Bart Voorzangers weblog

top

volgend

overzicht

36 Haags spektakel

Wie als volksvertegenwoordiger om onze gunst door steeds hogere hoepeltjes springt en van het parlement een circus maakt, heeft het aan zichzelf te wijten dat de clown de show steelt.

dinsdag, 2 maart 2010

Overal ter wereld sterven in razend tempo soorten uit en gaan complete oecosystemen te gronde. Vissers merken dat aan teruglopende vangsten en her en der al bijna lege zeeën. Van gevolgen op een langere termijn hebben we nog nauwelijks een idee.

Regelmatig zien we beelden van dorpen die door modderstromen worden weggevaagd en rivieren (‘onze’ grote daarbij inbegrepen) die opeens aanzienlijk aanzwellen – het directe gevolg van erosie door ontbossing en de ‘rationalisering’ van waterlopen. Elders raakt het zoete water juist snel op en dreigen oorlogen om het alleenrecht op wat er rest.

Het klimaat verschuift op een manier die zeer ingrijpende gevolgen zou kunnen hebben, en veel wijst erop dat onze manier van leven daar debet aan is.

En met de wereldeconomie gaat het ook niet al te best.

Biodiversiteit, water, klimaat en economie – mij dunkt dat er problemen genoeg zijn die een plekje bovenaan de politieke agenda verdienen. Maar onze politici wisselen bon mots uit over hoofddoekjes en suggereren om strijd dat ze niets zo serieus moeten nemen als de electorale achterban van de PVV. Zeker, sommige mensen zijn bang om de straat op te gaan, maar die angst wordt ze aangepraat. Die angst moeten we serieus nemen omdat hij dreigt te leiden tot een electorale aardverschuiving waarbij alle echte problemen definitief uit het politieke zicht raken, niet omdat hij ergens op berust. Maar bestrijdt hem dan door man en paard te noemen: noem de clown die angst en tweedracht zaait een clown, noem zijn onzin onzin, en heb het over wat er wel toe doet. Mensen die op Wilders stemmen zijn met denken gestopt en zulke mensen help je niet door hun keus serieus te nemen.

De oorzaak van de gekte ligt niet bij Wilders. De PVV is niet meer dan een symptoom. De oorzaak ligt bij een gebrek aan vertrouwen in ‘de politiek’. Tot zover niets nieuws. Maar in tegenstelling tot wat velen om strijd roepen, vrees ik dat deze vertrouwenscrisis vooral te maken heeft met de snel slinkende afstand tussen kiezers en gekozenen. Die afstand is verkleind door politici die ons meenemen in hun privéleven, mee in de auto, mee in de trein, mee naar de supermarkt en naar de crèche van hun kinderen. Maar hij is vooral en veel wezenlijker verkleind door politici die bedelend om onze kiezersgunst achter ons aanlopen in plaats van ons voor te gaan, die schmieren en improviseren in plaats van recht te doen aan een met zorg geschreven tekst. Het publiek dat je daarmee op je hand krijgt, is morgen weer weg.

Als die vrees terecht is, berust alle ooit door D’66 aangezwengelde denken over structurele hervormingen op een ernstige misvatting over democratie en de noodzakelijke voorwaarden voor het functioneren daarvan. Het bestel is het probleem niet, het probleem is het doen en laten van de mensen daarbinnen, en dat verander je niet met districtenstelsels, verkozen burgemeesters en bewonersparticipatie. En al helemaal niet met de politicus als mens. Als die vrees terecht is, is een twitterend kamerlid geen goed idee. ‘De mens achter de politicus’ ontmoeten we vroeg genoeg in zijn of haar memoires.

Politici kunnen maar op één manier verdiend vertrouwen opbouwen, namelijk door te staan voor een doordachte lange-termijnvisie die niet bij elke nieuw Maurice-de-Hondje wordt herzien. Politici moeten zeggen wat ze denken en willen – niet wat ze denken dat wij willen horen. Uiteraard moet er water bij de programmawijn zodra er coalities worden gevormd. Maar zolang ze netjes aangeven wat ze voor wat hebben uitgeruild zonder te doen alsof het resultaat eigenlijk precies is wat ze ons altijd al hadden beloofd, zijn wij heel wel in staat te beoordelen of zij zowel voldoende vasthoudend als voldoende samenwerkingsbereid zijn geweest. Maar water bij de programmawijn in de hoop daardoor meer stemmen te krijgen is vragen om wantrouwen: wie zijn principes offert voor een zetel, heeft geen principes.

Maar natuurlijk: de Partij van de Watdanook loopt het risico kiezers kwijt te raken door een kabinetsdeelname die niet opleverde wat we ervan gehoopt hadden. Maar als de PvdW nou eens even geduld heeft, en niet meteen z’n program aanpast aan de waan van de dag, zou ze na nog een kabinet zomaar weer kiezers kunnen terugwinnen. Wij kiezers vergalopperen ons wel eens, en dan duurt het even voor we denken ‘Hm, misschien had die PvdW het toch beter gezien dan ik dacht’. Alleen, als de PvdW dan inmiddels de helft van het program van de Partij van Iets Heel Anders heeft overgenomen omdat die het even aardig leek te doen, is er geen weg meer terug. En dan gaan we zweven. Omdat alles zweeft.

Een zwevende politicus, een politicus op zoek naar een verkoopbare boodschap, raakt in de war bij het optreden van een flierefluiter als Wilders en dat is precies wat we de afgelopen maanden in Den Haag te zien kregen: politici die nu eens dit en dan weer dat probeerden. Op het ogenblik denken velen kennelijk dat het loont de PVV en z’n aanhang serieus te nemen, en vooral, maar dan ook vooral, niet bij voorbaat als coalitiepartner uit te sluiten. En daarbij verwijzen ze dan met plechtige gezichten naar gister bedachte eeuwenoude Haagse beginselen, dat ‘wij hier zo niet met elkaar omgaan’, en dat ‘wij alle kiezers serieus nemen’. Tja, en als de heer Wilders dan uitdagend met een onopgeefbaar programmapunt komt – een potsierlijk verbod op een stukje textiel – kunnen ze niet meteen weer terug. Oeroude Haagse beginselen gaan minstens een week mee. Dus gaat elk verkiezingsdebat nu even over lapjes. Kan Wilders intussen bedenken achter welke grol hij zijn kamergenoten volgende week zal laten aanhollen.

Overal ter wereld sterven in razend tempo soorten uit en … maar dat waren we intussen al lang weer vergeten.