Bart Voorzangers weblog

top

volgend

overzicht

107 Scholen gestraft voor de fouten van voormalige bestuurders

Het bestuur van een groepje Brabantse basisscholen deed zich voor negen ton tegoed aan voor onderwijs bedoeld subsidiegeld. Foute boel. Dat bestuur werd uiteindelijk naar huis gestuurd en vervangen door een bestuur dat zich wel aan de regels houdt. Eind goed, al goed? Niet als het aan het ministerie ligt. Dat stuurt verbeten aan op een herhaling van het drama door het nieuwe bestuur te dwingen tot de verspilling van subsidiegelden die ’t het oude bestuur verwijt.

zondag, 12 februari 2012

Bij de Stichting Islamitische Scholen in Helmond e.o. (verder ‘SISHeo’) was het in 2007 een puinhoop, daarover geen misverstanden. Medezeggenschap bestond er niet. Sommige bestuursleden liepen rond op scholen waar ze niets te zoeken hadden – ze horen ‘op afstand’ te besturen – en werden daar onder het mom van vage baantje voor betaald. Andere werden betaald voor bezigheden die ze juist niet verrichten. Ouders en personeelsleden voelden zich – waarschijnlijk terecht – door het bestuur geïntimideerd en bedreigd. En het onderwijs was mager. Kortom: alle ellende die we bij menig stichting voor islamitisch onderwijs eerder elders al evenzeer zagen. De onderwijsinspectie legde die misstanden in rapporten vast, compleet met de reacties van de betrokkenen die op detail wat sputterden, maar de hoofdlijn van de inspectiebevindingen ongemoeid lieten.

Na 2007 is er het een en ander veranderd. Het bestuur is vernieuwd nadat de rechter de oude bestuursleden uit hun functie zette. De medezeggenschap functioneert nog altijd niet ten volle – waar wel? – maar is wel aanzienlijk verbeterd. De onzinbaantjes zijn verdwenen. En de onderwijsinspectie toont zich inmiddels redelijk positief over het door de SISHeo verzorgde onderwijs.

Helaas is daarmee de kous niet af. Het ministerie vindt (terecht) dat de SISHeo in het verleden ten onrechte een fors deel – zo’n negen ton – van het schoolbudget verspilde, en eist die onjuist bestede gelden nu terug. Dat lijkt logisch, maar er is één probleem: de SISHeo heeft geen andere inkomsten dan de subsidie van het rijk, dus zal zij al dat terug te betalen geld moeten onttrekken aan die subsidie.

En de kous blijft nog even onvoltooid op de pennen staan, want de subsidie van het ministerie is niet bedoeld voor het betalen van boetes wegens onrechtmatig bestuurlijk handelen. Die is bedoeld voor onderwijs. Als het ministerie consequent is zal het dus straks, als alle schulden voldaan zijn, opnieuw negen door het bestuur ten onrechte niet aan onderwijs bestede tonnen moeten terugvorderen. En dan weer … en dan weer …

De eerste voorafschaduwing van die repeterende breuk is in de inspectierapporten al te zien. In een op 26 september 2008 vastgesteld ‘Rapport van een incidenteel onderzoek’ constateert de inspectie dat de SISHeo vanwege ‘… juridische adviezen, juridische ondersteuning, kosten van griffierechten en communicatieadviezen voor een totaalbedrag van € 99.079,90’ in de boeken heeft staan, ‘waarvan het vooralsnog onduidelijk is, of deze als rechtmatige besteding van rijksbekostiging zijn aan te merken’. Wat de communicatieadviezen betreft, heeft de inspectie waarschijnlijk gewoon gelijk. De SISHeo beweert die te hebben moeten maken omdat de scholen, en dus de leerlingen, in gevaar kwamen door de negatieve publiciteit rond de bestuurlijke wantoestanden. De ervaring leert dat een beetje geduld in zo’n geval ook al veel helpt: negatieve publiciteit duurt zelden lang, en het effect ervan is meestal tijdelijk.

Maar die juridische adviezen en ondersteuning, en die griffierechten waren nodig omdat het ministerie negen ton terugvorderde en de stichting tegen die vordering in beroep ging. Geloof me, bij zo’n boete zou u dat ook doen. Alleen, als het ministerie tot de slotsom komt dat ook het geld voor juridische zaken ten onrechte is uitgegeven, zal het waarschijnlijk vervolgens besluiten om in de volgende ronde in plaats van negen ton, tíen ton terug te vorderen. In feite zou dat betekenen dat onderwijsstichtingen minder procedurele rechten hebben dan andere rechtspersonen, want – ’t wordt saai, ik weet het – onderwijsstichtingen hébben geen eigen inkomsten waaruit ze juridische bijstand en griffierechten kunnen betalen.

De boete van negen ton is inmiddels tot aan de Raad van State aangevochten (die deed daar op 8 februari j.l. uitspraak over), en het ministerie is steeds opnieuw in het gelijk gesteld. We moeten dus concluderen dat wat het ministerie doet juridisch geheel in orde is, of althans dat het ministerie in zijn recht staat. Maar dat betekent natuurlijk nog niet dat de deugdelijk toegepaste wet zelf ook deugt. Met een wet die in principe een perpetuum mobile van terugvorderingen (en bij juridisch verweer van de beboete partij zelfs steeds hógere terugvorderingen) op gang brengt, is iets mis.

Een tweede probleem is dat zo’n stichting door de wet als iets continu’s en permanents wordt beschouwd. Die stichting doet iets fout, is daar achteraf verantwoordelijk voor, en moet daarvoor boeten. Dat klinkt logisch. Maar wat hier, en eerder in andere gevallen, gebeurde (denk aan de Siba in Amsterdam die mede vanwege de dreiging van zo’n vordering geliquideerd werd), ondergraaft het idee van die continuïteit wel wat. De gewraakte besluiten werden genomen door ménsen die, nu het op betaling aankomt, al lang bij de stichting weg zijn. Er is schoonschip gemaakt. Er zitten níeuwe bestuursleden die duidelijk hun best doen de fouten van hun voorgangers ongedaan te maken, het onderwijs te verbeteren, de medezeggenschap enige inhoud te geven, enzovoort, en díe worden nu geconfronteerd met boetes wegens overtredingen waar ze part noch deel aan hadden. Dat vóelt niet alleen onrechtvaardig, dat ís onrechtvaardig, althans in morele zin. Als er iemand straf verdient, dan toch allereerst de oud-bestuursleden die financieel baat hadden bij hun kwalijke besluiten. En juist die blijven buiten schot. Daar zijn vast goede juridische redenen voor waar eeuwen diep over doorgedacht is, maar het minste dat juristen en rechtsfilosofen zich mogen aantrekken is dat het resultaat van al dat denken hier erg ongelukkig uitpakt.

Het ministerie streeft er altijd en overal haar om de kwaliteit van het onderwijs te maximaliseren – dat althans zouden we moeten mogen aannemen. Als het ministerie dat in het geval van de SISHeo ook wil, heeft het alle reden, nu de bestuurlijke situatie daar drastisch verbeterd lijkt, van zo’n boete af te zien. Houd de stok van zo’n boete achter de hand voor gevallen waarin herhaling dreigt, waarin foute bestuurders koppig blijven zitten en niet tot aftreden te bewegen zijn zónder de scholen en de leerlingen te schaden, maar laat in alle andere gevallen de belangen van de leerlingen vóórgaan. Per slot is dat wel zo ongeveer waar het in het onderwijs om gaat. Toch?