Bart Voorzangers weblog

top

volgend

overzicht

108 Haitham el Haddad in De Balie – een gemiste kans

’t Is mooi dat Baliedirecteur Albrecht ruimte bood voor een kritisch gesprek met de omstreden Palestijns-Britse imam El Hadad, die elders geweerd werd om wat hij misschien gezegd heeft en mogelijk bedoelde, maar echt van de grond kwam dat gesprek niet, en dat is jammer.

donderdag, 1 maart 2012

Op vrijdagavond 17 februari 2012 vond in De Balie een discussie plaats met imam Haitham al Haddad, die van de Tweede Kamer niet naar Nederland mocht komen, en van de vroede vaderen van de VU niet naar een daar te houden symposium. Er circuleren allerlei woeste geruchten over ’s mans meningen en uitspraken, en geruchten zijn voor Binnenhof en Boelelaan kennelijk reden genoeg iemand niet toe te laten. Nederland op z’n benepenst gered door Baliedirecteur Youri Albrecht.

Al Haddad was eerder die vrijdag te gast bij De Halve Maan. Hij had de uitnodiging voor dat programma zeer op prijs gesteld, zei hij in De Balie, maar gaf vooraf aan dat hij niet met een islamitische journaliste zonder hoofddoek aan tafel wilde zitten. Die wens werd minzaam ingewilligd. Bij De Balie deed dat probleem zich niet voor – zo leek het – want Albrecht had alleen manlijke panelleden uitgenodigd.

Een week na de discussie in De Balie beklaagde Abdelkader Benali zich in De Halve Maan over de manier waarop de imam behandeld was. Mij maakte dat nieuwsgierig en ik besloot op Youtube het gesprek te bekijken. Helemaal ongelijk had Benali niet, al waren het wel vooral ongeleide projectielen uit het publiek, en niet de panelleden zelf die zich onbeschoft gedroegen.

Ik heb geprobeerd het gesprek samen te vatten en aan te geven waar wat naar mijn idee misgaat, maar dat valt - mij althans – nog niet mee. Daarvoor komen er te veel zaken voorbij. Ik bied u daarom in een apart pdf-je een vertaalde versie van vrijwel de gehele discussie, met detailcommentaar. Terzijde: ’t kan zomaar zijn dat mijn vertaling hier of daar geen recht doet aan wat de sprekers bedoelden. Het was een gesprek in het Engels tussen zeven deelnemers die die taal niet allemaal even goed beheersten, en dan ís het wel eens gissen …

El Haddad is in zijn manier van denken en spreken een typische academicus, iemand die zijn antwoorden begint met inleidingen waarvan pas veel later duidelijk wordt wat die met de vraag te maken hebben, die algemene principes formuleert om die vervolgens te nuanceren en van contexten te voorzien, en wiens complexe betogen wel eens een kwartiertje vergen. Dat betekent dat veel van wat hij zegt pas op z’n plaats valt als hij helemaal is uitgesproken.

De kans helemaal uit te spreken, kreeg hij eigenlijk nooit. Zijn gespreksgenoten waren vrijwel allemaal mensen die gewend zijn hun hele (daardoor niet altijd even genuanceerde) boodschap in hun eerste zin te persen, en die op hun best zijn in discussies waarin iedereen in één minuut z’n hele verhaal moet doen. El Haddad werd dan ook voortdurend onderbroken, en dat niet zelden nog voor hij toe was aan de kern van zijn antwoord. In die zin kun je zeggen dat hij geen eerlijke kans heeft gehad, en dat het bewonderenswaardig is hoe geduldig en gelijkmoedig hij desondanks bleef.

El Haddad is aanhanger en pleitbezorger van een traditionele islam met een rechtssysteem dat al in de vroege middeleeuwen werd vastgelegd. In de islamitische staat waarvan hij droomt wordt geloofsafval bestraft met de dood. En in de islamitische staat waarvan hij droomt wordt buitenechtelijk geslachtsverkeer van gehuwden bestraft met steniging en dat van ongehuwden met zweepslagen, al zal hij dan misschien de vier ooggetuigen van de eigenlijke daad die de sharia vereist als voorwaarde stellen (een voorwaarde, dit terzijde, die maakt dat zulke straffen, als de rechtbank deugt, in praktijk niet of nauwelijks kunnen voorkomen: overspeligen zijn toch vaak graag met z’n tweetjes).

Het is even schrikken – en slikken – om iemand met droge ogen zulke in onze ogen barbaarse zaken te horen uitleggen, al zouden ze voor iemand die wel eens iets over de (geschiedenis van de) islam gelezen heeft, niet echt een verrassing mogen zijn. El Haddad zelf zou graag wonen in een staat waar de wet zo in elkaar zit – ‘Als ik overspel gepleegd had zou ik éisen gestenigd te worden’ – en volgens hem zijn er velen voor wie dat geldt. De vraag is dan hoe het niet-moslims in zo’n staat vergaat, en of El Haddad naast de islamitische staat van zijn dromen ook nog ruimte ziet voor niet-islamitische staten waar aardbewoners die niet onder de sharia willen leven voor lijfstraffen gevrijwaard blijven, maar aan die vragen kwam men niet toe.

Aan het eind van de discussie betoogde El Haddad dat hij graag elementen van de sharia in onze samenleving ingevoerd zag, maar dan op zo’n manier dat die alleen gelden voor wie zich er vrijwillig aan wil onderwerpen. Op zich is dat vanuit zijn perspectief een voor de hand liggende gedachte. In zijn islamitische staat zouden in elk geval christenen en joden voor bijvoorbeeld het huwelijksrecht, en zakelijke conflicten en misdaden binnen hun eigen gemeenschap, hun eigen rechtssystemen hebben. Hij betoogde dat zo’n constructie westerlingen moet aanspreken omdat die alle recht doet aan het zelfbeschikkingsrecht dat wij ons hier toedenken. ’t Zou boeiend zijn te weten of El Hadad in een islamitische staat zo’n autonomie ook voor zich ziet voor agnosten en vrijdenkers (’t zou een verrassende uitbreiding van de klassieke sharia zijn, maar je weet per slot van rekening nooit …) en welke mogelijkheden hij ziet voor wie graag van groep wil wisselen. Maar alweer, aan zulke vragen kwamen de discussianten niet toe.

Het grootste manco van dit debat was dus wellicht dat het slecht was voorbereid. ’t Werd te veel gevoerd onder het motto ‘we gooien eens wat vragen in het midden, en dan zien we wel waar we uitkomen’. Het gevolg was dat er veel te lang werd doorgelamenteerd over uitgekauwde kwesties rond hoofddoekjes, boerka’s en vrouwenrechten. Wat El Haddad nu heeft kunnen zeggen was redelijk te voorzien geweest voor iedereen die zich even in ’s mans gedachtengoed verdiept had, bijvoorbeeld al door eens wat Youtube-filmpjes van zijn islam-lessen te bekijken. Je had met die kennis een aantal thema’s kunnen kiezen, waarna een paar gerichte vragen snel boven tafel hadden kunnen halen wat nu met moeizaam gehakketak veel trager helder werd. En dan had je door kunnen vragen op een of twee cruciale thema’s.

De discussie nu was in feite een gemiste kans. We blijven zitten met het beeld van een man die er enge, mogelijk heel enge, ideeën op nahoudt, zonder te weten hoe eng die ideeën nu werkelijk zijn. En zeker: zulke kritiek is achteraf makkelijk gegeven, en doet geen recht aan het feit dat de beschikbare voorbereidingstijd beperkt was.

De mannen aan de gesprekstafel – Albrechts, Tofik Dibi en Kustaw Bessems – intussen, bleven over het algemeen redelijk beleefd, al deed met name Bessems soms wel erg heftige pogingen El Haddad van alles in de mond te leggen, en lieten ze hem eigenlijk nooit echt helemaal uitspreken. Ronduit onaangenaam werd de bejegening alleen bij reacties uit de zaal. In die zin was Benali misschien toch wat te streng.