Bart Voorzangers weblog

top

volgend

overzicht

70 ‘De Islam’ – en wat daar mis mee is

Bij uitgeverij ASP verscheen een verzameling islam-kritische verhandelingen uit het Nederlandse taalgebied (Van Rooy en Van Rooy, 2010). Paul Cliteur juicht op de omslag dat het boek ‘in een belangrijke behoefte voorziet’. En gelijk heeft ie: ’t laat zien dat moslims de eeuwen door heel gewone mensen waren. De vraag is wel of het daarom te doen was …

vrijdag, 10 december 2010

’t Was even stil hier. Ik las De Islam – kritische essays over een politieke religie, een dikke bundel (bijna achthonderd pagina’s, meer dan dertig auteurs) aanklachten tegen een godsdienst die, zo lijkt de boodschap, uit is op wereldheerschappij, en daarbij enthousiast over lijken gaat.

’t Hele boek kwam ik niet door; ik ben op blz. 491 blijven steken. Erg is dat niet. De stukken staan in willekeurige volgorde (alfabetisch op auteur) dus ik heb een aardig aselecte steekproef gelezen. Bovendien was van onderling overleg – ‘als jij dit bespreekt, behandel ik dat wel’ – geen sprake, dus komt er steeds meer terug dat eerder ook al langs kwam. Wat de tweehoofdige redactie wel bijdroeg is onduidelijk.

De schrijvers van De Islam hebben één ding gemeen: de heilige overtuiging dat de islam een acute bedreiging van het vrije westen vormt en dat de ontkenning daarvan culturele zelfmoord betekent. Ze proberen ons daarvan te doordringen met een overdonderend gedetailleerde veelheid aan gruwelverhalen. We lezen over de leugens en moordpartijen waarmee Mohamed de macht in Mekka verwierf, het woeste geweld waarmee zijn volgelingen een kleine generatie later een wereldrijk smeedden, de wrede slachtpartijen waarmee nog weer later het Indiase schiereiland werd geïslamiseerd, de eeuwig weerkerende stroop- en veroveringstochten door de noordelijke helft van Afrika en Oost- en Zuid-Europa, en over sharia en djihad.

Wie daar de vele, al even rauwe wordingsgeschiedenissen van andere wereldrijken, ‘onze’ koloniale oorlogen, slavenhandel, genocide, Wereldoorlogen, steun aan moorddadige dictaturen en gemilitariseerde energiepolitiek, en ‘onze’ pogroms en ketterverbrandingen tegenover stelt, wordt – in vrijwel elk hoofdstuk opnieuw – met hoongelach begroet. Dát zijn typisch argumenten van islamofiele dhimmi’s zonder enig gevoel van verantwoordelijkheid. Oké, dat punt is duidelijk. Nu de tegenargumenten nog.

’t Is niet dat de schrijvers van De Islam ontkennen dat ook anderen zich aan veel kwalijks schuldig maakten, alleen zij hameren op een wezenlijk verschil dat die anderen in hun naïviteit maar steeds negeren: christenen misdragen zich ondanks hun vreedzame religie; moslims moorden, roven, bedriegen (zeker, ook de taqiyya komt weer langs) en onderdrukken omdat ze dat moeten van hun geloof. Nu maar hopen dat de slachtoffers dat verschil beseften alvorens de geest te geven, denk ik dan even.

’t Is duidelijk dat moslims zich de eeuwen door net zo hebben gedragen als willekeurig wie anders, en het is goed dat te weten. ’t Is een mooi en vaak verteld verhaal dat islam dezelfde wortel heeft als salam, vrede, maar de suggestie dat de islam dé godsdienst van de vrede is, snijdt weinig hout. Alleen, het tegenovergestelde is al even onzinnig. Als er zulke grote verschillen zijn tussen de boodschap van de islam en de boodschap van het christendom (of welk ander geloof, met inbegrip van het in het westen nu even prominente agnostisch liberalisme, dan ook), terwijl hun aanhangers zich sinds jaar en dag in vergelijkbare omstandigheden vergelijkbaar gedragen, dan dringt zich één conclusie op: kennelijk wordt ons gedrag niet of nauwelijks door ons geloof bepaald. En dat is misschien maar goed ook.

West-Europa heeft voor het eerst een niet te verwaarlozen islamitische minderheid, en dat zal (alle van elk statistisch inzicht gespeende paniekverhalen over een demografische tijdbom in De Islam ten spijt) nog lang zo blijven. ’t Is even zoeken naar een nieuwe modus vivendi.

De vraag is wellicht: hoe vinden we die (voor zover die niet, als zoveel zegenrijks, vanzelf wel ontstaat)? Daarover in De Islam geen woord. En ook dat is misschien maar goed. De auteurs van dit boek zijn te zeer verblind door angst voor de islam en woede om wie die angst maar niet wil delen – en te zeer overtuigd van het eigen calimero-gelijk – om ooit met zinnig beleid te kunnen komen (en als gezegd, het is maar de vraag of we dat nodig hebben; met enig geduld komt je soms een eind).

Aanvankelijk gaf De Islam me een ongemakkelijk gevoel. Zou ik mijn optimisme over de mogelijkheid van een vredig samenleven met Europese moslims moeten herzien? Maar ik wacht nog even. Er staan in deze bundel een paar historische en theologische overzichten die informatief zijn (voor zover ze juist zijn – dat moeten de deskundigen maar uitmaken) maar wat die ons over moslims leren is toch vooral dat het gewone mensen zijn. De rest is een mengsel van autobiografische notities waaruit á la Hirsi Ali het wezen van een complete wereldgodsdienst wordt afgeleid, pseudo-filosofische gebabbel á la Afshin Elian, en selecties á la Wilders van uit hun context gelichte ‘vreselijke’ korancitaten. En als je als nog niet geheel bekeerde lezer voor de vijftiende keer voor dhimmi wordt uitgemaakt en voor de vijftiende keer de riedel over door perfide moslims misleide westerlingen zoals jij over je heen krijgt, begint dat heel bevrijdend, om niet te zeggen lachwekkend, te werken.

Kortom: een boek om ooit nog eens een bloemlezing van informatieve stukjes uit te halen. ’t Zal de dikte van een Donald Duck niet ver te boven gaan. Alleen, zonder redactie gaat dát niet lukken.

Zie ook:

150 De paradox van een anti-IS-verklaring

149 Grijze pakken en mensenrechten

147 Luxe, comfort en de verlokkingen van de djihad

142 Dreigend fundamentalisme?

141 Onze jihadisten in Syrië

135 Silvain Ephimenco over de Ibn Ghaldoun

122 Islam en Christendom

68 Afshin Elian, Jason W., en de zegeningen van de westerse wijsbegeerte

60 Islamitische onbetrouwbaarheid