Bart Voorzangers weblog

top

volgend

overzicht

58 Eisen aan allochtonen

We mogen – en moeten – aan nieuwkomers – de aardige en de onaardige – dezelfde eisen stellen als aan ieder ander, al doen we er goed aan rekening te houden met specifieke problemen als de onontwarbaarheid van het Nederlandse rechtsgevoel.

maandag, 20 september 2010

Ik krijg wel eens een reactie op wat ik hier schrijf, en ’t wil wel eens gebeuren dat mij dan wordt uitgelegd dat die allochtonen echt niet zo lief zijn als ik doe voorkomen. Schrijf zélf maar eens zonder verkeerd begrepen te worden.

Laat duidelijk zijn dat er heel wat arrogante, veeleisende, zelfgenoegzame, luie, gewetenloze en misogyne allochtonen zijn. Hun tekortkomingspercentage zal vast niet voor het onze onderdoen. Maar de niet altijd uitgesproken idee achter ’t bedoelde commentaar is dat ik voor een harde aanpak van allochtonen zou pleiten als ik wel rekening hield met hun tekortkomingen. ’t Is de vraag – de vraag welke eisen we eigenlijk precies aan nieuwkomers mogen stellen. Ik ga maar eens een rijtje veelgenoemde eisen langs.

De wet

In een land gelden wetten en iedereen wordt geacht zich daaraan te houden. Nu is het lastige voor nieuwkomers wel dat oudkomers het met die wetten hier niet altijd even nauw nemen. De modale weggebruiker beschouwt verkeersregels als adviezen-in-geval-van-twijfel, en de modale weggebruiker twijfelt maar zelden. De modale belastingbetaler gaat prat op zijn creatieve omgang met financiële gegevens, en houdt zichzelf graag voor dat de goedkope krachten die hij inhuurt voor huishoudelijk werk of de bouw van een dakkapelletje zélf maar moeten zien wat zij de fiscus melden. U en ik voelen heel precies aan welke wettelijke hoekjes we wel en niet mogen afsteken, maar dat is een subtiele aangelegenheid. Kortom, neem het nieuwe landgenoten niet te snel kwalijk als ze ons voorbeeld verkeerd begrijpen. Maar los daarvan: ieder wordt geacht zich aan de wet te houden, dus allochtonen ook.

Terzijde: politici benadrukken om strijd dat nieuwe Nederlanders zijn oververtegenwoordigd in onze misdaadstatistieken en dat dat geen pas geeft. Ik ben het geheel met ze eens. De oplossing is gelukkig simpel: stop met het registreren van ‘etniciteit’ en noteer in plaats daarvan kenmerken die wel relevant zijn voor het gewraakte gedrag.

Identiteit en identificatie

Een land is een gezamenlijke onderneming en die draait het best als alle deelnemers zich daaraan committeren. Volgens sommigen vereist dat een degelijke dosis nationalisme en trots op het vaderlanderschap. Maar laten we eerlijk zijn: weinig is zo zuiver Nederlands als scepsis over vlag en volkslied. Ik voel me Nederlander als ik in een ver buitenland om zes uur last krijg van een rammelende maag en geen restaurant kan vinden waar de keuken voor achten opengaat. Voor het overige wóón ik hier gewoon, en dat met alleszins redelijk genoegen. Een enkele landgenoot zou liever ergens anders zijn, maar kán dat niet omdat hij daar zijn dagelijks brood niet bij elkaar krijgt of er gewoon niet welkom is. De rest woont hier omdat Nederland hen al met al toch het aardigste land lijkt. Wie meer toewijding eist, eist meer dan waar de modale autochtoon aan wil beantwoorden, en meet heel onhollands met twee maten. Wie hier beslist wil blijven, geeft duidelijk genoeg aan hier te willen zijn, en of zo iemand zich desgevraagd als Roma of Riffijn identificeert, doet daar niets aan af.

De taal

Sommige landen hebben één taal. Wat meer landen hebben meer talen, al is één daarvan wel dominant. En de meeste landen zijn gewoon meertalig. Het bijna ééntalige Nederland (over het wonderschone Fries heb ik het nu even niet) is in feite een uitzondering. Laten we reëel zijn: dat kunnen we alleen zo houden met een draconische taalpolitiek. We zouden om te beginnen vreemdtalig onderwijs moeten verbieden en de University Colleges die op het ogenblik als paddestoelen uit de grond schieten weer en even snel moeten sluiten. Ik zie het nog niet gebeuren. En besef wel dat de verengelsing van ons onderwijs een serieuzere bedreiging van het Nederlands vormt dan die ene eenzame Turkse mevrouw van zeventig die van de gemeente een brochure in haar eigen taal krijgt. Bovendien, toen zij hier kwam wonen eiste niemand dat ze de taal leerde, dus wie die eis nu wel stelt, verandert de regels van een spel dat al bijna is uitgespeeld. En verder is de kans dat zij echt nog Nederlands leert, erg klein. Er komt voor iedereen een tijd dat zulk leren niet meer gaat. Natuurlijk heeft iemand die alleen Turks of Tamazigh spreekt weinig kansen op de Nederlandse arbeidsmarkt, en ’t is in ieders belang dat nieuwkomers die tegen dat gebrek aan kansen oplopen de gelegenheid krijgen de taal te leren. Een inkomensafhankelijke bijdrage aan zulk onderwijs lijkt me zeer gepast. Maar bedenk wel dat de werkzoekende met een talige beperking van morgen Pools of Roemeens spreekt, EU-burger is en op geen enkele manier tot talige aanpassing gedwongen kan worden. Zolang die Europese regel geldt, betekent een eis met sancties die wel geldt voor niet-EU’ers gewoon rechtsongelijkheid.

Normen en waarden

Sommige landen hebben gedeelde normen en waarden. Althans, dat hoor je vaak. Voorbeelden waaruit dat blijkt, ken ik niet. Nou ééntje dan, van horen zeggen – ik ben nooit in Vaticaanstad geweest. Wie met een plechtig gezicht voor tv of radio verkondigt dat ‘nieuwkomers’ zich aan ónze normen en waarden moeten houden, bedoelt met dat plechtstatige ‘onze’ nooit meer dan een benepen ‘mijn’, en vaak zijn er meer autochtonen dan allochtonen die de daarmee aangeduide normen níet onderschrijven. ‘Onze’ normen en waarden bestaan niet, dus kun je ook van niemand eisen dat hij of zij die aanhangt.

Kritiek op het eigen nest

Een deel van onze nieuwe landgenoten is moslim. ’t Zal u niet zijn ontgaan. Dat deel zou hier graag zijn geloof belijden, en dat liefst in vrijheid. Elders in de wereld wonen meer moslims, soms in landen waar ze de meerderheid uitmaken, en dat zijn nogal eens landen waar niet-moslims weinig ruimte krijgen voor hún geloofsbeleving. Dat geeft geen pas, en dan druk ik me zwak uit. Maar er zijn mensen die om die reden van ónze moslims eisen dat ze meer dan anderen protesteren tegen het gebrek aan godsdienstvrijheid in ‘hun’ landen. Die eis miskent dat het ‘hun’ landen helemaal niet zijn. Nederland is hun land, en daar hebben ze ruim genoeg mee te stellen. Bovendien zijn mensen verantwoordelijk voor hun eigen gedrag, niet voor dat van anderen elders, ook niet als die anderen in een of ander opzicht geestverwanten zijn. En doorgaans erkennen we dat. We riepen Nederlandse atheïsten per slot nooit op zich nadrukkelijker dan anderen te keren tegen de praktijken van het al even atheïstische Chinese bewind tijdens de Culturele Revolutie, of in de nadagen van het studentenprotest op het Plein van de Hemelse Vrede. En ik heb nog niemand horen betogen dat een Nederlandse katholiek die slachtoffer werd van ongewenste intimiteiten eerst maar eens iets moet doen aan het ongewenst intieme gedrag van zijn eigen geloofsgenoten voor hij recht en slachtofferhulp eist.

Kortom, we mogen – en moeten – aan nieuwkomers – de aardige en de onaardige – dezelfde eisen stellen als aan ieder ander, al doen we er goed aan rekening te houden met specifieke problemen als de onontwarbaarheid van het Nederlandse rechtsgevoel. En nu maar hopen dat dit stukje naar uw gevoel eindigt met een open deur.