Bart Voorzangers weblog

top

volgend

overzicht

86 Rechters in tijdelijke dienst?

Geert Wilders en Lilian Helder bepleiten de tijdelijke benoeming van rechters in wat een beschaafd, zakelijk, en juridisch goed onderbouwd stuk lijkt. Die schijn bedriegt. De argumentatie rammelt en de met veel poeha aangevoerde jurisprudentie is pure fictie.

zondag, 20 maart 2011

Afgelopen vrijdag publiceerde het NRC een pleidooi van Geert Wilders en Lilian Helder voor de tijdelijke benoeming van rechters. Zo op het oog is het een hecht doortimmerd stuk dat netjes verschillende aspecten van de rechterlijke onafhankelijkheid onderscheidt, en cruciale stellingen onderbouwt met verwijzingen naar concrete jurisprudentie van het Europese Hof voor de Rechten van de Mens. Zware kost dus, geen verhaal voor Henk en Ingrid.

Maar klopt het ook?

Volgens Wilders en Helder verwijst de term ‘onafhankelijkheid’ naar twee dingen: (1) een zakelijke onafhankelijkheid – de rechter doet zijn uitspraken zonder dat leden van de wetgevende en de uitvoerende macht hem daarbij in individuele gevallen aanwijzingen mogen geven – en (2) een rechtspositionele onafhankelijkheid – de rechter kan niet worden ontslagen. Hun voorstel heeft alleen betrekking op dat tweede aspect, zeggen Wilders en Helder, en ze bedoelen dat kennelijk als een geruststelling. Zij bepleiten dat een rechter voor een bepaalde tijd wordt benoemd. Hij kan worden herbenoemd, maar dan wel graag na een functionerings- en beoordelingsronde. Wilders en Helder schrijven:

Niet valt in te zien waarom iedere werknemer een functionerings- en beoordelingsgesprek heeft en de heren en dames van de rechterlijke macht hiervan gevrijwaard zouden moeten zijn. Ook rechters zijn mensen.

Op zich is dat een zinnig idee. Maar hoe daaruit volgt dat rechters, anders dan al die andere werknemers, tíjdelijk benoemd zouden moeten worden, is onduidelijk. Al even onduidelijk is met wie ze hun functionerings- en beoordelingsgesprekken zouden moeten voeren, maar dat doet er in feite ook niet zo toe. Rechters worden benoemd door de Kroon, dus door de minister van justitie, en als ze moeten worden herbenoemd, heeft die alle ruimte zijn oordeel over hun functioneren mee te wegen. Een rechter die een uitspraak doet in een concreet geval waarover die minister, bijvoorbeeld gezien zijn politieke kleur, wel eens een duidelijk mening zou kunnen hebben, zal terdege beseffen dat die uitspraak gevolgen heeft voor zijn herbenoemingskansen. De ‘zakelijke’ onafhankelijkheid en de ‘rechtspositionele’ onafhankelijkheid staan dus, anders dan Wilders en Helder suggereren, bepaald niet los van elkaar.

Wilders en Helder zijn kennelijk verbaasd over de ophef waartoe het PVV-voorstel leidde. De tijdelijke aanstelling van rechters is in Europees verband immers volstrekt aanvaard:

Volgens vaste jurisprudentie van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens is het niet nodig dat rechters voor het leven worden benoemd om onafhankelijk te zijn … Dit heeft het Hof bepaald in de jaren zeventig. Daarna is het herhaaldelijk expliciet bevestigd, onder meer in de zaak Ringeisen tegen Oostenrijk van 16 juli 1971. In de zaak Campbell en Fell tegen Engeland op 28 juni 1984 is zelfs een benoemings-termijn geaccepteerd van drie jaar.

Dat klinkt aardig, maar het is onzin. In de zaak Campbell en Fell is weliswaar inderdaad sprake van een benoemingstermijn van drie jaar, maar dat betreft dan de benoeming van (onder andere) rechters als leden van een commissie van toezicht voor het gevangeniswezen – een bijbaantje dus waarin die rechter niet wordt aangesteld om recht te spreken. En dat is iets wezenlijk anders dan een tijdelijke benoeming van een rechter als rechter.

Ook in de zaak Ringeisen is sprake van mensen die tijdelijk benoemd zijn – voor vijf jaar om precies te zijn – maar daar gaat het om leden van een ‘Landesgrundverkehrskommission’, een provinciale arbitragecommissie onder voorzitterschap van een rechter, die uitspraken doet bij conflicten over de verkoop van grond. Opnieuw een rechter die tijdelijk benoemd is in een bijbaantje, wat opnieuw iets anders is dan een rechter die tijdelijk benoemd is als rechter.

Wat het Hof precies bepaalde ‘in de jaren zeventig’ (zie citaat hierboven) heb ik niet uitgezocht. Daarvoor is de omschrijving ook wat te vaag. Maar gezien de evidente irrelevantie van de concretere gevallen die Wilders en Helder aanhalen, ligt het voor de hand dat ze hier zelf maar eens duidelijkheid over scheppen. De voorlopige conclusie mag zijn dat de lezer flink wat zand in de ogen gestrooid krijgt.

Verder valt op dat de auteurs de noodzaak van een tijdelijke benoeming van Nederlandse rechters vooral lijken op te hangen aan uitspraken waarin verdachten – volgens latere uitspraken – ten onrecht veroordeeld en bestraft werden. Onjuiste veroordelingen zijn zeker zorgwekkend, maar of het de zorg van Wilders en Helder is, is de vraag. De PVV pleit regelmatig voor méér veroordelingen en zwaardere straffen. Als die tot stand moeten komen met het huidige juridische apparaat zullen rechters sneller moeten werken en daarmee ook minder zorgvuldig, en als het aan de PVV ligt zullen ze er rekening mee moeten houden dat hun herbenoeming afhangt van het aantal jaren gevangenisstraf dat ze in totaal hebben toegekend. Dat zal de kans op veroordeling van onschuldigen alleen nog maar vergroten.

Het verhaal van Wilders en Helder gaat uitsluitend over strafrecht. Andere rechtsgebieden lijken niet te bestaan. Ook dat is voor de discussie niet onbelangrijk. Ministers, bijvoorbeeld, hebben waarschijnlijk heel wat meer last van bestuursrechters dan van strafrechters. Het risico dat de zakelijke onafhankelijkheid van de rechter door een tijdelijke benoeming in de verdrukking raakt, is op dat terrein dan ook nog weer een stuk groter.

Hoe dan ook, als we de kans op juridische dwalingen willen beperken, kunnen we onze rechters wellicht toch maar beter wel voor het leven benoemen – dat vergroot ook hun zákelijke onafhankelijkheid – en ze stimuleren zich niet te laten opjagen door een tijdgeest die meer hecht aan stevig dan aan weloverwogen optreden. Daarnaast zouden we vooral ook meer rechters moeten benoemen zodat ze hun zaken rustiger en zorgvuldiger kunnen afwerken. Als het lot van Lucia de Berk meneer Wilders en mevrouw Helder werkelijk beroerde, zouden ze dáárvoor pleiten.