Bart Voorzangers weblog

top

volgend

overzicht

17 hoofddoekjes en geloof, of andersom

We laten ons bang maken door de vermeende theologische verschillen tussen christendom en islam, en negeren hoe weinig boodschap levend geloof aan theologie heeft. Als we ons van die blikvernauwing losmaken valt ook de dreiging weg die we in religieuze symbolen menen te ontwaren.

maandag, 7 december 2009

Het grote verschil tussen christendom en islam, zo hoor je vaak, is dat ónze geloofstraditie de Verlichting heeft ondergaan en het hunne niet. De hoofdstroom van de christelijke theologie leest bijbelteksten tegen de achtergrond van de culturele context waarin ze ontstonden, en onderscheidt de richtinggevende gedachten in de tekst van hun contextgebonden invulling. De hoofdstroom van de islamitische theologie daarentegen is wars van zulk interpreteren en houdt zich aan letterlijkheid en traditie. En dat maakt de islam tot zo’n brisant gegeven. Waar christenen in de géést van hun Heiland kiezen voor detentie en resocialisatie, zullen consequente moslims naar de letter van hun Profeet kiezen voor steniging en afgehouwen handen. En consequent worden velen vroeg of laat. Althans, dat is wat spraakmakende islamologen ons voorhouden.

Zo bezien kan een hoofddoekje uiteindelijk nooit iets anders betekenen dan onderwerping aan de wet van de man die zijn vrouwen en dochters kuis wil houden, en doen we er goed aan het stelselmatig te blijven associëren met achterlijkheid en onderdrukking.

Hoe reëel het theologische verschil tussen Europa en Islam is, kan ik niet beoordelen – al heb ik een haast aangeboren wantrouwen jegens zulke generalisaties; de werkelijkheid is meestal complex.

Maar los daarvan, waarom zouden we ons blindstaren op theologie? We doen alsof we een godsdienst redelijk volledig vatten door zijn traditie en theologie in beeld te brengen, terwijl we in feite nog niet eens begonnen zijn. We rekenen zo namelijk buiten de waard van de gelovige zelf. Laten we eerlijk zijn, van theologie valt maar zelden chocola te maken. En dat proberen gewone gelovigen ook niet. Die gaan uit van hun eigen hoop en hun eigen ervaringen met liefde en verwondering, machteloosheid en troost. Ze zoeken een weg door hun eigen leven. Ze luisteren, lezen, pikken uit de woorden van medemensen en heilige schrift op wat hén aanspreekt, en creëren al doende een geloofsinhoud die alleen als christelijk, islamitisch, boeddhistisch of wat dan ook, te herkennen is door de beelden die ze gebruiken. Het levende geloof van miljoenen gewone mensen staat behoorlijk los van de leer van een handvol theologen, en is oneindig veel belangrijker.

Zó bezien kan een hoofddoekje haast nooit iets anders zijn dan een persoonlijke uitdrukking van een persoonlijk geloof dat wars is van theologisch gekloven haren, maar religieuze symbolen gebruikt om gedachten en gevoelens te kunnen vasthouden. Mirjam brandt een kaarsje, Marja zet een beeldje op haar schoorsteenmantel, Mariam knoopt een sjaaltje om haar haar, en verder leiden ze elk hun uiterst menselijke leven.

’t Punt is dit: godsdienstoorlogen ontbranden waar een kruitvat van ongenoegen wordt ontstoken door theologische scherpslijperij. En dáár zijn we mee bezig als we op Mariams hoofddoek godsdienstige leerstellingen projecteren waar zijzelf helemaal geen boodschap aan heeft. Haar dracht staat voor haar symbool voor een leven vanuit respect voor iets ongrijpbaar Hogers, dat miljoenen zouden herkennen als ze de theologen negeerden en eens naar haar luisterden.