Bart Voorzangers weblog

top

volgend

overzicht

109 ‘Ze’

Wat ís er toch met al die opiniemakers, columnisten, bloggers en bestuurders die steeds als een groepje moslims iets vraagt, onmiddellijk schermen met de ‘neutraliteit’ van de overheid, de ‘openbaarheid’ van het onderwijs, de o zo verheven – buiging, buiging – scheiding van kerk en staat, en wat ze verder nog maar aan hoogs en heiligs van stal kunnen halen om … ja om wat eigenlijk? Om een muis te baren. Om te concluderen dat ‘ze’ er geen recht op hebben – op wat het ook maar is dat ‘ze’ vragen.

vrijdag, 2 maart 2012

Kloppen doen die argumenten niet. De scheiding van kerk en staat is al helemáál niet in het geding (daarover elders, hier bijvoorbeeld). Neutraal zijn betekent dat je niemand voortrekt, maar ook wie neutraal is, kan nog best eens iemand helpen. Openbaar zijn betekent dat je niemand uitsluit, maar een openbare instelling mag het z’n bezoekers best naar de zin maken als dat kan zonder uitsluiting. Alleen, dat doet er allemaal niet echt toe, want de conclusie klopt maar al te vaak wel: ‘ze’ hebben er inderdaad geregeld geen recht op – op wat het ook maar is dat ‘ze’ vragen.

Ze hebben geen recht op een eigen zwemuurtje. Ze hebben geen recht op gescheiden inburgeringslessen. Ze hebben geen recht op een aanpassing van uniformvoorschriften zodat ze een hoofddoekje kunnen dragen. Ze hebben geen recht op een beetje subsidie zodat ze de huur van hun moskee in een door hogerhand gerenoveerd en dus opeens duurder gebouw kunnen blijven betalen. Ze hebben geen recht op toegang tot de bezemkast die niemand nodig heeft en waar ze tot voor kort hun middaggebed deden.

Je zou hoogstens kunnen betogen dat de overheid, die godsdienstvrijheid garandeert, niet zomaar kan volstaan met een ‘ik leg ze geen duimbreed in de weg’, en dat een betekenisvolle vrijheid soms net wat meer inzet vergt. Maar dat wordt al gauw een ingewikkelde discussie. En waar ‘ze’ iets vragen van instellingen die geen overheid zijn, speelt ook deze kwestie niet.

Alleen, wat dondert het als ‘ze’ geen recht op het gevraagde hebben? Het kost geen cent om uniformregels aan te passen, lesprogramma’s wat anders in te richten, een vrouwenuurtje in het zwembadrooster te priegelen, de ongebruikte bezemkast níet op slot te doen. En er wordt geen mens door benadeeld, terwijl ‘ze’ er zeer mee geholpen zijn.

Waarom doen we dat dan niet gewoon? Waarom steken die opiniemakers, columnisten, bloggers en bestuurders zeeën van tijd en bakken energie in verontwaardigde verhalen die altijd weer uitmonden in de volkomen irrelevante open deur dat ‘ze’ er geen recht op hebben, op wat het ook maar is dat ze vragen? Denken ze dat wie ergens geen recht op heeft, het gewenste dus ook niet hoort te krijgen? Hun stukjes suggereren het, maar uit de rest van hun leven blijkt zonneklaar dat ze daar zelf volstrekt niet in geloven. Ze bestrooien het brood van hun kinderen onverdiend met hagelslag, ze geven hun vrienden onverdiend hulp en cadeautjes, hun geliefden onverdiend bloemen en bonbons, ze tolereren onverdiend de lastige kantjes van hun naasten, vragen hun norsige buurman onverdiend naar diens gezondheid, en geven hun toch bepaald niet makkelijke moeder onverdiend een hartelijke zoen. En waarom doen ze dat? Waarom komen ze in al die gevallen níet met vurige betogen over rechten die de betrokkenen beslist niet hebben? Nou gewoon, omdat ze ondanks van alles van hun moeder en hun kinderen houden, en de buurman, ondanks nog weer meer, toch best mogen.

En van die moslims houden ze niet. Alleen, dát zeg je niet hardop. Dus verhullen ze hun godvergeten liefdeloosheid in betogen over ontbrekende rechten, en larderen ze die met principes die er niet toe doen maar die wel prachtig klinken, die opiniemakers, columnisten, bloggers en bestuurders. We mochten eens denken dat ze bevooroordeeld zijn.