Bart Voorzangers weblog

top

volgend

overzicht

20 integratiebeleid en voorbije problemen

Geen stelligheden deze keer, maar gewoon eens de simpele vraag: is ons integratiebeleid niet vooral gericht op zo goed als voorbije problemen? ’t Zou de eerste keer niet zijn …

maandag, 14 december 2009

We kennen allemaal het beeld van de starre generaal die zich standvastig voorbereidt op de vorige oorlog. Maar zijn we niet allemaal zulke generaals? Vanuit een darwinistisch perspectief – en ik bén darwinist – zou je nauwelijks anders verwachten: we zijn, als alle organismen, aangepast aan het verleden. Voor de toekomst geschikt zijn we alleen voor zover die veel op het verleden lijkt, en helaas leven we in een wereld waarin aan die voorwaarde niet echt voldaan is.

Ik ben net oud genoeg om de Koude Oorlog in zijn volle glorie te hebben meegemaakt. En terwijl de Russen ongemerkt achterop raakten, bereidden wij ons angstig voor op hun komst. Wie intussen wel kwamen, waren steeds grotere groepen voormalige rijksgenoten, eerst uit de Oost, later uit de West. Maar hun problemen zagen we pas toen zij zich al aardig aan het settelen waren, en in rap tempo deel van de Nederlandse gemeenschap gingen uitmaken. Molukse treinkapers en Surinaamse verslaafden waren eigenlijk vooral heftige slotakkoorden van die eerste na-oorlogse integratiegolven.

Terwijl wij ons op die inmiddels haast voorbije golven bezonnen, kwamen steeds meer mediterrane gastarbeiders ons land binnen. Ze werden welkom geheten, kregen een bed, en dat was het dan. Zelf zochten ze hun weg in een land en een samenleving die uiteindelijk de hunne zouden worden. Dat het niet zonder slag of stoot ging, merkten we pas toen hun kinderen de leeftijd bereikten van die treinkapers en base-rokers van weleer. Geen makkelijke leeftijd, maar voor zo’n integratiegolf wellicht wel het moment waarop de grootste problemen feitelijk al waren overwonnen. En dus ook – opnieuw – het moment waarop wij ons massaal van die problemen bewust werden en onze schuttersputjes begonnen te graven, want dat doe je instinctmatig, als je de Koude Oorlog hebt meegekregen.

Intussen groeit het aantal Oost-Europese gastarbeiders. Net als ooit die Molukkers, die zich hier op hun repatriëring voorbereidden, later de Surinamers die hier de kat uit de onafhankelijkheidsboom kwamen kijken, en de Turken en Marokkanen die hier geld kwamen verdienen voor hun families in het thuisland, zullen ook die Oost-Europeanen hier vaker blijven dan wij nu denken, en net als bij al die eerdere groepen, zullen wij ook bij hen beseffen dat het niet alleen maar meevalt om Nederlander te worden tegen de tijd dat zij de hoogste horden in feite al genomen hebben, maar nog wel te kampen hebben met een opstandige fase van wat tweede-generatiekroost.

Ik ben benieuwd naar welk probleem wij dán onze rug gekeerd zullen blijken te hebben.

U heeft volkomen gelijk. Het voorafgaande bevat geen enkel argument, en geen enkele redenering – tenzij u vage analogieën als zodanig accepteert (niet doen!). Zo is dit stukje ook niet bedoeld. Ik wou een mogelijkheid opperen, en eens nagaan of niet zelfs uit het voorbeeld van die starre generaals wat lering valt te trekken. Het darwinistische inzicht dat wij niet aan onze toekomst zijn aangepast, betekent per slot nog niet dat we ons ook vooral niet zo nu en dan eens op die toekomst mogen bezinnen.