Bart Voorzangers weblog

top

volgend

overzicht

24 nogmaals: de As-Siddieq

Met islamitische onderwijsorganisaties valt nauwelijks te werken omdat ze op het oneerlijke af verhullen wat er feitelijk gaande is. Maar zolang wij niet begrijpen dat die geheimzinnigheid voortkomt uit een wel degelijk gerechtvaardigd wantrouwen, komen we geen stap verder.

maandag, 4 januari 2010

Eerder schreef ik hier dat de ISBO de basisschool As-Siddieq ten onrechte royeerde, maar die bewering gaat mijn kennis natuurlijk verre te boven. Wat ik had moeten schrijven is dat de tot nu toe bekende argumenten voor dat royement niet voldoen. ’t Zou kunnen dat de ISBO ook goede redenen heeft, maar het lastige is dat beide organisaties ons via persberichten oproepen hun kant te kiezen, zonder ons echt te vertellen wat er aan de hand is. Wat te denken van die geheimzinnigheid?

Wie iets weet van bestuurlijke mores in islamitisch onderwijsland, zal van ISBO noch As-Siddieq veel helderheid verwachten (en wie dat niet weet, verwijs ik graag naar de stukken over de Siba-geschiedenis onderaan mijn pagina over ‘onderwijs’). Openheid is hun bestuurders vreemd en ze zijn wantrouwig op het paranoïde af. ’t Lastige is alleen dat ze daar reden voor hebben.

Islamitische scholen werken noodgedwongen met niet-islamitische medewerkers waarvan sommigen als je even niet oplet de identiteit van de school ondergraven om vervolgens de publiciteit te zoeken met onzinnige klachten die kritiekloos worden geloofd (zie mijn verhaal in Trouw van 2 september 2009). En ervaringen met de overheid stemmen somber. Bij de Siba, een stichting met een vijftal scholen in de oostelijke helft van Amsterdam, leidde als ‘hulp’ geafficheerde, en met plechtige beloften over een gouden toekomst omklede, ministeriële bemoeienis tot liquidatie, en dat kan geen islamitisch schoolbestuur ontgaan zijn.

Nu maakt diezelfde overheid zich, en deels terecht, al lange tijd zorgen over de kwaliteit van het islamitisch onderwijs. Ze zou graag ingrijpen waar het mis gaat, maar dat blijkt lastig. Kwaliteitscriteria zijn boterzacht en de inspectie meet met niet meer dan een natte vinger. Het vergt een groter licht dan onze huidige staatssecretaris om dáár iets aan te doen. Kennelijk besefte ze dat zelf ook – en dat pleit dan weer voor haar – want ze koos voor een andere boeg: als je een probleem niet kunt oplossen, creëer je een ander waar je wel mee aan de slag kunt. In hoog tempo maakt ze regelingen die de aanpak van besturen vergemakkelijkt. Zo eist ze nu ‘bestuur op afstand’, wetend dat dat bij islamitische scholen zeldzaam is. In het islamitisch onderwijs betekent besturen op afstand vaak dat je de identiteit van je scholen en de religieuze vorming van je leerlingen letterlijk aan de heidenen overlaat.

En dat is het dilemma waar het As-Siddieqbestuur nu voor staat. Of het voldoet aan de eisen van de overheid en bestuurt straks op afstand een school met een vaag groen randje bij wijze van ‘islamitische identiteit’; het ziet daarmee dan wel af van de grondwettelijk vastgelegde vrijheid van onderwijs en de vanzelfsprekende vrijheid van opvoeding. Of het houdt vast aan die rechten, doet alsof het aan overheidseisen voldoet, raakt verstrikt in een weinig verheffend web van leugens om bestwil en loopt daar uiteindelijk geheel in vast, waarna de school het loodje legt en ieder zal menen dat dat andermans schuld is.

Er is voor de As-Siddieq een uitweg uit dit dilemma, al is dat wellicht een vlucht naar voren: geef volledige openheid van zaken en maak duidelijk waarom je als bestuur moet blijven toezien op de identiteit van je scholen tot je voldoende geestverwant personeel hebt om die taak aan toe te vertrouwen. ’t Risico is dan wel dat je die ruimte niet krijgt. Dit probleem speelt alleen op zeer orthodoxe scholen, en die liggen niet goed bij overheden.

Er is zelfs een oplossing die het dilemma wegneemt: een overheid die zich verdiept in de specifieke problemen van de islamitische gemeenschap, die gemiddeld laag geschoold en economisch zwak is; een overheid die serieuze organisatorische en onderwijskundige hulp biedt zonder te tornen aan de grondrechten van zo’n minderheid; een overheid die in staat is flink wat – zelf geschapen – wantrouwen te overwinnen, en die beschikt over de daarvoor vereiste visie, geestkracht en geduld.

Daar zal het onder de huidige staatssecretaris dus wel niet van komen.