Bart Voorzangers weblog

top

volgend

overzicht

25 Waar sneeuw al niet toe leiden kan

Onze wereld is de afgelopen decennia in allerlei opzichten flink veranderd, en niet altijd ten goede. Met immigratie heeft veel daarvan niets van doen.

dinsdag, 5 januari 2010

Sneeuw heeft eenzelfde effect als geuren en kinderliedjes: het roept herinneringen op. Herinneringen aan winterse stad- en landschappen met geveegde wegen en mensen die met zelf getimmerde sneeuwschuivers hun stoepen vrij hielden, bijvoorbeeld. En waar de ene herinnering de andere meebrengt, zie ik mezelf al snel terug in een wereld waarin mensen andere mensen het leven leefbaar maakten. Ze stonden voor elkaar op, zagen erop toe dat wie moeilijk ter been was een zitplaats in bus of trein kreeg, en een veilige en vrije doorgang waar lopen onvermijdelijk was. Ze stonden netjes in de rij en hielden zich aan regels zodat het verkeer overzichtelijk en ordelijk was, waren actief in verenigingen die henzelf en hun medemensen van de straat hielden, en als ze op die straat een want of muts vonden, brachten ze die braaf naar het politiebureau.

Ik groeide op in die wereld, en ik vond veel maar niets. Het was namelijk ook een benauwde wereld waar je geen vinger onbezonnen kon bewegen zonder uit de toon te vallen, en uit de toon vallen hoorde niet. Wie van zijn colbertje een knoopje teveel of te weinig sloot was een excentriekeling en wie weet zelfs communist. Zoiets ongeveer.

In de jaren zestig en zeventig heb ik dapper mijn steentje bijgedragen aan onze bevrijding uit de benepenheid van de eerste naoorlogse decennia. Ik verbeterde de wereld door stoplichten te negeren, met knoopjes en andere onderdelen van mijn kleding alles te doen wat anderen even niet deden, begripsvol te reageren op medemensen die fietsen ‘leenden’ (al had ik daar zelf toch net de moed niet voor) en vooral geen lid te worden van verenigingen waarvan het lidmaatschap mij door ouderen die zich wijzer achtten, werd aangeraden. Velen deden dat, dus ik kon mij deel voelen van een haast wereldwijde beweging van zielsverwanten die excentriciteit als norm hadden (en soms zelfs écht communist waren).

Het resultaat is bekend: we lopen en fietsen door alle regels heen, laten alles wat we niet meer nodig hebben ter plaatse uit onze handen vallen, zijn een kwartier bezig om onze fietsen op slot te zetten of weer van slot te halen om ongevraagd lenen te voorkomen, en over lidmaatschappen hoeven we niet meer na te denken. Er zijn geen verenigingen meer. En omdat ons liberalisme ook in de politiek navolging vond, waar het vertaald werd in verantwoordingsloze vrijheid voor het grote geld – wat natuurlijk nooit onze bedoeling was geweest, maar de geest was uit de fles – verdween een complete infrastructuur van economisch inefficiënte, maar achteraf gezien wel verdraaid handige, winkeltjes om de hoek.

Ik wou maar zeggen: we hebben een wereld geschapen die we nauwelijks nog als de onze herkennen. En nu het weer eens even sneeuwt, strompelen en schuifelen we langs stoepen die vroeger door de aanwonenden al lang schoon waren gemaakt. Ergens is iets misgegaan, en naarmate ik ouder word, krijg ik daar steeds meer last van. Tijd voor een stapje terug? Ik heb de stoep voor ons huis maar eens schoon en sneeuwvrij gemaakt. En misschien blijf ik dat wel doen. ’t Is eigenlijk best leuk werk ook, en als het dat eens even niet is, troost ik me met de gedachte dat ik iets goedmaak van de ellende die ik, met de beste bedoelingen, heb helpen aanrichten.

En de allochtoon dan, die in al mijn verhaaltjes opduikt, waar blijft die in dit verhaal? Nou, die kwam ook in die periode dat er door ons toedoen al zoveel andere dingen veranderden. Maak ik me er te makkelijk vanaf als ik denk dat we hem soms dingen in de schoenen schuiven die we echt zelf hebben aangericht?