Bart Voorzangers weblog

top

volgend

overzicht

64 Anderen over het Koninklijk Atheneum

Een (gelukkig korte) omweg naar een boeiend stuk over het kledingbeleid van het Antwerpse Koninklijk Atheneum.

dinsdag, 19 oktober 2010

Marc Laquière, secretaris van de Belgische Federatie Marokkaanse Verenigingen (FMV), schreef me naar aanleiding van mijn Open brief aan Femke Halsema (63):

Femke Halsema vind ik een boeiende politieke persoonlijkheid. Wij schrokken ons een aap toen we in diverse media haar verwijzingen lazen naar wat er zich zou afgespeeld hebben in  het Koninklijk Atheneum in Antwerpen. Zonder enig bronnencontrole of gesprekken met de rechtstreeks betrokkenen bij een ondemocratisch genomen beslissing die achteraf moet goedgepraat worden, gaat Femke Halsema ervan uit dat het woord van een directrice in casu Mevr. K. Hermans objectief, volledig  en correct zou zijn.  Wij zijn het ondertussen beu geworden om telkens weer te moeten reageren tegen een hoop onwaarheden, verdraaiingen van de werkelijkheid. Wellicht moeten we leren accepteren dat het woord van een ‘autochtoon’ in Vlaanderen (en wellicht ook in Nederland) veel meer waard is en eerder geloofd wordt dan het woord van een hele groep ‘allochtonen’.

We raden jouw lezers (m/v) dan ook aan alvast eens de tekst van Eric Hulsens te lezen.

Bij die raad sluit ik me van harte aan. De directie van het Koninklijk Atheneum verbood het dragen van hoofddoekjes om feitelijke en potentiële draagsters te beschermen tegen groepsdruk, en mevrouw Halsema sprak daar kennelijk haar steun voor uit. Eric Hulsen bespreekt het boek waarin de directrice van het Antwerpse Atheneum het beleid van haar school beschrijft en verdedigt en dat mevrouw Halsema, net als ik, wellicht niet gelezen heeft. Hij komt tot de conclusie dat de directrice zich in feite geen greintje minder autoritair opstelt als ze de cultuur waaruit haar leerlingen komen verwijt te zijn. Bij het hoofddoekjesbesluit was van enige medezeggenschap geen sprake. Hulsen schrijft:

Het verhaal van mevrouw Heremans, die zich distantieerde van de abrahamitische religies met hun duidelijke regels, die kritiek gaf op de druk die allochtone gezinnen op hun kinderen uitoefenen, en die het recht op een eigen mening van de jeugd verdedigde, eindigt met een totale omkering: als een abrahamitische godheid vaardigt de directrice … “heldere en duidelijke regels” uit, noemt de eigen mening van de jongeren “hardnekkigheid” en “gebrek aan bereidheid tot compromissen” en oefent via een schoolreglement zelf de druk uit die ze bij de “patriarchale” gezinnen van de allochtonen afkeurt.

Groepsdruk is een kwade kracht. En ik snap dat je jonge mensen daarvoor wilt behoeden. Maar bescherming maakt afhankelijk. Als je wilt dat ze later op eigen benen kunnen staan, moet je ze niet beschermen; je moet ze weerbaar maken.