Bart Voorzangers weblog

top

volgend

overzicht

81 Trouw-redactrice over thuisonderwijs

In de Trouw van 17 februari 2011 reageert Elma Drayer haar islamofobie weer eens lekker af. Deze keer gaat het over de ouders van het Islamitisch college Amsterdam (ICA) die, nu hun school ondanks forse onderwijsbeteringen, toch nog gesloten wordt, de resterende leerlingen graag thuisonderwijs zouden geven. Ik moet die stukjes niet lezen, ik weet het, maar ’t is als met een gebroken kies: m’n aandacht gaat er telkens weer heen. En ach, ’t is altijd weer leerzaam voor wie in demagogie geïnteresseerd is. Vandaag lezen we eens van achter naar voren.

donderdag, 17 februari 2011

Drayer eindigt haar verhaal met een oud-leerlinge die afstand neemt van het ICA en voor wie ‘een nieuwe wereld’ openging toen ze onderwijs ging volgen tussen niet-moslims en tussen leden van de andere sekse. Ik geloof het meteen. Dat soort dingen gebeuren als je eens ergens anders gaat kijken. Voor niet-moslims die eens wat onderwijs hadden gevolgd aan het ICA was ook een andere wereld opengegaan. En leerlingen die achteraf afstand nemen van hun oude school kent élke school. Met Drayers stelling dat wethouder Asscher thuisonderwijs aan gewezen ICA-leerlingen moet tegenhouden, heeft dat niets te maken.

Uiteindelijk zal elke leerling van het ICA zijn of haar weg moeten vinden in een wereld vol anders-gelovigen, anders-denkenden en anders-levenden. Maar moet dat nú? Ze zijn nu, intensief begeleid door een leger aan vrijwilligers, hard bezig een onderwijsachterstand weg te werken, en ze hebben al hun aandacht en energie nodig om zich voor te bereiden op hun eindexamen. Is dat het juiste moment voor een altijd toch al ingrijpende overgang naar een heel andere school? ’t Is de enige vraag niet die Drayer niet stelt.

Uit een radioprogramma over de ondergang van het ICA maakte Drayer op dat die te wijten was aan gebrekkig onderwijs, en dus aan ‘het treurige scenario dat zich altijd ontvouwt zodra salafisten op het pluche belanden’. Dat het ICA veelal slecht bestuurd werd, staat buiten kijf, maar de meeste, en meest invloedrijke, bestuurders waren vooral machtsbelust, incompetent en inhalig – het soort bestuurder dus dat je elders in het onderwijs ook regelmatig tegenkomt. Met salafisme heeft dat niets te maken. Wás de wereld maar zo simpel.

‘Uitgerekend dit gezelschap wil met “collectief thuisonderwijs” beginnen, waar het helemáál zijn goddelijke gang kan gaan?’ zegt mevrouw Drayer dan. Ze zet er een vraagteken achter, wat suggereert dat het om een vraag gaat. Het antwoord op die vraag: Nee, mevrouw Drayer, het zijn de ouders, en niet de bestuurders, die aan thuisonderwijs denken, en dat weet u ook best, maar u laat u liever meeslepen door uw eigen retoriek dan door een werkelijkheid die u zou dwingen tot nuances waarin u geen zin hebt als het om moslims gaat.

Die ouders willen thuisonderwijs dat qua sfeer zo veel mogelijk aansluit bij die van het binnenkort gesloten ICA omdat ze hun kinderen zo kort voor het eind van hun middelbare-schoolcarrière een al te grote verandering willen besparen. Volgens de wet hebben ze daartoe in de gegeven omstandigheden – het ontbreken van een school die aansluit bij hun levensovertuiging – het volste recht. Maar mevrouw Drayer gunt het ze niet en vindt dus dat de wethouder zich van die wet niets moet aantrekken. In Drayers juridische universum gelden wetten alleen als orthodoxe moslims daar geen baat bij hebben.

Drayer begint haar verhaal met enkele alinea’s over een islamitische school in Birmingham waar volgens een BBC-programma haat werd gezaaid. ’t Zou zomaar kunnen. Alleen, waarom begin je daar een verhaal over een ándere school in een ánder land mee? Bij het ICA was van alles mis met het onderwijs, al is dat de afgelopen jaren in snel tempo verbeterd (zie Het is verkiezingstijd, dus gaat het ICA dicht), maar van haat zaaien is ondanks intensief onderzoek, niets gebleken. Het verhaal over die school in Birmingham is voor een zinnig oordeel over het vervolg op de sluiting van het ICA volkomen irrelevant, en Drayer beseft dat. ‘Of aan deze zijde van het Kanaal zulke uitwassen ook bestaan – geen idee’ schrijft ze. Maar ze vertelt het verhaal wel. En dat doet ze opdat wij bij het lezen van het vervolg in ons achterhoofd het beeld van een haatzaaiende school hebben en ons daar zo over opwinden dat het volkomen ontbreken van enig argument in dat vervolg ons koud laat. En voor het geval we dat verhaal even vergeten waren, roept ze het weer op door een ‘bebaarde’ initiatiefnemer voor het thuisonderwijs te laten opdraven. Mannen met baarden! Nou dán weten we het wel …

Een zinnige discussie over de voor- en nadelen van thuisonderwijs aan ICA-leerlingen gaat over de vraag of zulk onderwijs goed genoeg kan zijn. En zo niet, of enige inbreng van buitenaf zulk onderwijs goed genoeg kan máken. Over de vraag ook wat een plotselinge overgang naar een heel andere school met een heel andere cultuur betekent voor de schoolcarrière van deze leerlingen. Levert dat aanpassingsproblemen op? En zo ja, welke gevolgen hebben die dan voor hun schoolprestaties? Gaat zo’n school extra investeren in de onderwijsachterstanden die deze leerlingen eerder opliepen, en levert dat voldoende op, of kun je ze wellicht toch beter helpen door ze bij elkaar te houden? Zijn de scholen waar die leerlingen heen zouden moeten als ze geen thuisonderwijs krijgen voldoende bereid tegemoet te komen aan de specifieke aan hun geloof gerelateerde wensen van deze leerlingen en hun ouders? Of krijgen we straks gedonder over gymlessen, schooluitjes, en wat niet al, dat deze leerlingen nú even goed kunnen missen? Dát soort vragen.

Wat daaruit zou komen, weet ik niet. Daarvoor weet ik te weinig van de thuisonderwijs-plannen, van de mensen die dat onderwijs zouden geven, en van de scholen waar deze leerlingen heen kunnen als dat thuisonderwijs niet doorgaat. Maar één ding weet ik wel: obligaat ge-Drayer over salafisten, baarden en Birminghamse haatzaaierij staat nadenken over deze kwestie alleen maar in de weg. ’t Zal Drayer niet deren. Die heeft een broertje dood aan nadenken, ook dat van anderen.