Bart Voorzangers weblog

top

volgend

overzicht

97 Malversaties in het islamitisch onderwijs 1: ‘fraude’ en de rol van adviseurs

Binnenlands Bestuur van 2 september 2011 besteedt aandacht aan mogelijke fraude bij islamitische scholen. Het betrokken artikel wijst zeer terecht op de dubieuze rol van alles behalve islamitische administratiekantoren, maar een persbericht terzake laat die rol buiten beschouwing. Dat is op z’n minst jammer.

zaterdag, 3 september 2011

Binnenlands Bestuur meldt dat malversaties in het islamitisch basisonderwijs niet vervolgd worden. Het persbericht daarover spreekt van ‘grootschalige fraudes die de afgelopen jaren bij islamitische basisscholen zijn geconstateerd’, waarna de aangiftes verzandden en OC&W zich beperkte tot het ‘terugvorderen’ van miljoenen bij de betrokken scholen. ’t Is weer eens smullen voor onze anti-islamisten.

Een paar kanttekeningen.

De vraag is natuurlijk allereerst hoe je kunt spreken van fraude zonder dat een rechter heeft vastgesteld dat er gefraudeerd is. Zonder zo’n rechter is er hoogstens sprake van een vermoeden van fraude, en van verdachten die niet veroordeeld en dus tot nader orde onschuldig zijn. De inspectie heeft in een aantal gevallen geconstateerd dat er geld van scholen ging naar posten waarvoor dat geld niet beoogd was. Maar voor fraude is meer nodig dan niet beoogd beleid.

Persberichten worden geschreven om de pers te informeren; over een belangwekkend artikel bijvoorbeeld. Je hoopt dan dat journalisten, nieuwsgierig als ze horen te zijn, dat artikel zullen lezen. Maar dat gebeurt vaak niet. In plaats van het artikel te lezen schrijven ze het persbericht over. En daar staat vaak een hoop niet in van wat dat artikel nou net zo interessant maakt. Dat speelt ook hier.

Het artikel in Binnenlands Bestuur laat voorbeeldig zien hoe pervers het is dat OC&W scholen laat boeten voor bestuursbesluiten waar die scholen zelf de dupe van werden: voor elke euro die ze níet kregen doordat hun bestuur die aan iets anders besteedde, moeten ze vervolgens een tweede euro ‘terug’-betalen aan het ministerie.

Het artikel besteed ook aandacht aan de firma Dyade die optrad als administratiekantoor en huisadvocaat van veel islamitische schoolbesturen. Ik heb als medewerker en lid van de medezeggenschapsraad van een islamitische scholenorganisatie van dichtbij mogen meemaken hoe deze firma ons bestuur afschermde van de ouders en personeelsleden die wel eens wilde weten hoe de financiële vork in de bestuurlijke steel stak. We kregen een meneer van Dyade op ons dak die ons kwam uitleggen dat wij de school schaadden met die nieuwsgierigheid. Meer daarover leest u desgewenst elders.

Daarnaast mogen we best ook eens kijken naar de rol van allerlei andere adviseurs die samen met Dyade het beleid van menig islamitisch schoolbestuur hielpen uitzetten. Zij waren het die de constructies bedachten die die besturen later als fraude werden aangewreven. En het malle is dat de kapitalen die zíj opstreken voor hun ‘hulp’ door niemand als fraude worden beschouwd.

Het is natuurlijk prima dat er weer eens aandacht wordt gevraagd voor de bestuurlijke problemen in het islamitisch onderwijs. Die problemen spelen al dertig jaar. De vraag is alleen wel wat er fout ging en waarom. Islamitische schoolbestuurders wisten, zeker aanvankelijk, echt van niets. Goedbedoelende amateurs waren het. Ze hadden dringend hulp nodig en omdat ze die bij de overheid niet kregen, waren ze aangewezen op deels goedbedoelende en welwillende maar deels ook zonder meer louche adviseurs en adviesbureaus die flink verdienden aan hun advieswerk en die hun klanten, de bestuurders, tevreden hielden door ze aan riante inkomsten uit de schoolkas te helpen zonder ze te wijzen op de mogelijke onwettigheid daarvan. Die adviseurs hadden drs. en mr. voor hun naam staan, die zouden het dus wel weten allemaal. De bestuurders gingen blij verrast in hun plannen mee. En intussen keken OC&W en inspectie fluitend een andere kant op – ‘een probleem bestaat alleen als ik het zie’ leek en lijkt het motto.

De vraag is dus wie hier nu echt iets te verwijten valt. Maar ik vrees dat ook dit golfje aandacht voor de bestuurlijke problemen in het islamitisch onderwijs niet lang genoeg zal aanhouden om die vraag echt serieus op de agenda te krijgen.