God of welke autoriteit dan ook’. Aangezien een juf een voorbeeldfunctie heeft, zou een gehoofddoekte juf kinderen op het idee kunnen brengen dat zulk bedekken wel hoeft, en dat moet niet.

Voor mevrouw Van Kessel betekent morele vorming dus het presenteren van de juiste norm. Mijn smaak is het niet. Ik zie liever een juf die ruimte geeft aan verscheidenheid waar het gedrag van de één de ander niet schaadt, en die werkt aan wederzijds respect en redelijk overleg waar het dat wel doet.

En is het echt een Nederlandse norm dat wij ons niet hoeven te bedekken voor al dan niet fictieve autoriteiten? Ik ken maar weinig mensen die in kampeertenue op koninklijke audiëntie gaan, of die in badkleding een gebedshuis bezoeken. (’t Is – dit terzijde – zelfs geen Nederlandse norm dat mannen en vrouwen hier gelijk worden behandeld. Vrouwen gaan met half ontblote benen naar gelegenheden waar een man met naakte kuiten gefronste wenkbrauwen oproept, terwijl die man soms weer zijn bovenlijf kan ontbloten waar een topless vrouw op z’n minst tot zediger kleding zou worden gemaand. En dan zijn er nog de lichaamsdelen die we zelfs bedekt houden als er geen autoriteiten in de buurt zijn. Culturen waarin diezelfde lichaamsdelen vrijelijk te zien zijn, laten daarmee tevens zien hoe willekeurig ons taboe is. Net zo willekeurig als de hoofddoekplicht elders. En zeg nu niet dat u uw schaamdelen helemaal niet wílt laten zien, want daaruit blijkt alleen maar hoezeer u de onderdrukking hebt geïnternaliseerd. Oké, ik dwaal af, bovendien, met zulk soort onzin komt mevrouw Van Kessel gelukkig nergens. )

In ‘vrijheid blijheid’, ziet mevrouw Van Kessel gelukkig weinig. Maar zij voegt daaraan toe dat vrouwen met hoofddoekjes helemaal niet vrij zijn die al dan niet te dragen. Als vrijheid blijheid is, zou die onvrijheid een probleem zijn, maar dat uitgangspunt wijst ze nu juist af. Mevrouw Van Kessel spreekt zichzelf dus tegen. Los daarvan: er zijn heel wat hoofddoeken die zónder dwang, uit eigen keus en overtuiging, gedragen worden.

Zeker, er is soms sprake van sociale druk, maar die is er altijd wel als het om kleding gaat. Er zijn heel wat dingen die ik vaker zou dragen als mijn dierbaren ze verdroegen. En de kans is groot dat u dat herkent. We houden rekening met mensen die ons lief zijn (of die we nodig hebben). Dat is het ‘geven’ van het ‘geven en nemen’ waarzonder geen gemeenschap bestaan kan – precies de reden waarom mevrouw Van Kessel ‘vrijheid blijheid’ afwijst.

En zeker, er zijn vrouwen, ook in Nederland, die in grote problemen komen als ze zonder hoofddoek naar buiten gaan. Dat is heel kwalijk, en ’t zou mooi zijn als we daar een eind aan konden maken. Maar met een hoofddoekverbod bevrijden we de een van een plicht door de ander haar vrijheid te ontnemen. En daar wordt de wereld niet beter van.

Beschouw de hoofddoek als een kapsel, denk nog even aan de vader (die uwe wellicht) die zijn zoon of dochter naar de kapper terugzond omdat hij een kind ‘met zo’n hoofd’ niet aan ‘zijn’ tafel wilde hebben, en geniet van ’t moois dat zoveel moslimmeiden ervan weten te maken. Dat scheelt zóveel ergernis!