Bart Voorzangers weblog

top

volgend

overzicht

19 de PVV en de islamisering van de Transvaalbuurt

De PVV heet een partij te zijn die eindelijk de waarheid eens durft te zeggen, maar in feite verwoordt ze slechts de ressentimenten van een bevolkingsgroep die het zwaar heeft, terwijl de werkelijke problemen van die groep, en de diep in onze maatschappelijke structuur verankerde oorzaken daarvan, onbenoemd blijven.

vrijdag, 11 december 2009

Meneer Sietse Fritsma, lijsttrekker van de PVV in Den Haag, vertelt bij Pauw en Witteman waar hij voor staat door de problemen samen te vatten van de Haagse Transvaalbuurt:

Dat is een buurt waar de massa-immigratie en de islamisering hard heeft toegeslagen, een buurt waar autochtone Nederlanders, Hagenaars, zwaar in de minderheid zijn, tien procent ongeveer. Het is een buurt waar veel mensen hun stad niet meer terug kennen, een buurt waar veel mensen niet meer Nederlands horen, moskeeën zien, hoofddoekjes zien. En mensen die in die buurt blijven wonen, voelen zich terecht gruwelijk in de steek gelaten door de politiek. De problemen zijn daar enorm, overlast, straatterreur, criminaliteit, en juist voor die mensen gaan wij opkomen.

Die probleemstelling accepteren Pauw en Witteman kennelijk, want hun volgende vraag was niet wat hier erg aan is, maar wat meneer Fritsma aan ‘dit’ probleem gaat doen. Maar klopt het verhaal, en wat ís hier erg aan?

Wie op internet zoekt naar klachten over de Haagse Transvaalbuurt krijgt een lange lijst ellende langs: hondenpoep, te veel verkeer door smalle straten, parkeeroverlast, auto’s die worden bekrast of opengebroken, panden die worden ‘overbewoond’ door Polen en Hongaren, slechte riolering, in hun eigen uitwerpselen slapende drugsverslaafden in het portiek, kortom een opeenstapeling van narigheid. Dát is erg, geen twijfel aan.

Maar als een wijk waar maar tien procent van de bevolking uit autochtone Nederlanders bestaat, erg is, is de oplossing – spreiding van nieuwe Nederlands – nog erger, want die nieuwe Nederlanders komen dan allemaal te wonen in wijken waar zij mínder dan tien procent van de bevolking uitmaken.

Als wonen op een plek die je niet meer terug kent erg is, zijn de meeste Nederlanders te beklagen, want de meeste Nederlands zijn in de loop van hun leven herhaaldelijk verhuisd.

Een buurt waar ‘veel mensen’ geen Nederlands meer horen, is natuurlijk allereerst een kwestie van perceptie. Wat dat betreft is Fritsma’s ‘veel mensen’ hier veelzeggend: kennelijk zijn er ook mensen, al zijn ’t er weinig, die wél Nederlands horen. Echt kloppen doet deze klacht niet, alleen al niet omdat allochtonen nu eenmaal geen Allochtoons spreken, al zijn er vast mensen die dat denken, maar Turks, Sranan, Hindi, Arabisch, Berber, Amhaars, en ga zo nog maar even door. Dat zijn in zo’n wijk stuk voor stuk minderheidstalen, en de enige lingua franca is het Nederlands, dat dan ook veelvuldig, en met een duizelingwekkende veelheid aan accenten gesproken wordt. Maar inderdaad, als twee Turkse vrouwen of twee Berbermannen elkaar op de straathoek tegenkomen wisselen ze in hun eigen taal beleefdheden en diepe beschouwingen over het weer en andere kwalen uit. Dat kunnen Ethiopische, Hindoestaanse, Antilliaanse, en Hagenese omstanders niet volgen. En ’t gaat ze ook geen bliksem aan.

Een buurt waar mensen moskeeën zien, is dat erg? Zo’n punt van samenkomst geeft wel eens verkeershinder, maar dat doet de supermarkt ook, en daar is de stoep aanmerkelijk smeriger.

En dan ook nog hoofddoekjes …

Kortom, geklaag over allochtonen en over de islamisering van onze prachtwijken is bekrompen geneuzel tegen een achtergrond van zeer reële sociaal-economische problemen die er zullen zijn zolang wij er niet in slagen welvaart, kennis en kansen eerlijker te verdelen. Toch jammer dat we geen echt sociaal-democratische partij meer hebben.