Bart Voorzangers weblog

top

volgend

overzicht

39 Respect voor Wilders

Elk eerlijk en zinnig oordeel over de uitspraken van mensen als Wilders en Hirsi Ali begint bij het besef dat zij slachtoffer zijn.

maandag, 15 maart 2010

In Het Gesprek op Zondag (van 14 maart 2010) vertelde Meindert Fennema terloops iets over het boek over Geert Wilders dat hij aan het schrijven is. Gevraagd wat de lezer uit dat boek moet bijblijven noemde hij als eerste de constante bewaking waaronder de heer Wilders al heel lang leeft, en waarschijnlijk ook nog heel lang leven zal, en de druk die zoiets op zijn leven zet. Ik sta daar inderdaad nooit bij stil.

Wie weet voelt het even wel stoer een stel kale mannen met oortjes om je heen, maar meer dan even zal het niet zijn. De heer Wilders kan niet informeel bij iemand langs, hij kan geen ommetje maken omdat het opeens zo heerlijk zonnig is. Hij kan niets zonder door een drom bewakers omgeven te zijn. Hij is een gevangene met mannetjes in plaats van muren, wat vele malen erger is. En dat alles alleen om de dingen die hij zegt.

De heer Wilders is dus ervaringsdeskundige waar het gaat om islamistische terreur. En hij is de enige niet. Mevrouw Hirsi Ali, die Nederland ontvluchtte maar vanuit de VS nog wel steeds volgt, wordt ook nog altijd bewaakt en is dus ook nog altijd een gevangene.

Tegenover mensen die tot zo’n leven gedwongen worden, past begrip, medeleven en terughoudendheid bij het beoordelen van wat zij doen en zeggen. Als zij waarschuwen voor een religie doen ze dat op grond van wat ze aan den lijve hebben ondervonden en nog dagelijks moeten ondervinden. Zo’n waarschuwing verdient het serieus te worden genomen.

De vraag is alleen – en altijd weer – waarop zulke ervaringsdeskundigheid precies betrekking heeft. Wilders en Hirsi Ali worden bedreigd door moslims, maar hun uitspraken gaan over veel meer dan alleen de mensen die hen bedreigen. Die uitspraken gaan over ‘de’ moslims, en dat simpele woordje ‘de’ zet opeens een hele reeks nullen achter het aantal moslims waarover ze uit ervaring spreken kunnen. Zo’n vermenigvuldiging berust op een denkfout, ook als hij wordt uitgevoerd door ervaringsdeskundigen die recht hebben op onze diepste consideratie. En om het allemaal nog lastiger te maken doen zij hun uitspraken op een toon waarin alle frustraties over hun akelig lot meeklinken.

Wanneer mensen als Wilders of Hirsi Ali spreken over wat het betekent, voor henzelf maar ook voor hun omgeving, om bedreigd te worden, kunnen we weinig anders dan heel goed luisteren en ons respect betonen. Maar als zij spreken over de islam en over de miljoenen aanhangers die, geïnspireerd door dat geloof, volstrekt normale, menselijke levens leiden en als vrouw of moeder, buur of vriend voor niemand onderdoen, spreken ze over zaken waarvan ze niets weten, en zelfs vanwege hun dieptreurige gevangenschap niets te weten kunnen komen. En als ze in hun toon en woordkeus hun woede om een onverdiend lot uitgieten over de miljoenen die daar part nog deel aan hebben, worden anderen het slachtoffer van hun slachtofferschap.

De kunst is om mensen als Wilders zonder omhaal tegen te spreken, zonder iets af te doen aan het respect voor hun leed en de afschuw om het onrecht dat hun wordt aangedaan. Ik zou nog lang moeten oefenen voor ik die spagaat beheerste, maar ik hoef ook niet echt, want ik spreek zo iemand als Wilders niet. Onze vertegenwoordigers in Den Haag doen dat wel, en het is te hopen dat zij die spagaat wel gaan beheersen.

Ik heb in eerdere bijdragen aan dit weblog weinig complimenteuze dingen over de heer Wilders gezegd. ’t Zou geschiedvervalsing zijn ze nu te schrappen, maar het spijt me dat ik onvoldoende gelet heb op het onderscheid tussen de man die volstrekt onverdiend van een menswaardig bestaan beroofd wordt, en de uitspraken waar uiteindelijk niet meer mee mis is dan dat ze generaliseren en vol zitten met een zeer inleefbare, maar helaas verkeerd geadresseerde haat.