Bart Voorzangers weblog

top

volgend

overzicht

53 Meester, híj begon!

De PVV waarschuwt ons voor mensen die begrip hebben voor de aanslagen van 11 september.

zaterdag, 15 mei 2010

De kern van het probleem dat ergens ver achter deze stukjes steekt, is onze angst voor aanslagen als die van 11 september 2001 in New York, 11 maart 2004 in Madrid en 7 juli 2005 in Londen met respectievelijk zo’n 3000, 200 en 60 slachtoffers.

‘De helft van de Nederlandse moslims heeft begrip voor de aanslagen van 11 september’, kopt de PVV in een verkiezingsfilmpje. De PVV hoopt ongetwijfeld dat wij die moslims daar heel enge mensen van gaan vinden. Mijn lijfblad zet vraagtekens bij dat ‘helft’. Recent onderzoek over de mate van begrip is er niet en het is de vraag of de geënquêteerden bij het laatste onderzoek terzake het Nederlands voldoende beheersten om te beseffen dat ‘iets begrijpen’ wat anders is dan ‘ergens begrip voor hebben’. De vraag die het niet stelt is hoe erg het zijn zou als vijftig procent van onze islamitische landgenoten inderdaad begrip had voor die aanslagen.

Ik heb alle begrip voor die aanslagen. Ze werden gepleegd door jonge mensen uit een regio waar het leven voor velen geen echt pretje is. Wie precies schuld heeft aan dat gebrek aan pret is onderwerp van discussie, maar ik kan me goed verplaatsen in mensen die de Eerste Wereld, ons dus, medeverantwoordelijk houden. Onvrede over wat als onderdrukking wordt ervaren, vertaalt zich vaak in het ontstaan van verzetsbewegingen die klappen uitdelen waar ze daar de mogelijkheid voor zien. Onze eigen geschiedenis zit vol voorbeelden. Van Speijk blies zijn kanonneerboot op toen die door een verkeerde wind in Antwerpse handen dreigde te vallen; bemanning en omstanders gingen mee de lucht in. De Geuzen die Den Briel innamen toen ze daar verlijerd waren en het Spaanse garnizoen net even op stap bleek, vierden die overwinning twee maanden later met het ophangen van negentien uit Gorcum aangevoerde katholieke geestelijken en lekenbroeders, en het levend verbranden van een handvol anderen. Of zulke acties als infame moorden of als heroïek de geschiedenis ingaan, hangt alleen af van wat er verder gebeurt. De kant die wint, bepaalt wie schurk en wie held is, en de kant van de aanslagplegers in New York, Madrid en Londen is voorlopig niet aan de winnende hand.

Laat één ding duidelijk zijn: hoeveel begrip ik ook voor die aanslagen heb, verkeerd vind ik ze wel. Alleen, als ik in 1572 geleefd had en een Nederlandse katholiek was geweest, had ik over het gedrag van de mannen van Lumey net zo geoordeeld. Wie zal zich laten voorstaan op een gelijk dat zozeer op toeval berust?

Wat de aanslagplegers vaak verweten wordt, is dat zij het oorlogsrecht aan hun laars lappen. Ze hadden zich vooraf als soldaten moeten presenteren, hun tegenstander de oorlog moeten verklaren en hun geweld netjes moeten richten op de soldaten van de tegenpartij. Zit ik er ver naast als ik denk dat een nette oorlog een fictie is? Net als het onderscheid tussen held en schurk, wordt de netheid van het oorlogsgedrag der combattanten achteraf bepaald, en wel door wie de oorlog wint. Duitsland, Italië en Japan begingen oorlogsmisdaden, de geallieerden niet (nou, Rusland misschien, maar dát oordeel maakt deel uit van de vólgende – koude – oorlog). Was de Tweede Wereldoorlog anders verlopen, dan hadden we inmiddels waarschijnlijk het omgekeerde gedacht, en hadden we jaarlijks stilgestaan bij de slachtoffers van de bombardementen op Dresden (25.000 dode burgers in één nacht zinloos bombarderen) en Hiroshima (zo’n 80.000 – en nog zo’n 60.000 als gevolg van de gevolgen – maar verder idem dito). Ik vrees dat we de aanslagplegers van New York en elders in dit opzicht alleen een stuitend gebrek aan hypocrisie kunnen aanwrijven: ze maakten hun burgerslachtoffers zónder smoes.

De kern van het probleem, schreef ik eerder, is onze angst … Maar dat zal niet iedereen onderschrijven. De kern van het probleem is volgens bijvoorbeeld de PVV het verband tussen de aanslagen en het geloof van de aanslagplegers. Ik ga hier de argumenten tegen dat verband niet herhalen. Alle gelovigen, godsdienstige en niet-godsdienstige, streven naar vrede. Allemaal rechtvaardigen ze om strijd elk geweldsgebruik dat die vrede naar hun idee dient. En allemaal achten ze hun eigen vreedzaamheid kenmerkend en hun eigen geweldgebruik een akelige ongewoonheid die helaas wordt afgedwongen door het gedrag van anderen.

De leerlingen die ik ooit les mocht geven, hoe jong ze ook waren, kenden het klappen van die zweep al: ‘Meester, híj begon …!’