Bart Voorzangers weblog

top

volgend

overzicht

31 Ephimenco, Drayer en de islam

Het dagblad Trouw heeft twee columnisten die met grote regelmaat waarschuwen tegen de gevaren van een internationale islamitisch-terroristische samenzwering. Hun feiten deugen zelden geheel en hun logica klopt van geen kanten, maar ’t is soms even puzzelen.

donderdag, 28 januari 2010

Mijn lijfblad Trouw bevat dagelijks een sudoku, maar alleen die van zaterdag is moeilijk genoeg om me echt bezig te houden. Gelukkig krijg ik de rest van de week ook iets te puzzelen. De krant heeft twee columnisten die met grote regelmaat het complete PVV-program – ‘Weg met moslims!’ – laten volgen uit wat kennelijk als onderbouwing bedoeld is, en het is soms een hele sport daar de onjuistheden en de drogredenen uit te vissen.

Vandaag, donderdag 28 januari, pakten beiden uit. Hun teksten vindt u op www.trouw.nl.

De heer Ephimenco had zijn dag niet. Hij herhaalde het nieuws van gister, over een Franse imam die bedreigd en belaagd werd omdat hij goede relaties met joodse landgenoten nastreeft, en concludeert daaruit dat een gematigde, Europese islam nog wel even op zich zal laten wachten. En passant meldt hij dat de liberale imam ‘kennelijk ook niet op de steun van Tariq Ramadan (hoeft) te rekenen, de man die het boegbeeld van de “Europese islam” pretendeert te zijn’. Waarom dat kennelijk zo is wordt nergens duidelijk, maar een islam-stukje van de heer Ephimenco is nu eenmaal niet compleet zonder een snier naar de heer Ramadan. Hoe dan ook, een zeer algemene conclusie over de lange-termijnontwikkeling van een godsdienst met miljoenen aanhangers laat zich niet afleiden uit een incident, hoe ernstig dat incident ook is.

De Franse zender TF1 meldt op zijn website dat onduidelijk is of het incident werkelijk heeft plaatsgevonden. De imam heeft aangifte gedaan wegens bedreiging, de beschuldigden deden vervolgens aangifte wegens ‘diffamation’, en getuigen van de bijeenkomst (waar de imam zelf niet aanwezig was) verklaarden dat er van bedreigingen jegens de imam geen sprake was. Logisch gezien maakt dat de redenering van de heer Ephimenco wel sterker: uit een contradictie laat zich élke conclusie afleiden.

Mevrouw Drayer haakt aan bij een resolutie van het Europese parlement die de discriminatie van christenen in Maleisië en Egypte veroordeelt, en bij de jaarlijkse Ranglijst van Open Doors waarin alle landen zijn opgesomd waar christenen gediscrimineerd worden. Bij die Ranglijst memoreert ze ‘overigens’ dat van de vijftig landen waar christenen het het zwaarst hebben er 35 van islamitische signatuur zijn.

Dat laatste klopt natuurlijk, maar betekent het ook wat Drayer suggereert? De islamitische wereld is staatkundig nogal verdeeld. Op de lijst staan naast een hoop kleine islamitische landen ook bijvoorbeeld de niet-islamitische giganten China en India. Gemeten naar oppervlak en bevolkingsomvang is de islam in deze lijst dus een stuk minder prominent. ’t Is maar hoe je je cijfers kiest. Drayer kiest voor cijfers die de islam in een zo kwaad mogelijk daglicht zetten en die vrijheid heeft ze uiteraard.

We lezen verder. Via een beschrijving van incidenten in Maleisië en Egypte belandt Drayer bij de dochter van een koptische vader die in nrc.next betoogt dat islamofobie bij ons in Europa een populair onderwerp is, maar christianofobie in de islamitische wereld niet.

‘Ze had ook dichter bij huis kunnen blijven’, schrijft Drayer, ‘Half december kwam de zaak van de koptische tramconducteur voor de rechter.’ En ze vervolgt:

Deze man, ooit vanuit Egypte gevlucht naar het tolerante Nederland, wilde graag zijn gouden halsketting-met-kruis zichtbaar blijven dragen. Elf jaar lang was dat geen enkel probleem geweest. … Maar ineens besloot het Amsterdams vervoersbedrijf dat het kruisje “afbreuk doet aan de professionele uitstraling van het uniform” Moslima’s daarentegen mogen onder werktijd wél een hoofddoek dragen “omdat er geen alternatief bestaat voor het voorschrift uit de Koran om het haar te bedekken”

De rechter gaf het vervoersbedrijf gelijk. Die durft, kortom, niet te tornen aan een bizarre kledingtip uit de zevende eeuw. En is wel reuze dapper als het om de crucifix gaat.

Wat mevrouw Drayer niet vermeldt is dat het Vervoersbedrijf geen verbod kent op het dragen van religieuze symbolen. Het verbod geldt de lange gouden ketting die de man over zijn uniform wilde blijven dragen, niet het kruis daaraan. De reden voor het verbod was enerzijds de veiligheid – zo’n ketting geeft belagers onhandig veel houvast – en anderzijds de invoering van een nieuw uniform – zomaar ‘ineens’, aldus Drayer, die kennelijk niet tijdig door het GVB gewaarschuwd was – met daarbij een nieuw kledingvoorschrift dat voor een professionelere uitstraling moest zorgen. ‘Het staat de werknemers vrij op andere gepaste wijze uiting te geven aan hun geloofsovertuiging, bijvoorbeeld door het dragen van een ring of een armband met kruisje. Deze laatste mogelijkheden zijn door het GVB aan de conducteur aangeboden, maar door hem van de hand gewezen’, schrijft de Rechtbank Amsterdam. Of de rechtbank ‘reuze dapper’ is, weet ik niet, maar ‘reuze dapper als het om de crucifix gaat’ was de rechtbank niet, want het ging niet om de crucifix. Het ging om de ketting. Een kruis had de man gewoon kunnen blijven dragen.

Mevrouw Drayer verdraait de feiten, en ze doet dat om te kunnen aantonen dat wij moslims meer ruimte geven dan christenen. Wij zijn weekhartige moslimvertroetelaars die ons gewillig laten uitbuiten door perfide allochtonen, zo betoogt zij, niet slecht hier maar met grote regelmaat. Uit onverdraaide feiten laat die conclusie zich niet trekken.

Gelijk heeft Drayer wel als ze suggereert dat de slechte behandeling van moslims hier meer aandacht krijgt dan de slechte behandeling van christenen elders. En gelukkig maar. Wie riep ons ook al weer op om anderen de splinter in hun oog niet te verwijten zonder eerst eens goed te kijken naar de balk in dat van onszelf?