Bart Voorzangers weblog

top

volgend

overzicht

34 Geef het islamitisch onderwijs nu eindelijk eens een kans

Het islamitisch onderwijs heeft een bestuurlijk en een onderwijskundig probleem, die samen de kwaliteit ondergraven. Overheden hadden dat kunnen weten en ze hadden daar met gerichte hulp iets aan kunnen doen, maar ze sloten er decennialang de ogen voor. Nu moet het resultaat van die scheefgroei opeens stante pede verdwijnen. Daarmee negeren die overheden hun mede-verantwoordelijkheid. Het wordt tijd voor een fatsoenlijke aanpak.

donderdag, 25 februari 2010

Het islamitisch onderwijs ligt onder vuur. School na school wordt bedreigd met korting op de bekostiging of het geheel staken daarvan, en vrienden in de politiek lijkt deze sector niet te hebben, dus ministerie en gemeenten kunnen vrij ongestoord hun op sluiting gerichte gang gaan. Ik heb een aantal jaren in deze sector gewerkt, en daar een aardig beeld van de problemen aan overgehouden (zie desgewenst mijn ‘Ongelukkige klas’).

Islamitische scholen zijn opgezet door bestuurders die van niets wisten – niet van het Nederlandse onderwijsbestel, niet van onderwijsmanagement en niet van onderwijs (zie desgewenst mijn ‘Siba-saga’). Hulp kregen ze niet, en ze vielen vaak en snel ten prooi aan weinig scrupuleuze adviseurs en administratiekantoren.

Die bestuurders stonden voor een lastig probleem: er waren weinig of geen islamitische docenten, dus moesten ze genoegen nemen met niet-moslims die geen idee hadden wat een school islamitisch zou kunnen maken. Nu was dat velen ronduit worst, maar er waren er ook die de identiteit van de school vrolijk naar eigen, niet-islamitisch inzicht probeerden bij te stellen. De bestuurders losten dat op door voltijds op hun scholen te zijn en op alles toe te zien. Een begrijpelijke reactie, maar wel met het nare gevolg dat ze niet alleen de identiteit maar ook de pedagogisch-didactische aanpak en de lesinhoud bepaalden, en dáár hadden ze geen verstand van.

Bovendien moesten die bestuurders leven, dus gaven ze zichzelf een baantje op hun eigen school. De bescheidenen als schoonmaker of conciërge, de anderen als directeur. Dat botst met Nederlandse mores. Een enkeling bleef ‘vrijwilliger’, maar liet zich via omwegen betalen voor ‘adviezen’. Dat botst met de Nederlandse wet. Hun adviseurs en administratiekantoren lieten hen begaan, en het ministerie dat jaarlijks jaarverslagen kreeg waarin dat allemaal te zien was, eveneens.

Het gevolg was een school met een ondermaats beleid en matig personeel. Men gebruikte er ‘moderne Nederlandse methoden’ en dacht dat het zo wel goed zat.

Islamitische scholen hebben, in elk geval nu, vrijwel uitsluitend leerlingen met een taalachterstand. Dat betekent heel gewoon dat die leerlingen permanent werken met lesmateriaal dat qua taal te moeilijk voor ze is. De slimmeren – en er zijn veel slimmeren – ontwikkelen trucjes om op onbegrepen vragen onbegrepen antwoorden te geven. Ik heb daar sterke staaltjes van gezien. Maar motiveren doet zulk werk natuurlijk nauwelijks. En dat maakt lesgeven op een islamitische school razend moeilijk: waar de gebruikte methoden de intrinsieke motivatie stelselmatig ondermijnen, wordt de docent algauw een slavendrijver, en dan ben je na zes uur lesgeven behoorlijk uitgeput.

In feite is werken met ‘moderne Nederlandse methoden’ het domste dat je op zo’n school kunt doen, maar dat lijkt niemand in de gaten te hebben gehad. En dat is jammer. Zo’n concentratie van leerlingen met hetzelfde probleem dat nu door gebrek aan beleid de vloek van het islamitisch onderwijs is, had mét doordacht beleid juist de grote zegen kunnen zijn: stel alles in dienst van de taalontwikkeling, wees niet te bang daar andere nobele kerndoelen voor op te offeren, en je stuurt mensen de samenleving in die écht mee kunnen komen. (Terzijde: dat taalprobleem speelt ook op niet-islamitische scholen, maar daar zijn genoeg niet-allochtone leerlingen die het wel goed doen en zo de illusie levend te houden dat flink wat allochtonen minder goed meekomen omdat ze nu eenmaal niet meer in hun mars hebben.) En de ellende is dat een beleidswijziging gericht op beter, aangepaster, onderwijs razend moeilijk is omdat islamitische scholen naast een aantal fantastische docenten ook flink wat zwakke broeders en zusters in dienst hebben, die bovendien nog eens aardig zijn afgemat voor ze aan hun naschoolse bijscholing beginnen. Er zal dus flink moeten worden geïnvesteerd in sanering van het personeelsbestand en in begeleiding van het nieuwe team. (En alweer terzijde: zwakke broeders en zusters vind je elders ook – ze komen in groten getale vers van de pabo – maar daar zijn de problemen gelukkig net iets kleiner.)

Overheden moeten dit alles gezien hebben, maar ze deden er vijfentwintig jaar niets aan. Ze sloten hun ogen en dachten dat wat ze niet zagen ook wel niet zou bestaan. De inspectie mat met maten die zijn toegesneden op de typische leerling. Zulk meten geeft bij een atypische leerlingpopulatie alleen maar non-informatie.

Inmiddels is het tij aan het keren. De aanvankelijk vrijwel volledig ongeschoolde moslimpopulatie is bezig met een indrukwekkende inhaalslag, en het aantal islamitische docenten en gekwalificeerde moslimbestuurders neemt snel toe. Er is dus hoop voor het islamitisch onderwijs. Maar helaas voor die scholen, keerde ook het politieke tij. Alles waarvoor overheden vijfentwintig jaar de ogen sloten wordt nu ineens onder een meedogenloos vergrootglas gelegd en onvoldoende bevonden. Het ministerie en gemeentelijke autoriteiten beginnen met door electorale zorgen aangejaagde flinkheid de putten te dempen die konden ontstaan doordat zij al die tijd een andere kant opkeken.

Electorale zorgen of niet, zo ga je niet met je verantwoordelijkheid om. Het islamitisch onderwijs werd het zorgenkindje van onderwijzend Nederland door stelselmatige verwaarlozing. Politici zouden zich eerst een grondig moeten verdiepen in de problemen waar het islamitisch onderwijs nu echt mee worstelt. Pas als ze begrijpen waarom schoolbestuurders niet netjes ‘op afstand’ besturen, zoals het ministerie plotseling eist, pas als ze begrijpen wat een school in de ogen van ouders en leerlingen ‘islamitisch’ maakt, en die wensen ook serieus nemen, pas als ze inzien voor welke onderwijskundige uitdagingen islamitische scholen staan en welke kansen ze bieden, zijn ze in staat mee te denken over oplossingen en te zorgen voor de steun die die oplossingen dichterbij brengt. En dat is wel precies wat er gebeuren moet. ’t Was een stuk goedkoper geweest als er tijdig hulp was geboden, maar dat – waar hoorden we het eerder? – is wijsheid van nu.

Veel Nederlandse moslims hebben het gevoel dat overheden en inspectie er uit pure islamofobie op uit zijn het islamitisch onderwijs onder de zoden te schoffelen. Ik snap dat gevoel, en soms … maar nee, ik deel het niet. Overheden en inspectie hebben de beste bedoelingen, daar mag geen twijfel over bestaan. Alleen, voor het resultaat van beleid maakt het weinig uit of het voortkomt uit kwade trouw of uit onwetendheid.