Bart Voorzangers weblog

top

volgend

overzicht

66 Drayers drogredenen

Columniste Elma Drayer schreef drieënhalve krantenpagina vol over de vrouwonvriendelijkheid van orthodoxe monotheïsten en de ‘kongsi van christenvrouwen, feministen en zedenkenners’ die er nonchalant en harteloos voor pleit ze rustig hun gang te laten gaan (Trouw, 23 oktober 2010). Een leerzaam stuk voor wie in drogredenen geïnteresseerd is.

zondag, 24 oktober 2010

Mevrouw Drayer begint met de SGP, de partij die vindt dat vrouwen in de politiek niets te zoeken hebben en ze binnen de partij op de tweede rang zet met een beroep op de grondwettelijke vrijheid van godsdienst. Ten onrechte, volgens mevrouw Drayer. Die grondwettelijke godsdienstvrijheid staat gelovigen toe mannen en vrouwen verschillend te behandelen, maar alleen ‘binnen de eigen muren van synagoge, kerk of moskee’. De SGP past als partij niet in dat rijtje, dus die mag dat niet. ’t Klinkt logisch, maar ’t is onzin. De grondwet maakt geen nette boedelscheiding – godsdienstvrijheid voor in de kerk, vrijheid van meningsuiting voor in de politiek, recht op gelijke behandeling voor op de werkvloer, enzovoort. Alle grondrechten zijn bedoeld voor overal; daarom botsen ze zo regelmatig.

Mevrouw Drayer is blij dat het Clara Wichmannfonds de machteloze SGP-vrouwen redde door een rechtszaak voor ze aan te spannen. Volgens haar is driekwart van de SGP-jongeren en een groeiend deel van de ouderen voor gelijkberechtiging. Goed nieuws dat meteen laat zien waarom juridische actie overbodig was: even geduld en het probleem was van binnenuit verholpen, wat SGP-vrouwen een vernederend staaltje van maternalistisch ‘voor u maar zonder u’ had bespaard.

Vervolgens kapittelt mevrouw Drayer orthodoxe christenen meer in het algemeen. Ze doen heel hypocriet alsof ze vrouwen moeten discrimineren omdat dat in de bijbel staat. De buitenwacht accepteert dat omdat die de bijbel niet kent. Mevrouw Drayer wel: die kerken zeggen en doen van alles dat niet uit de bijbel komt, en laten van alles weg dat daar wel in staat; ze kletsen maar wat. En mevrouw Drayer heeft gelijk: het christendom berust maar ten dele op de bijbel. Het Oude Testament doet als ‘oud verbond’ alleen voor spek en bonen mee, terwijl het Nieuwe Testament zijn gezag moet delen met allerlei filosofen en kerkvaders – en dat vooral bij de katholieke kerk die er van haar extra van langs krijgt. Alleen, geen serieus theoloog die daar geheimzinnig over doet.

Het grootste deel van mevrouw Drayers verhaal gaat uiteraard over de islam. Ze begint met een litanie van ellende – onderdrukte en zwaar mishandelde vrouwen in de islamitische wereld – die niemand ontkent. In het westen zijn zulke misstanden gelukkig ondenkbaar, zegt ze dan, en dat roept de vraag op waarom ze er zo over uitweidt. Verwijt ze ons, zichzelf incluis, gebrek aan betrokkenheid? Heeft ze ideeën over hoe we die vrouwen wél zouden kunnen helpen? Niets van dat al. Ik kan het niet helpen dat ik me toch even afvraag of ze bedoelt te suggereren dat de islamknuffelaars waar ze zo boos op is die onderdrukking wel prima vinden. Nee, zéggen doet ze dat niet.

Wat ze wel zegt is: ‘… de seksesegregatie rukt op. Regelmatig klinken in landen met een relatief grote moslimpopulatie pleidooien voor gescheiden zwemmen, gescheiden gemeenteloketten, gescheiden patiëntenzorg.’ Die gemeenteloketten zijn nieuw voor me, maar er zijn inderdaad moslimsvrouwen die graag gescheiden zouden zwemmen; niet-moslimvrouwen ook trouwens, en er zijn vrouwen, moslim- en niet-moslim-, die liever door een vrouw dan door een man worden bedokterd en verpleegd. Niet meer willen, zusters; mag niet van juf Drayer!

En dan komt mevrouw Drayer tot de kern van de zaak. ‘Een kongsi van christenvrouwen, feministen en zedenkenners werpt zich de laatste jaren op als verdedigers van de hoofddoek.’ Het klinkt alsof die verdedigers staan te juichen bij elke gehoofddoekte vrouw.

Eerst krijgt Karla Peijs ervan langs omdat die inzag dat je een deel van de moslima’s een deel van hun bewegingsvrijheid zou ontnemen als je ze verbood een hoofddoek te dragen. ‘Een petitio principii, ofwel een cirkelredenering’ noemt mevrouw Drayer dat met geleende geleerdheid. Welke redenering nu zo circulair is, legt ze helaas niet uit. Mevrouw Peijs verdedigt een situatie ‘met dezelfde argumenten als waarmee ze in het leven is geroepen’ zegt ze, maar los van de vraag of dat erg is – als een situatie met goede argumenten in het leven is geroepen vormen die argumenten een uitstekende verdediging van die situatie – is het onzin: mevrouw Peijs beroept zich niet op de Koran of de Soenna, maar op het belang van vrouwen zich vrij te kunnen bewegen zodat ze kunnen studeren, kunnen werken en op eigen benen kunnen staan. In een situatie waarin een hoofddoek – deels vanwege vrouwonvriendelijke mannen, geen mens die dat ontkent – die vrijheid biedt, veroordeel je die vrouwen tot onvrijheid door die hoofddoek te verbieden.

Vervolgens breekt mevrouw Drayer haar staf over Anja Meulenbelt, Karen Armstrong en Naomi Wolf, die geen van allen vinden dat wie ook een hoofddoek moet dragen, maar wel pleiten voor de vrijheid van vrouwen daar zélf over te beslissen. Je zou haast concluderen dat mevrouw Drayer ze die vrijheid eens lekker wil ontnemen, maar dát is precies het soort valse omkering waarin Drayer zelf grossiert. En met al even weinig respect voor de waarheid concludeert zij:

Elke moslimhoofddoek, hoe vrijwillig of modieus ook omgeknoopt, verspreidt hetzelfde bericht: ik leg mijzelf als vrouw beperkingen op, omdat de mannen om mij heen worstelen met hun libido. Ik zing een toontje lager, omdat mannen een probleempje hebben met hun lusthuishouding. De islamitische hoofddoek beloont de diepe angst voor al wie een vagina bezit.

Bovendien betekent elke nieuwe moslimhoofddoek een stille overwinning voor de salafisten en hun diepe haat tegen het Westen – ook al houdt de draagster in kwestie nog zo vol dat zij slechts haar Schepper eer wil bewijzen. Waarom zou je dat in hemelsnaam toejuichen?

Kortom, die vrouwen mogen dan denken dat ze zelf beslissen of ze een hoofddoek dragen, maar mevrouw Drayer, en alleen mevrouw Drayer, bepaalt wat zij met die hoofddoek bedoelen.

Beelden uit mijn studententijd te midden van tot het communisme bekeerde ex-refo’s: de gestaalde kaders leggen uit waarom de arbeider een auto wil. Hij denk zelf misschien dat hem dat eindelijk de vrijheid geeft eens lekker met vrouw en kinderen op stap te gaan of met vrienden te gaan vissen, maar in werkelijkheid wil hij het omdat hij van het grootkapitaal moet consumeren zodat de vrije markt blijft draaien en hij afhankelijk blijft van de baas die zijn salaris betaalt – vals bewustzijn om de klassentegenstellingen in stand te houden. Ex-refo’s als mevrouw Drayer raken soms ver van huis, maar van één ding komen ze maar lastig los: de overtuiging dat ze weten hoe de wereld – wat heet de wereld? de kosmos! – in elkaar steekt. Vroeg geleerd, oud gedaan.

Verderop gaat Drayer in op de mogelijke tegenwerping dat haar verhaal haar in het weinig vlijende gezelschap van de PVV brengt. Dat is een onzinargument, zegt ze. We verwijten vegetariërs toch ook niet dat ze hun voedselvoorkeur delen met ‘zekere dictator te Berlijn, bij wie ook geen vleeslapje op tafel kwam’!? Zeker niet, mevrouw Drayer, maar waarom verwijt u hoofddoekdragende vrouwen dan wel dat zij hún kledingvoorkeur delen met die vermaledijde salafisten?

Mevrouw Drayer fulmineert nog even door. Paul Cliteur komt voorbij omdat hij overtuigend heeft betoogd dat de overheid neutraal en seculier moet zijn, waaruit in elk geval mevrouw Drayer afleidt dat vrouwen bij de overheid geen hoofddoekjes mogen dragen. Groot goed, die neutraliteit, overtuigend aangetoond of niet, maar waarom zou een grijze overheid neutraler zijn dan een veelkleurige?

Abram de Swaan komt voorbij omdat hij heeft aangetoond dat de hardnekkigheid van de islamitische orthodoxie voortkomt uit angst voor vrouwen die geletterd raken, zichzelf ook als mens gaan zien en niet langer onder de duim gehouden kunnen worden. Ik heb de afgelopen jaren dankzij een rare zijsprong in mijn carrière behoorlijk veel niet- of laaggeschoolde orthodox-islamitische mannen gesproken. Vrijwel zonder uitzondering vertelden ze me vroeg of laat vol trots over hun studerende dochters die het wie weet hoe ver zouden brengen. Groot goed, schrijftafelsociologie – waar haal je anders doordachte hypothesen vandaan – maar is het teveel gevraagd om die hypothesen ook nog even te toetsen?

Drayers uitsmijter is een doordenkertje. Vervang geslacht eens door ras. Vinden we dan nog steeds alles wat we nu vinden over allerlei nu gemaakte verschillen?

… stel, er waren in dit land patiënten die uitsluitend blanke dokters aan hun bed wilden zien. Of zwembaden die aparte uurtjes voor zwarten wilden invoeren. Of straatcoaches die zwarten weigerden aan te raken, gewoon omdat zoiets nu eenmaal niet mag van hun geloof. Zou iemand dan durven beweren dat dit ’dingetjes’ zijn waarover wij niet mogen zeuren? En stel, er was een politieke partij die op grond van haar negerstandpunt zwarten het passief kiesrecht onthoudt. Zou de seculiere buitenwacht haar dan ook in bescherming nemen tegen het ’doorgeslagen gelijkheidsdenken’? Schrijven dat het hier slechts ’religieus-politieke folklore’ betreft? Of dat de betreffende partijleden ’geen vlieg’ kwaad doen?

Die kans lijkt mevrouw Drayer klein, en ze heeft gelijk. Maar de vergelijking gaat dan ook behoorlijk mank. Tussen zwart en blank bestaan geen andere verschillen dan wat huidpigment, terwijl mannen en vrouwen zozeer van elkaar verschillen dat de door Drayer geadoreerde Cisca Dresselhuys hoofdredacteur van een vrouwenblad kon zijn zonder dat Drayer dat een schande vind. Had ze het net zo acceptabel gevonden wanneer mevrouw Dresselhuys de hoofdredactie over een blankenblad voerde? Tussen mannen en vrouwen bestaan zulke grote verschillen dat we het volstrekt acceptabel vinden wanneer vrouwen, en mannen, aparte kleedkamers wensen. Zouden we aparte kleedkamers voor zwarten en blanken even aanvaardbaar vinden? Een bedrijfje in een van oudsher mannenbranche dat zijn eerste vrouw in dienst neemt, moet zorgen voor een apart damestoilet. Waar zijn mevrouw Drayers vlammende betogen tegen dit flagrante seksisme?

Er is geen cultuur waarin mannen en vrouwen een volstrekt gelijke rol spelen, zich volstrekt gelijk gedragen, zich volstrekt gelijk kleden, zich in hun dagelijks leven niet permanent bewust zijn van het geslacht van alle mensen om hen heen. En zo’n cultuur zal er ook nooit komen. We moeten ons inzetten voor een samenleving waarin vrouwen en mannen zoveel mogelijk gelijk behandeld worden – geen tegenstand(st)er van mevrouw Drayer die het daar niet mee eens is – maar ook in zo’n samenleving zal er altijd een spanning zijn. ’t Is soms behoorlijk lastig, die spanning, en er waren en zijn culturen die daar uiterst verwerpelijk mee omgaan – geen tegenstand(st)er van mevrouw Drayer die dat ontkent, ik zeg het nog maar eens – maar hij leverde de inspiratie voor heel wat hoogtepunten in de wereldliteratuur, de muziek, de beeldende kunst, en zonder die spanning zou de aarde al gauw kinderloos zijn. We danken er ons bestaan aan. Wie het verschil tussen man en vrouw achteloos vergelijkt met dat tussen bruin en roze heeft ergens een vrij wezenlijke afslag gemist. Ligt daar misschien het probleem? Ik weet het, ook dat is een typische Drayer-vraag.

Het wrange van de zaak is intussen dat er wel degelijk vrouwen zijn die in een beroerde situatie leven, die mishandeld, misbruikt en opgesloten worden. Dat gebeurt in islamitische kringen, in orthodox-reformatorische kringen, en overal daarbuiten. In plaats van stil te staan bij de zeer praktische vraag hoe we die vrouwen kunnen helpen, neuzelen we over hoofddoekjesverboden en graven we ons in in ideologische scherpslijperijen. En opnieuw hoor ik de ex-refo’s uit mijn studietijd: Even geduld, éérst de wereldrevolutie, dán krijg je te eten.