Bart Voorzangers weblog

top

volgend

overzicht

57 De AEL en zijn holocaust-cartoon

De Arabisch-Europese Liga is veroordeeld wegens een cartoon over de slachtoffers van Auschwitz. ’t Gaat om een akelig plaatje, maar ’t legt de vinger op een aantal zere plekken: wij meten met twee maten en wij verabsoluteren het nazi-kwaad. Die verabsolutering houdt ons af van gezond zelfonderzoek, en legitimeert een Midden-Oostenbeleid dat tot groot onrecht leidt. ’t Gaat dus ook om een leerzaam plaatje, en dat is minstens zo belangrijk.

donderdag, 9 september 2010

De Arabisch-Europese Liga is een week of wat geleden in hoger beroep veroordeeld vanwege een spotprent. Op die prent (hij is op internet gemakkelijk te vinden) zien we twee heren bij wat menselijke resten staan. Een bordje ‘Auswitch’ (sic) geeft aan waar de scène zich afspeelt. De ene heer zegt ‘Ik denk niet dat het joden zijn’; de ander, met pen en papier in zijn handen, zegt ‘We zullen toch op de een of andere manier aan die 6.000.000 moeten komen!’

Volgens het gerechtshof

… bestaat (er) geen verschil van mening over dat de ‘Auswitchcartoon’, op zichzelf beschouwd, beledigend is over een groep mensen, Joden, wegens hun ras. Zij worden er – minst genomen – van beticht de holocaust te overdrijven en dus op dit punt onbetrouwbaar te zijn.

Echt volgen kan ik dit niet. De enige manier waarop je joden ‘wegens hun ras’ zou kunnen beledigen is door ze – ten onrechte – een ras toe te schrijven. De nazi’s deden dat; de cartoonist doet het nergens, dus de eerste bewering snijdt geen hout. De tweede dan: het plaatje zou joden ervan betichten de holocaust te overdrijven en dus onbetrouwbaar te zijn. Doet het dat?

De ene heer op het plaatje is er kennelijk toe geneigd zoveel mogelijk slachtoffers als joods te tellen, terwijl de ander daar even kennelijk bij aarzelt. Als we ervan uitgaan dat beiden joods zijn en dat ze samen staan voor de joden als groep, dan suggereert de cartoon hoogstens dat sommige joden de holocaust overdrijven. Over betrouwbaarheid zegt dat nog weinig. Wie nooit heeft overdreven, werpe de eerste steen … De tweede bewering in het citaat hierboven begint met een onjuistheid en verbindt daar een conclusie aan die er niet uit volgt. Kortom, de rechtvaardiging van het vonnis deugt niet. En er is meer.

De AEL publiceerde dit plaatje naar aanleiding van de Jutlandse Mohamed-cartoons. De liga wilde laten zien dat wij met twee maten meten. Plaatjes die moslims krenken ‘moeten mogen’ vanwege de vrijheid van meningsuiting, terwijl plaatjes die anderen krenken, worden bestraft omdat ze ‘beledigend’ zijn. Het vonnis bevestigt het gelijk van de AEL. Dat gelijk mogen we ons aantrekken.

De AEL had hiervoor een cartoon nodig die in het westen even heftige reacties zou losmaken als de Mohamed-cartoons in de islamitische wereld. Dat ze met een plaatje kwamen dat vraagtekens zet bij het aantal slachtoffers van de holocaust was zo goed als onvermijdelijk. Andere grote taboes hebben we niet. Dat hun plaatje mensen zeer pijnlijk trof is triest, zelfs al moesten die mensen wel speciaal naar de AEL-website om zo getroffen te worden. Maar laten we eerlijk zijn: die vraagtekens zijn terecht. En bovendien zijn ze – helaas – relevant omdat aantallen – ten onrechte – een politieke rol spelen.

Het aantal mensen dat in kampen stierf of vermoord werd, enkel en alleen omdat de nazi’s ze als minderwaardig beschouwden, kennen we niet, en zullen we ook nooit kennen. Ze tellen zoals de heren op dat plaatje doen, kunnen we niet. De meesten zijn verdwenen, volledig verdwenen. Verder dan schattingen komen we niet, en die lopen zeer uiteen, al gaat het altijd om vele miljoenen.

Hoeveel van die slachtoffers joods waren is nog lastiger aan te geven, alleen al omdat ‘jood’ een zeer onduidelijk begrip is. Willen we weten hoeveel van de slachtoffers het joodse geloof beleden – in feite de enig zinnige invulling van het begrip? Tellen we de mensen mee die met het geloof weinig hadden maar die zichzelf wel in een andere zin als jood zagen? Of tellen we iedereen die de nazi’s op grond van onzinnige ‘rassenkundige’ criteria als jood telden? Wat de doden vonden, dachten en geloofden is niet te achterhalen. Maar wie door de nazi’s als jood werd gezien, is in kampadministraties – voor zover die behouden bleven – precies na te gaan, al zijn daar mensen bij die zichzelf geenszins als jood beschouwden en zullen we nooit weten hoeveel.

In feite zitten we hier met een cynische paradox: hoe dwazer de definitie, hoe groter het aantal, en hoe betrouwbaarder de gegevens. Tegen die achtergrond moet je niet meer willen zeggen dan dat er in een zeer beschaafd Europees land in een zeer recent verleden een door louter vooroordelen geïnspireerde moord op onvoorstelbaar veel mensen plaatsvond.

De mogelijkheid van zo’n gigantische ontsporing komt daarmee akelig dichtbij. Kennelijk zijn gewone mensen onder ongewone omstandigheden tot zoiets in staat. U en ik zijn gewone mensen. Wat precies zijn die ongewone omstandigheden, en hoe voorkomen we dat we daar ooit in terechtkomen? Dáár gaat het om. En het feit dat zich in ons land opnieuw een groep aftekent waartegen de vooroordelen zich ophopen, maakt die vraag dringender dan ooit.

Waarom willen we zo graag weten hoeveel joden er omkwamen? Ik groeide op met het idee dat het onvoorstelbare kwaad dat de joden is aangedaan het bestaan van de staat Israël rechtvaardigt. De slachtoffers van zo’n met niets te vergelijken ramp hebben recht op een eigen land waar ze in alle veiligheid geheel zichzelf kunnen zijn. In die context speelt het Grote Getal een granieten rol. Het schraagt de onvergelijkbaarheid waarzonder we opeens voor eindeloos veel vervolgde groepen een eigen land moesten zoeken.

Maar het idee waarmee ik opgroeide is om twee reden laakbaar. Het geeft die slachtoffers te veel én het geeft ze te weinig. Te weinig omdat joden overal ter wereld in veiligheid moeten kunnen leven, en niet alleen in dat ene land; te veel omdat het land dat we ze gunden al bewoond was: ze kregen iets dat al van anderen was.

Het cynische van de zaak is dat Israël precies illustreert wat de zaaiers van moslim-angst ons voorhouden: een land dat overspoeld werd door een overmaat aan immigranten met een ándere cultuur en een ánder geloof dan die van de oorspronkelijke bewoners die daardoor tweederangsburger werden, voorzover ze niet regelrecht het land zijn uitgejaagd. Maar in plaats van Israël met beide handen aan te grijpen als bewijs dat ze een heel realistisch scenario schetsen, staan de angstzaaiers vierkant achter de groep die dat scenario werkelijkheid maakte. Het idee waarmee ik opgroeide, blijkt akelig hardnekkig. Zouden ze kunnen uitleggen waarom wat daar kennelijk niet geeft, hier zo’n ramp zou zijn?

Ach, laat ook maar …

Terugdraaien kunnen we de geschiedenis niet. Maar we kunnen wel ophouden met twee maten te meten. En dat betekent hier: ophouden Israël welwillender te behandelen dan de Palestijnen. Elke zinnige oplossing vergt van de laatsten dat ze een flink deel opgeven van wat toch heus hun eigen land was. Dat ze daarover willen onderhandelen zou meneer Netanjahoe met dankbaarheid moeten vervullen en tot grote toeschietelijkheid moeten bewegen.

Daarnaast vereist het iets van ons. De massamigratie van joodse Europeanen naar Israël had nooit mogen plaatsvinden. Ze hadden hier met zorg en respect moeten worden verwelkomd, maar het tegendeel gebeurde. Joden die uit de kampen of uit de onderduik terugkeerden werden op z’n best aan hun lot overgelaten en vaak zelfs ronduit vijandig ontvangen. En vanwege het vervolg – we zagen die terugkomers graag weer gaan – werden de Palestijnen het slachtoffer van ons antisemitisme. Ook tegenover hen hebben we iets goed te maken.

Zie ook:

151 Over terreur en satire

74 De Franse revolutie en de boerka

26 plaatjes, poetsvrouwen en de profeet