Bart Voorzangers weblog

top

volgend

overzicht

119 Alledaags seksisme

Er zijn buurten waar je als modern geklede vrouw nauwelijks over straat kunt zonder akelig seksistische opmerkingen van doorgaans allochtone mannen naar je hoofd te krijgen. ’t Is verleidelijk hier eerst en vooral de staf te breken over deze hinderlijk ontremde mannen, maar misschien moeten we toch eens nadenken over onze eigen, heftig geërotiseerde cultuur.

maandag, 13 augustus 2012

De komkommertijd is bijna om. Maar aangezien die gevolgd wordt door verkiezingstijd zullen we nog vele weken terugverlangen naar het achteraf gezien verfrissend relevante nieuws en de achteraf gezien verrassend relevante mediadebatten van de zomer van 2012.

Een van die debatten ging over een documentaire van Sofie Peeters. Met soms verbijsterende beelden laat zij zien wat een vrouw op bepaalde plekken in de stad – in Brussel in haar geval – zoal aan opmerkingen van rondhangend manvolk te verduren krijgt. Vrijwel al die opmerkingen zijn afkomstig van Noord-Afrikaanse mannen, en daarmee is deze documentaire welkome munitie voor wie wil afgeven op de achterlijkheid of het seksisme van de Arabisch-islamitische cultuur. Peeters zelf benadrukte in een interview voor de Belgische televisie dat ze op haar wandelingen tientallen Noord-Afrikaanse mannen kon passeren voor ze er eentje trof die haar onaangenaam bejegende, maar met dat soort subtiliteiten kunnen allofoben niets. Hen laat de film vooral zien hoe seksistisch de islamitische man is. Het lastige hier is dat de uitspraak ‘moslimmannen zijn seksisten’ zowel waar als onwaar is: waar naar de inhoud, onwaar naar de onuitgesproken implicatie. Het probleem zit hem in de man, niet in de islam.

’t Zal zo’n vijfentwintig jaar geleden zijn dat ik met mijn vader, een toen al bejaarde, uiterst respectabele heer in de sauna zat en me verbaasde over zijn met zichtbaar plezier ronddwalende blikken. Waar ze zo’n plezier in hadden, ontging mij niet, maar ik hoopte dat niemand mijn blikken zo zag dwalen, en dat niemand aan mijn ogen zien kon waar ik, braaf pratend over alles behalve seksuele koetjes en kalfjes, wel degelijk aan dacht … De allochtone jongens die mevrouw Peeters op straat aanspreken, en haar melden met haar uit, of liever nog maar meteen naar bed te willen, zeggen hardop wat vrijwel alle mannen die zij daar en overal elders tegenkomt, denken. Vrijwel alle moslimmannen zijn seksisten. Vrijwel alle andere mannen ook.

Ik heb de hoogtijdagen van de tweede feministische golf van nabij meegemaakt, vriendinnen in kleurige overalls in vrouwenhuizen zien verdwijnen, De schaamte voorbij manmoedig uitgelezen, mijn uiterste best gedaan mij door mijn radicale mannentherapiegroep van mijn seksisme te laten genezen. Of het mijn gedrag verbeterd heeft, moeten anderen maar uitmaken, maar de gevoelens die vrouwen in de vruchtbare leeftijd bij mij oproepen, zijn gebleven. Ze zijn me lang vooral onwelkom geweest – ze wezen me treiterig op mijn falen als vrouwvriendelijke man, en hielde me uiterst onhandig af van studie en werk. Maar ik begin ze zo langzamerhand maar eens gewoon te accepteren (waarbij het beslist helpt dat ze met het klimmen der jaren minder heftig worden). Als bij een aantrekkelijke vrouw onmiddellijk aan seks denken seksistisch is, dan ben ik onherstelbaar seksistisch, en ik ben bioloog genoeg om te vermoeden dat dat voor vrijwel alle mannen geldt. U en ik zouden er niet zijn als ’t anders lag.

De vraag is dus niet waarom de mannen die mevrouw Peeters hinderen in eerste instantie aan weinig anders dan seks denken als ze haar zien langslopen. De vraag is hoogstens waarom zij dat zo duidelijk laten merken. De kans dat ze er een leuk avontuurtje aan overhouden is nihil, en dat weten ze ook. ’t Zou kunnen dat ze ermee scoren bij hun maatjes. Haantjesgedrag bij mensen is vrijwel altijd gedrag voor de bühne. Denkbaar is ook dat ze er hun – begrijpelijke – frustraties mee afreageren. ’t Zou zomaar verklaren waarom mannen die onder gunstiger sociaal-economische omstandigheden ter wereld kwamen, en die hun bühne op een subtielere manier kunnen imponeren, dit soort gedrag minder vertonen.

De vraag is ook wat er aan zulk gedrag te doen valt. De Belgische overheid denkt aan strafbaarstelling. Wat er precies strafbaar te stellen valt, is niet helemaal duidelijk. Hardop zeggen wat je denkt van een voorbijganger, kan die voorbijganger hinderen. Ik scheer mij niet en wordt daar regelmatig op gewezen – niet zelden door jongens wier vaders en grootvaders net zo’n baard hebben als ik – en leuk is dat maar zelden. Maar strafbaarstelling bots hier al gauw met de vrijheid van meningsuiting. Dat verandert waar opdringerigheid aan aanranding grenst of die grens overschrijdt, maar aanranding ís al strafbaar.

Mevrouw Peeters dacht aanvankelijk dat de overlast te maken had met haar kleedgewoonten en besloot haar rokje eens voor een spijkerbroek te verwisselen. Het effect was nihil. Nauwkeuriger: beide effecten waren nihil. De mannen gingen zich niet anders gedragen, en dat ontging Peeters niet, maar wat haar wel ontging is dat haar spijkerbroek haar figuur zo mogelijk nog minder verhulde dan de rok die ze daarvoor droeg. Geen wonder dus dat die mannen bleven fluiten. Als je je werkelijk zo wilt kleden dat het gesis en de ongewenste invitaties uitblijven, zul je moeten kiezen voor kleding die je rondingen verhult in plaats van ze te accentueren.

Ik weet het, het is vloeken in de feministische kerk om hier over kleding te beginnen. ‘Ik draag waar ik me prettig in voel. Dat doen jullie toch ook!’ of ‘Ik draag wat ik draag omdat ik dat mooi vind, en niet om er iemand mee aan de haak te slaan’ heet het dan. Nog afgezien van het feit dat de meeste mannen helemaal niet dragen waar ze zich het prettigst in voelen – wie in het leven iets bereiken wil moet met heel wat ongeschreven kledingcodes rekening houden – is het vooral opmerkelijk dat de kleding waarin vrouwen zich lekker menen te voelen of die ze gewoon maar mooi menen te vinden, mannen op hun wenken bedient: kleding die alle lichaamskenmerken accentueert die op vruchtbaarheid wijzen.

We zien onze voorkeuren graag als uitingen van onze meest authentieke individualiteit. Helaas is dat een sprookje. Onze voorkeuren worden zo goed als volledig gedicteerd door de wereld waarin we leven, en voor die wereld is voortplanting, dus seks, een kernwaarde. Er zou geen leven op aarde zijn als ’t anders lag. Wat feministische vrouwen klaarblijkelijk ontgaat is dat hun gedrag en hun voorkeuren evenzeer worden gedicteerd door de wetten van het seksuele spel dat onze soort in stand houdt als het gedrag en de voorkeuren van de mannen waar ze zo’n last van hebben. Dat mannen opgewonden raken van de kleding die deze vrouwen ‘mooi’ vinden, is geen toeval. ’t Is precies dat effect dat die voorkeur dicteert.

Wat de draagsters van schaars vrouwengoed al evenzeer negeren is dat ons uiterlijk een en al communicatie is. Alles wat je aan dat uiterlijk doet heeft gevolgen voor de boodschap die je uitdraagt. En helaas geldt voor deze vorm van communicatie hetzelfde als voor elke andere: je kunt je uitingen geheel zelf kiezen en vormgeven, maar welke boodschap bij anderen aankomt, bepaalt de ontvanger. Wie ‘Pak me dan!’ roept en daar in alle oprechtheid ‘Handen thuis!’ mee bedoelt, moet niet raar opkijken als ze verkeerd begrepen wordt.

Eenzelfde blindheid voor onderliggende mechanismen zien we in het volgende citaat, waarin mijn favoriete Trouwcolumniste zich stoort aan mevrouw Peters die een verband legt

… met de luchtig geklede modellen op billboards. “Hoe kunnen we als vrouw gerespecteerd worden”, hoor je haar halverwege verzuchten, “als we constant worden afgebeeld als een soort opblaaspop?” Nogal onnozel neemt Peeters zo het magere excuus over dat plegers van seksuele intimidatie al te graag zelf gebruiken: hen treft geen blaam, het ligt altijd aan les autres. (Elma Drayer, in de Trouw van 2 augustus 2012)

Die billboards met schaarsgeklede modellen exploiteren de bezitterigheid die zulke modellen bij mannen opwekken, om ze aan te zetten tot de aanschaf van allerlei producten die ze blijkens de impliciete boodschap toegang tot welgevormde, schaarsgeklede dames geeft. En ze wakkeren de koopdrift van vrouwen aan door hen het idee te geven dat ze al winkelend de aantrekkelijkheid van de afgebeelde modellen als bonus meegeleverd krijgen. Misschien is zulke reclame iets minder effectief bij mensen die beseffen welk spel hier gespeeld wordt, maar erg groot is het verschil niet, en de impliciete boodschap die vrouwen tot middel in plaats van doel verlaagt, blijft ook bij hen in hoekjes van hun onderbewuste hangen (om daar bijvoorbeeld ooit weer als kledingvoorkeur uit op te borrelen). Mevrouw Peeters heeft hier volledig gelijk, en wie bezwaren tegen erotisch getinte reclame als preutsheid afdoet, miskent de macht van ons geheel op voortplantingssucces ingestelde onderbewuste – de macht die erg veel reclame juist ten volle uitbuit. Onnozel is hier de columniste, niet de cineaste.

Als we willen dat vrouwen respectvol behandeld worden, zullen we toch echt eens grondiger moeten stilstaan bij de overdaad aan erotiek in de commercie, bij de commercialisering van de erotiek, en bij een modebeeld dat dit alles, deels geheel onbedoeld en onbewust, weerspiegelt. Moeten vrouwen in een hobbezak over straat? Van mij hoeft niets, maar ’t zou een hoop levens, en allereerst het hunne, een stuk makkelijker maken. Voor verstokte feministen is het natuurlijk even wennen: zelf de verantwoordelijkheid nemen voor hoe je je presenteert en zelf nadenken over de relatie tussen uitgezonden signalen en hun effect. Dat past niet zo in het denken waarin hen nooit enige blaam treft en alles altijd aan ‘les autres’ ligt.

Misschien kunnen we toch nog wat leren van culturen die wat zuiniger zijn met erotische signalen langs de openbare weg, en is de meest achterlijke cultuur hier nu eens echt de onze?