Bart Voorzangers weblog

top

volgend

overzicht

105 Homo’s helpen

’t Zou kwalijk zijn als er gemeenschapsgeld werd verkwist aan behandelingen die pretenderen van homo’s gezonde hetero’s te maken. Trouw suggereert dat dat bij de zorginstelling Different veelvuldig gebeurt. Different ontkent dat. De nu ontbrande discussie beneemt het zicht op waar het wel om gaat. Homo zijn in orthodoxe kringen is moeilijk. Die problemen zijn niemands schuld, en waar ze ernstig genoeg zijn om psychotherapie te rechtvaardigen, dient die therapie op dezelfde wijze te worden vergoed als therapie overal elders. Het alternatief is discriminatie op grond van geloof, en dat moeten we niet willen.

donderdag, 19 januari 2012

Trouw schreef dat men bij de uiterst christelijke zorginstelling Different homo’s ‘geneest’ en die behandeling – onder valse voorwendsels – declareert bij de zorgverzekering. Dat leidt tot ophef waarbij zelfs Den Haag heftig meepiept. En als Different inderdaad ‘genezing’ van homoseksualiteit beloofde, zou die ophef terecht zijn. Alleen, die belofte doet Different nergens. Op de eigen site verwijst de instelling naar een onderzoek door christelijke studenten onder cliënten van Different waaruit blijkt dat die zich vooral geholpen voelde ‘bij het acceptatieproces van hun homoseksuele gevoelens en het vergroten van (zelf)inzicht’. Daar beroem je je niet op als je mensen zo snel mogelijk van die gevoelens wilt afhelpen.

’t Is natuurlijk denkbaar dat een individuele medewerker zich wel tot een radicale verandering van iemands seksuele voorkeuren in staat acht, en ’t is zeker mogelijk dat cliënten zich soms met die verwachting melden en niet of onvoldoende van dat idee worden afgeholpen. Dat zou wijzen op gebrek aan professionaliteit van de behandelaar in kwestie – typisch iets om voor te waken. Different geeft op zijn website aan een uitgebreid inspectieonderzoek toe te juichen. Laten we dat eerst eens afwachten voor we met al te veel modder gooien.

Volgens zijn directeur behandelt Different ‘psychisch lijden dat samenhangt met vragen rond seksuele identiteit’, en dat lijkt me volstrekt legitiem. Over de ernst en de behandelbaarheid van zulk lijden valt van alles te zeggen, maar voor we daaraan toekomen, moeten we eerst van wat nodeloze verwarring af.

De minister verklaarde dat homoseksualiteit geen ziekte is, dus dat een eventuele behandeling ervan niet door de zorgverzekering kan worden vergoed. Dat is om twee redenen onzin. De zorgverzekering dekt tal van zaken die geen ‘ziekte’ zijn. Brandwonden en gebroken ledematen zijn geen ziekten, en ouder worden, met de daarbij onvermijdelijke achteruitgang van gezicht, gehoor, geheugen, uithoudingsvermogen en tal van andere lichamelijke en geestelijke functies, is dat al evenmin. Toch gaat daar een fors deel van onze gezondheidsuitgaven aan op. Dus homoseksualiteit hoeft geen ziekte te zijn om voor een door de verzekering gedekte behandeling in aanmerking te komen.

Los daarvan is het ‘ziekte’-begrip behoorlijk vaag. Die vaagheid lossen we bij psychische verschijnselen op door ons te beroepen op het DSM, een Amerikaans handboek van psychische aandoeningen dat gezaghebbend is omdat het Amerikaans is en in een behoefte voorziet. (Ten overvloede: een begrip is ‘vaag’ als er naast de dingen die er evident wél en de dingen die er evident níet onder vallen, ook nog dingen zijn waarvan onduidelijk is of ze wel of niet door dat begrip worden gedekt. De stelligheid waarmee ik een gebroken been geen ziekte noem – en malaria of leukemie wel een ziekte zou noemen – is dus niet in strijd met de vaagheid van het ziektebegrip.)

Homoseksualiteit staat tegenwoordig, anders dan voorheen, niet meer in het DSM. Het opmerkelijke is dat pedoseksualiteit nog altijd wel in dat handboek staat, terwijl het toch om een in medisch opzicht vergelijkbare minderheidsvariant op het thema seksuele voorkeur gaat. Het onderscheid dat het DSM maakt tussen homo- en pedoseksualiteit is uitsluitend een kwestie van maatschappelijke aanvaarding en morele (voor)oordelen, maar het bizarre gevolg is dat velen bij homoseksualiteit verontwaardigd reageren wanneer iemand suggereert dat daar iets te ‘behandelen’ valt, terwijl bij pedoseksuelen steeds harder geroepen wordt dat er medisch moet worden ingegrepen.

Trouw gooit het over een iets andere boeg en stelt in een hoofdredactionele commentaar de klassieke ‘Nurture or Nature’-vraag: ‘Is het een kwestie van geaardheid, of liggen de oorzaken van homoseksualiteit in iemands jeugd, in trauma's uit het verleden?’ De krant vraagt dat vanuit het idee dat het antwoord iets zegt over de behandelbaarheid van homoseksualiteit. Daarmee evenaart Trouw de minister in onzinnigheid.

Natuurlijk kun je onderscheid maken tussen zaken die voor de geboorte al vastliggen en ontwikkelingen die pas daarna plaatsvinden, alleen, dat zégt zo weinig. Een hazenlip dateert van vér voor de geboorte – puur ‘Nature’ dus – maar valt vaak gelukkig nog aardig te repareren, terwijl pakweg blindheid als gevolg van een ongeluk op latere leeftijd – ‘Nurture’ in optima forma – vooralsnog echt onherstelbaar is. Of je homoseksualiteit kunt voorkomen of genezen, is voorlopig een open vraag, en er zit nu weinig anders op dan ermee te leren leven.

Kortom, of homoseksualiteit een ziekte is en wanneer zo’n seksuele voorkeur precies wordt aangelegd, is irrelevant. En irrelevante vragen leiden af van waar ’t wel om gaat. Ik vermoed dat dat hier ook hun functie is. Zowel Trouw als de minister hebben grote moeite met een minderheid die homoseksueel gedrag afwijst (ten overvloede: dat is iets anders dan homo’s afwijzen), maar liever dan daar al te expliciet over te zijn, storten ze zich in een bij voorbaat gewonnen schijngevecht om vervolgens te kunnen roepen: ‘… en dus moet er geen geld heen!’ Ze richten hun aandacht op al dan niet fictieve psychologen die homo’s beweren te genezen, en halen die onderuit met het argument dat er niets te genezen valt omdat er geen sprake van ziekte is. Bij de minister is dat het hele argument – ‘geen ziekte, punt’ – Trouw voegt er nog iets aan toe – ‘geen ziekte, want geaardheid’.

Dát ze de discussie willen mijden is begrijpelijk. Het gewraakte oordeel over de zondigheid van homoseksueel gedrag wordt, uiteraard, theologisch gerechtvaardigd. Misschien kun je christelijke, joodse of islamitische orthodoxen uitleggen dat ze een bepaalde oud-Hebreeuwse of -Arabische term onjuist interpreteren, al zul je van goeden huize moeten komen om ze daarvan te overtuigen, maar het heeft weinig zin te roepen dat ze die teksten niet zo serieus en letterlijk moeten nemen. Je kunt wel willen dat ze een beetje meer gaan denken zoals jij, maar die wens is wederzijds en van beide zijden met evenveel recht en reden. Door buitenstaanders afgedwongen discussies leiden nogal eens vooral tot een extra angstvallig vasthouden aan het eigen gelijk. Daarmee los je dus weinig op.

Hoe verder? Wat zou er gebeuren als we Different wel serieus nemen, en de directeur geloven wanneer die ons verzekert dat de behandeling zich richt op ‘psychisch lijden’ als gevolg van een gegeven seksuele voorkeur, en dus niet op die voorkeur zelf?

Homoseksuelen in een gemeenschap waar homoseksueel gedrag als zondig wordt beschouwd hebben het moeilijk. In feite kunnen ze kiezen uit drie ongemakkelijke alternatieven. Ze kunnen hun geloof, dus hun gemeenschap, mogelijk met inbegrip van familie en vrienden, de rug toekeren. Ze kunnen – het andere uiterste – afzien van seksueel verkeer, althans van zulk verkeer met iemand met wie ze dat echt graag zouden willen. En ze kunnen kiezen voor een andere interpretatie van dezelfde, ook naar hun idee van God gegeven, woorden, en de (dan dus ínterne) discussie met hun geloofsgenoten aangaan.

In het eerste geval zullen ze een geheel nieuw leven moeten opbouwen en het is goed denkbaar dat ze aan die stap trauma’s overhouden waarbij enige psychologische hulp van pas komt. Ik neem niet aan dat Trouw en de minister zo harteloos zullen zijn te vinden dat ze die hulp volledig zelf moeten betalen. Maar ook de andere opties stellen hoge eisen aan iemands geestelijke weerbaarheid. Bij in elk geval de tweede optie – meegaan in de normen van de eigen gemeenschap – biedt Different hulp, althans naar eigen zeggen. Ik zie niet in waarom die hulp, mits professioneel en van voldoende kwaliteit, niet evenzeer voor vergoeding in aanmerking komt.

Je kunt natuurlijk boos blijven roepen dat het een schánde is wat orthodoxe gemeenschappen hun homoseksuele leden aandoen – ‘zomaar’ te eisen dat ze zich van het seksuele gedrag van hun voorkeur onthouden – maar bedenk dan dat wij, in onze seculiere samenleving, van bijvoorbeeld pedoseksuelen precies datzelfde verlangen. Ik ben net iets teveel moreel relativist om te kunnen menen dat wij die eis aan de laatsten mogen stellen omdat het heil van minderjarigen in het geding is, terwijl die eis in het geval van de eersten kant noch wal raakt – per slot gaat het daar om het zielenheil van de betrokkenen zelf, en het feit dat anderen dat anders zien, doet aan het belang ervan voor henzelf (en hun dierbaren) niets af.

Welzeker, de kosten van de gezondheidszorg blijven stijgen, en er komt een moment dat we die echt zullen willen begrenzen. Zo’n besluit zal hoe dan ook pijnlijk zijn, maar laten we ernaar streven die pijn niet eenzijdig af te wentelen op minderheidsgroepen waartoe we zelf niet behoren. De overheid dient levensbeschouwelijk neutraal te zijn. Een overheid die aangeeft het zielenheil van orthodoxe gelovigen irrelevant te achten door hulp vanwege de ermee verbonden psychische problemen van vergoeding uit te sluiten, is dat niet. Die kant moeten we niet op.