Bart Voorzangers weblog

top

volgend

overzicht

26 plaatjes, poetsvrouwen en de profeet

Bij de Deense cartoonaffaire is de vrijheid van meningsuiting niet in het geding.

woensdag, 6 januari 2010

Stel u een snel getekend portret voor van een achttiende-eeuwse Ottomaanse sultan. De man kijkt even vastberaden als angstig, en geen wonder want de tekenaar liet zijn tulband dienen als nest voor de holle ijzeren kogel met lont die Caribische piraten als granaat gebruikten – zo’n bom dus waarbij je onmiddellijk uitkijkt naar een papegaai, een haakhand en een houten been. Op de bol zit een soort rijkszegel.

De boodschap van de tekening is niet helemaal duidelijk, maar je zou ermee kunnen willen zeggen dat de ondergang van het sultanaat al vroeg besloten lag in wat zich afspeelde in de hoofden der Ottomanen.

De bedoeling van de maker was dat intussen niet. Hij tekende z’n spotprent, want dat is het, voor een Deense krant die een reeks tekenaars om een cartoon over Mohammed vroeg. De sultan is dus de profeet, en het piratenprojectiel staat voor de explosieven waarmee diens volgelingen ons heten te bedreigen. Iconografisch zat de kunstenaar er zo’n duizend jaar en vele duizenden kilometers naast. De boodschap is bij nader inzien dat de terreur van moslims wortelt in het gedachtengoed van hun grondlegger, wat we zonder het begeleidend schrijven van de krant nooit begrepen hadden. Denen lopen vooraan in de industriële vormgeving, maar qua cartoonistiek stellen ze weinig voor (daar zijn ‘wij’ dan weer beter in, maar over dat ‘wij’ een andere keer). Het enige dat nog enigszins klopt is de tekst óp de bom: daar staat de islamitische geloofsbelijdenis, wortel van alle kwaad.

Het vervolg is bekend. Het plaatje leidde tot woeste, en ongetwijfeld van hogerhand georganiseerde, protesten in verscheiden islamitische landen, en onlangs nog tot een zeer serieuze poging de tekenaar te vermoorden. Ik ga hier niet opschrijven wat ik daarvan vind. Vanzelfsprekendheden spreken vanzelf. ’t Woord zegt ’t al.

Het plaatje leidde ook tot verwoed debat over bedreigingen van de vrijheid van meningsuiting. Wat ik daarvan vind spreekt kennelijk minder vanzelf. Ik vind dat onzin. De Deense krant waar het allemaal mee begon zag er onlangs van af de cartoon opnieuw te publiceren. Dat is heel verstandig van die krant. Het plaatje heeft door alle ophef een betekenis gekregen die de ermee beoogde ‘mening’ verre overstijgt. Het is een naar de islam opgeheven middelvinger geworden. Zo gaat dat soms met plaatjes – en trouwens, met woorden gaat het niet anders. Van zichzelf betekenen ze niets, dus ontlenen ze hun betekenis aan een context die niemand in de hand heeft. Daar kun je je alleen maar bij neerleggen. En terzijde: u doet iets dergelijks dagelijks, bijvoorbeeld wanneer u joden ‘joodse mensen’, mohammedanen ‘moslims’, allochtonen ‘nieuwe Nederlanders’ of uw poetsvrouw ‘interieurverzorger’ noemt, en wanneer u voor allerlei functies meervoudsvormen gebruikt om niet steeds heel correct met ‘hij of zij’ te hoeven verwijzen.

Er is geen mening die je niet, mits begrijpelijk en zonder nodeloze onbeleefdheden geformuleerd, kunt uiten. Je kunt zeggen en schrijven dat de boodschap van de profeet Mohammed tot terrorisme heeft geleid, en zelfs dat die terreur inherent is aan die boodschap. Je hoeft je bij het uiten van zo’n mening niet eens iets aan te trekken van de juistheid ervan. De vrijheid van meningsuiting is niet in het geding.

Zie ook:

151 Over terreur en satire

74 De Franse revolutie en de boerka

57 De AEL en zijn holocaust-cartoon