Bart Voorzangers weblog

top

volgend

overzicht

111 Martijn van Dam als Groot-Moefti van Nederland

Kandidaat-PvdA-fractieleider Van Dam pleit voor een multiculturele samenleving – wat natuurlijk mooi is – maar multicultureel mag die samenleving van hem wel alleen zijn voor zover niets daarin botst met de normen en waarden van Van Dams PvdA. We mogen geloven wat we willen, zolang we maar geloven wat Van Dam gelooft.

donderdag, 15 maart 2012

Martijn van Dam is tweede-kamerlid en woordvoerder integratie voor de PvdA. Hij toont zich in een recent stukje voorstander van een multiculturele samenleving, maar waarschuwt, met een verwijzing naar een heuse filosoof, dat die wel een ‘overlappende consensus’ vereist. De politiek moet voor die consensus zorgen en volgens Van Dam heeft de PvdA het daarbij wat laten afweten zodat iemand als Wilders – ‘die mensen probeert te verbinden op grond van hun herkomst’ – te veel invloed kregen. ‘De overlappende consensus van de sociaal-democratie’, zo vervolgt Van Dam, ‘is juist niet op afkomst gebaseerd, maar op gedeelde waarden. Wij koesteren ambitie, gelijkwaardigheid, solidariteit, ondernemingszin, vrijheid, respect voor verschil van opvatting of cultuur, hoffelijkheid en zelfbeschikking.’

Kennelijk bestaat er volgens Van Dam zoiets als de ‘overlappende consensus van sociaal-democraten’, die verschilt van de overlappende consensus van anderen, bijvoorbeeld die van de heer Wilders. Kennelijk heeft Van Dam iets vrij wezenlijks niet begrepen. De overlappende consensus die een samenleving nodig heeft, is niet van iemand, van een groep, van een stroming. Van een overlappende consensus is pas sprake als die van iedereen is. Wie probeert een overlappende consensus te bewerkstelligen door zijn eigen stelsel van normen en waarden als kandidaat-consensus naar voren te schuiven, stuurt aan op een van hogerhand opgelegd ideologisch harnas. Dat kan – in Noord-Korea en Saoedi-Arabië doen ze het al jaren zo – maar ’t is wel iets anders.

De vraag is niet hoe jouw droomsamenleving eruit ziet, de vraag is wat een multiculturele samenleving minimaal nodig heeft om te kunnen bestaan. Mij dunkt dat het daarbij allereerst zal gaan om de erkenning van onoverbruglijke meningsverschillen, de afspraak elkaar zo min mogelijk te hinderen, en de bereidheid een andere kant op te kijken als de ander iets doet wat jou een gruwel is, althans zolang de direct betrokkenen er maar mee instemmen. Daar is weinig leuks aan, en het vergt van iedereen bij tijden flink wat zelfbeheersing. Mensen met een grote hang naar ingetogen zedelijkheid kunnen beter binnenblijven of op familiebezoek in de provincie gaan, als de Gay Parade door hun buurt trekt. Mensen wie godsdienstig vertoon een gruwel is, kunnen de eerste zaterdagnacht na 15 maart de route van de Stille Omgang in Amsterdam maar beter mijden, en wie eczeem krijgt bij het zien van hoofddoekjes hale zijn boodschappen liever niet op de Dappermarkt. Dat is de prijs die wij – wij allemaal – betalen als we elkaar allemaal zowat evenveel plek onder de zon gunnen, en het is duidelijk dat die prijs velen regelmatig doet zuchten. Maar het alternatief is dat we elkaar te lijf gaan en doorvechten tot er maar één groep, één cultuur, één ideologie overblijft.

Natuurlijk biedt een multiculturele samenleving in de praktijk ook vaak veel moois: een rijk aanbod van kunst en culinaria, een kleurig straatbeeld, ongekend interessante gesprekken en discussies, verrassend nieuwe perspectieven en warme relaties met mensen van wie je nooit had gedacht dat je ermee door één deur kon. Maar wie meent dat hij al dat moois kan binnenhalen zonder een flinke prijs te betalen, bedot zichzelf (en zijn kiezers, in gevallen als dat van Martijn van Dam).

De PvdA, zo zegt Van Dam,

… is een seculiere partij. Voor ons horen vrijheid en individuele ontplooiing prioriteit te hebben. Religie kan daar prima in passen als persoonlijke inspiratiebron. Maar als strenge religieuze voorschriften persoonlijke ontwikkeling verhinderen, horen wij aan de kant van het individu te staan.

Soms wordt geloof immers meer dan een bron van hoop en troost. Dan wil de dominee of imam je opleggen hoe je je moet gedragen of kleden, wat je mag eten of drinken, wanneer je relaties aan mag gaan of welke beslissingen je mag nemen over je eigen leven en dood. Dat staat op gespannen voet met de vrijzinnige grondslag van de sociaaldemocratie.

Van Dam heeft daar op zich vast gelijk in. Het betekent dat orthodoxere gelovigen zich in de PvdA niet echt thuis zullen voelen. Dat is geen enkel probleem. Er zijn genoeg partijen waar zij wel welkom zijn.

Alleen, Van Dam laat het hier niet bij. Hij stelt ook normen voor wat zich buiten de PvdA afspeelt. Hij roept op tot ‘kritiek als religie persoonlijke ontplooiing in de weg staat’. Wanneer het daarbij gaat om míjn religie die jóuw persoonlijke ontplooiing in de weg staat, is daar veel voor te zeggen, maar dat bedoelt Van Dam niet. Hij heeft het over de situatie waarin jóuw religie jouw persoonlijke ontplooiing hindert. En kennelijk is híj degene die bepaalt wanneer er van zulke hinder sprake is. Als jij vanwege jouw religie ‘van top tot teen bedekt over straat’ wil, zet jij jezelf in Van Dams ogen ‘buitenspel’, en hoef jij niet te rekenen op enig begrip van Van Dams PvdA. En dan volgt een bizar rijtje van zaken waar Van Dam mordicus tegen is:

Dus geen gedwongen winkelsluiting op zondag, geen boerka in de klas, geen eigen gebedsruimte in een openbare school, geen recht op eigen slachtmethoden als die niet voldoen aan de standaarden voor dierenwelzijn, geen kuising van kunst, geen subsidie voor een partij die vrouwen actieve politieke participatie weigert.

Voor de goede orde, ik noem het rijtje bizar, niet alle dingen die erin staan. Die gedwongen winkelsluiting op zondag moeten we inderdaad vooral inruilen voor een systeem waarbij winkeliers hun openingstijden zelf mogen kiezen, al kan ik me voorstellen dat je het totaal aantal uren per week beperkt om te voorkomen dat christelijke en joodse winkeliers vanwege hun verplichte rustdag al bij voorbaat in het nadeel zijn. Kunst kuisen is nergens voor nodig, tenzij het gaat om kunst op een opvallende plek in de openbare ruimte. En over slachtmethoden moeten we beslist blíjven nadenken. Maar de juf met gezichtssluier die ik in een vorig leven als collega had, deed het voor de klas alleraardigst, dus welk probleem Van Dam denkt op te lossen met z’n boerkaverbod, ontgaat me. En dat geldt voor de volgende punten ook. Wie wordt er gehinderd of benadeeld door welke gebedsruimte waar dan ook? En in wat voor democratie komen we terecht als het recht op subsidie van politieke partijen afhangt van de mate waarin ze het PvdA-gedachtengoed aanhangen?

Het rijtje is bizar omdat Van Dam de overlappende consensus waarnaar hij zegt te streven al bij voorbaat laat samenvallen met de particuliere overtuigingen van de PvdA (of zelfs die van hemzelf). Hij wil een multiculturele samenleving waarin zijn eigen monocultuur de maat aller dingen is. Daarmee wordt Van Dam zelf de dominee of imam die jou wil opleggen hoe je je moet gedragen, kleden, voeden en drenken, met wie je relaties mag aangaan en welke beslissingen je mag nemen over je eigen leven en dood. En ánders dan die dominee of imam legt hij dat alles niet alleen op aan de schaapjes van zijn eigen kudde, maar – vermomd als ‘overlappende consensus’ – aan ons allemaal.