Bart Voorzangers weblog

top

volgend

overzicht

21 de advocaat die bleef zitten (en moslim was …)

Het Hof van Discipline vernietigde de beslissing van de Raad van Discipline een advocaat te berispen die op grond van zijn geloof niet voor de rechter wilde opstaan. De nu losgebarsten kritiek op het Hof is een grotere bedreiging van onze rechtstaat dan het gedrag van de advocaat.

dinsdag, 15 december 2009

Advocaat Enait wil niet opstaan als de rechter de rechtszaal betreedt. Hij beroept zich op zijn geloof. De Raad van Discipline berispte hem daarvoor, maar het Hof van Discipline vernietigde later deze beslissing van de Raad. En nu zijn een heleboel mensen boos.

Wat doe je dan, als gewone burger die alweer ergens een mening over moet hebben? Je leest de Beslissing van het Hof (No.5499). Die Beslissing gaat niet over de laakbaarheid van het gedrag van meneer Enait. Hij gaat over de uitspraak van de Raad, en de juridische argumenten daarin. En zo hoort het ook, bij een hoger beroep.

‘Een respectvolle behandeling van elkaars (culturele en godsdienstige) opvattingen en de wijze waarop die worden geuit gelden als een kenmerk van behoorlijke rechtspleging’, zegt het Hof. En op zo’n respectvolle behandeling heeft ook meneer Enait recht. Tenminste, áls hier sprake is van zulke opvattingen.

Het Hof constateert dat meneer Enait zich beroept op een uitspraak van een Saoedische grootmoefti die opstaan uit respect voor een autoriteit afkeurde. Het hof laat het daarbij en dat lijkt me buitengewoon verstandig. Rechters moeten niet willen oordelen over theologische kwesties. Er zijn vast moslims die menen dat de uitspraken van Enaits grootmoefti geen enkel gezag hebben. Als ik Enait was, zou ik zeggen: ‘In jouw geloof misschien niet, maar in ’t mijne wel’. Einde discussie. En wellicht is Enaits beroep op zijn geloof flauwekul in de zin dat hij helemaal niet echt gelooft wat hij voorgeeft te geloven. Maar dan had de Raad van Discipline dat moeten aantonen, bijvoorbeeld door met een getuige te komen die Enait heeft zien opstaan voor een grootmoefti. Zulke bewijzen zijn er kennelijk niet, en zolang die er niet zijn geniet Enait het voordeel van de twijfel. Je eigen oprechtheid bewijzen is onmogelijk, en tot het onmogelijke is niemand gehouden.

Het Hof constateert dat opstaan voor de rechter al vaker niet meer gebeurt, dat rechters daar ook zelf niet altijd aan hechten, dat geen regel het voorschrijft, dus dat het hier niet gaat om een strikte regel. Dit soort beleefdheidsgedrag verandert en dat kun je betreuren maar zolang het de procedure in kwestie niet belemmert, is er geen enkele reden er principieel over te doen.

Dat de heer Enait niet opstond is op zich dus onvoldoende reden om zijn gedrag onbetamelijk te noemen en hem daarvoor te berispen. De Raad had met aanvullende argumenten moeten aantonen dat zijn gedrag dat was, maar deed dat niet. Het oordeel van de Raad is dus onvoldoende onderbouwd, en daarom werd het door het Hof vernietigd.

Mij leek het allemaal heel helder, doordacht en afgewogen. Vanwaar dan alle woede? In onze samenleving klinkt steeds vaker kritiek op uitspraken van rechters. Dat moet kunnen, want áls het recht faalt, moeten we daar beslist iets aan doen. Maar we moeten er wel voor waken dat we geen regels en procedures aanpassen omdat een individuele uitspraak ons niet zint. Je voelt als burger soms aan je water dat meneer X een oplichter is en dat mevrouw Y wel degelijk gif in haar mans brinta deed, maar ik zou niet graag leven in een land waar wiens water dan ook voldoende reden is voor de veroordeling van X en Y.

De kernvraag is echter of deze zaak dezelfde publiciteit had gekregen en tot dezelfde ferme reacties had geleid als meneer Enait christen was en zich op een Bijbelpassage beriep. Zo niet, dan zit de ergernis ’m niet in het gedrag van meneer Enait op zich, maar in het feit dat hij zich zo gedraagt terwijl hij moslim is. Het vonnis van het Hof is alleen al een verademing omdat dát feit daarin geen enkele rol speelt. Nu de rest van de samenleving nog …