Bart Voorzangers weblog

top

volgend

overzicht

121 Herman Vuijsje over de besnijdenis

In NRC’s Opinie en Debat van 8 september 2012 pleit Herman Vuijsje voor een verbod op de besnijdenis van jongens. Daarmee houdt hij een moreel pleidooi, en over moraal valt niet te twisten. Je kunt hoogstens wijzen op ándere situaties waarin een bepaald besluit algemeen aanvaard wordt en dan betogen dat déze situatie voldoende op die andere lijkt om hier datzelfde besluit te nemen – een analogieredenering, altijd een hachelijke onderneming. En je kunt de argumenten voor de door jou bestreden keus ondergraven door te laten zien dat de feitelijke elementen daarin niet kloppen. Vuijsje doet beide, en dat met even weinig resultaat. Zijn analogieën zijn kreupel en zijn feiten deugen niet.

zondag, 9 september 2012

analogieën

Vuijsje begint z’n verhaal met een uitstapje naar Malawi waar de tienjarige meisjes van sommige stammen door een van opperhoofdswege aangestelde jongeman worden verkracht om ze zo tot vrouw te maken. Hij doet verder weinig met dit voorbeeld, maar de toon is er aardig mee gezet. Ik zal het hier verder negeren.

Vuijsje vergelijkt jongensbesnijdenis vooral met de weigering door sommige orthodoxe calvinisten hun kinderen te laten vaccineren. Die weigering wordt in ons land nog altijd getolereerd, terwijl hij soms tot stevige gezondheidsrisico’s leidt. Vuijsje meent (op grond van uitspraken van enkele spijtoptanten uit de betrokken gemeenschap – ik hoop dat hij zijn doordeweekse werk grondiger aanpakt) dat het hier gaat om een weigering die voortkomt uit sociale druk, uit angst voor de dominee en de buren, en concludeert dan dat “een consequent afgedwongen vaccinatieplicht door veel orthodox-gereformeerde ouders met een stille zucht zou worden verwelkomd”. Afgezien van dat “veel”, volgt die conclusie inderdaad uit zijn premissen, maar dat “veel” is wel cruciaal. De conclusie hangt dus nog even in de lucht.

Volgens Vuijsje zouden ouders in gemeenschappen waar meisjes besneden worden al even dankbaar zijn voor een consequent afgedwongen verbod. Op welk empirisch materiaal hij zich daarbij baseert meldt hij niet. Hoe dan ook, een en ander zou een min of meer acceptabele analogieredenering opleveren als ook ouders die zich verplicht voelen hun zoontjes te laten besnijden dankbaar zouden zijn voor zo’n consequent afgedwongen verbod, en daar gaat het mis. Zelfs de vráág stelt Vuijsje niet. En dat is ook logisch, want er is niets dat erop wijst dat joodse en islamitische ouders eigenlijk heel graag van die jongensbesnijdenis afwillen. Op dat cruciale punt gaat de analogie dus niet op.

En ook op andere punten gaat Vuijsjes’ vaccinatie-vergelijking mank. Van ernstige gezondheidsrisicio’s is bij jongensbesnijdenis geen sprake. Zeker, er kan iets mis gaan en dan zijn de gevolgen soms allerakeligst, maar dat geldt voor een vrolijk fietstochtje al evenzeer. Gaan we ouders nu ook verbieden hun kinderen mee uit te nemen? De risico’s van een besnijdenis zijn een goede reden om strenge eisen te stellen aan de opleiding, ervaring en uitrusting van degene die de besnijdenis uitvoert en aan de omgeving waarin dat gebeurt. Maar verder? Tegenover het risico van de ingreep staan – toegegeven: al even kleine – gezondheidsvoordelen waar het gaat om de kans op besmetting met akelige kwalen. Als ik mijn krant mag geloven (en volgens Vuijsje mag dat) is er voldoende onderzoek waaruit blijkt dat de voordelen ruimschoots tegen de nadelen opwegen en die mogelijk zelfs overtreffen.

Belangrijker nog: uit niets blijkt dat ouders hun zonen louter laten besnijden uit angst voor geloofsgenoten en voor rabbijn of imam. Vuijsje citeert een (Parool-artikel over een) proefschrift over jongensbesnijdenis: “Het is angst: dat het kind niet bij de groep zal horen, maar misschien ook wel dat de groep waartoe ze zelf behoren en waarnaar ze hun hele leven hebben ingericht, zal verdwijnen.” Dat zou waar kunnen zijn, al is het dan wat negatief geformuleerd. Je kunt even goed zeggen dat die ouders graag bij een groep willen horen en dat ze hun kinderen de zegeningen van dat lidmaatschap niet willen onthouden – hoezo ‘angst’? En los daarvan, zelfs als er sprake is van angst, dan is dat angst voor het verdwijnen van een geliefde groep: iets wezenlijk anders dan – zo niet het tegenovergestelde van – angst voor het oordeel van gezagsdragers of geloofsgenoten.


een religieuze bron?

Zou het misschien zo kunnen zijn dat die ouders ook nog worden bewogen door religieuze redenen? “Probeer … maar eens uit te maken of jongensbesnijdenis nu wel of niet kan worden teruggevoerd op een religieuze bron” schrijft Vuijsje, en dan: “Joden kunnen zich erop beroepen dat jongensbesnijdenis in de Thora wordt genoemd, …” (cursivering van mij). Ik kan me vergissen, maar mij dunkt dat het hier om meer dan ‘noemen’ gaat: “… gij zult het vlees van uw voorhuid laten besnijden, en dat zal tot een teken van het verbond zijn tussen Mij en u, Wie acht dagen oud is, zal bij u besneden worden, al wat mannelijk is in uw geslachten …” (Genesis 17:11-12, in de vertaling waarmee ik ben grootgebracht). Hoezo “probeer maar eens uit te maken …”?

Voor moslims zou het volgens Vuijsje al helemaal geen religieus voorschrift zijn. “Het staat niet in de Koran, maar het is wel gebruikelijk, omdat de profeten na Ibrahim besneden waren.” Hier verraadt Vuijsje weinig inzicht in religies. Alsof alleen wat in het heilige boek staat daar daadwerkelijk toe behoort. Met dat criterium zou van bijvoorbeeld de christelijke theologie maar weinig overeind blijven. De Heilige Drie-eenheid is in de Bijbel nergens terug te vinden, om maar eens iets betrekkelijk wezenlijks te noemen.

Vuijsje besluit zijn theologische uitstapje met een vrolijke snier: “Mohammed zou volgens de Hadith, de overgeleverde commentaren (sic) op de Koran, zelfs besneden en al geboren zijn!” Die malle mohamedanen toch. Tijd dat we ze van hun vooroordelen afhelpen.


‘verworven rechten’

Vuijsje keert zich fel tegen wie meent dat bezwaren tegen jongensbesnijdenis voortkomen uit een antireligieuze stemming. Daar is volgens hem geen sprake van (het citaat over Mohammed hierboven moet u dus ook vooral zo niet lezen). “Het enige wat er gebeurt, is dat kerken sommige van hun ‘verworven rechten’ verliezen, omdat die op gespannen voet staan met de wet.” Hij geeft daarvan wat voorbeelden die ons van de redelijkheid van die ontwikkeling moeten overtuigen.

Het eerste is dat van de joden in Nederland die tot 1796 leefden “in eigen ‘naties’, met zelfgekozen gezagdragers die in civiele zaken ook recht spraken. De Fransen maakten een eind aan die uitzonderingspositie.” Zo geformuleerd klinkt het alsof die Fransen de joden een onverdiend bevoorrechte positie ontnamen. In werkelijkheid maakten ze een eind aan pure discriminatie en gaven ze de joden de zeer begeerde burgerrechten die onze bekrompen Republiek ze eeuwenlang onthield.

“Honderd jaar later gebeurde hetzelfde met het recht van katholieke kerkelijke rechtbanken om recht te spreken over geestelijken en andere kerkelijke ambtsdragers”, lezen we vervolgens. Ik kan me vergissen, maar volgens mij heeft de rooms-katholieke kerk nog altijd haar eigen recht en rechtbanken, al kunnen die hier uiteraard geen besluiten doorvoeren die strijdig zijn met Nederlands recht.

Dan memoreert Vuijsje de SGP waarvan wij niet langer gedogen dat ze er vrouwen discrimineren. Sommigen juichen die beleidsverandering inderdaad van harte toe. Ik weet eerlijk gezegd niet of ik wel zo gelukkig wordt van een ontwikkeling waarin een landelijke meerderheid het interne beleid van onze politieke partijen bepaalt. Dat is écht alleen maar leuk zolang de meerderheid het met jou eens is. En dat kan zomaar veranderen …


geen antireligieuze stemming?

Dat kerken ‘verworven rechten’ verliezen die op gespannen voet met de wet staan, is met dit al niet aangetoond, al zou het nog steeds waar kunnen zijn. En dat dit een wenselijke ontwikkeling is, blijkt ook al nergens uit, ook al zou zelfs dat soms kunnen gelden. Maar de cruciale vraag is wat dat te maken heeft met het recht van ouders, burgers dus, hun kinderen naar hun eigen normen en waarden op te voeden. Ging het in onze democratie niet ooit om burgerrechten? Dat er grenzen zijn aan die rechten betwist niemand. Mishandeling en verminking mogen we geen ouder toestaan. Maar de vraag is wat dan precies mishandeling en wat dan precies verminking is. En om die vraag bekommert Vuijsje zich nergens. ’t Zou z’n betoog ook elke schijnbare kracht ontnomen hebben.

Seksueel misbruikte kinderen hebben daar hun leven lang last van – aanwijzingen daarvoor zijn er te over. Een verbod op seksueel misbruik is derhalve alleszins terecht. Besneden vrouwen hebben daar hun leven lang last van – aanwijzingen daarvoor zijn er te over. Een verbod op meisjesbesnijdenis is derhalve alleszins terecht.

Maar waar o waar is het leger van door hun besnijdenis op jeugdige leeftijd ernstig getraumatiseerde mannen dat een verbod op die besnijdenis zou kunnen rechtvaardigen? Zo’n leger is er niet. Het lijkt erop dat afgerond zo’n honderd procent van de besneden mannen zich geheel met zijn verlies verzoend heeft. Een verbod op jongensbesnijdenis lost een niet bestaand probleem op. En dat is precies wat het gemeen heeft met al die andere recente ingrepen in de bewegingsvrijheid van gelovigen: het verbod op de weigerambtenaar, het verbod op ‘ritueel’ slachten, de SGP die vrouwen het passief kiesrecht moet toekennen, bijzondere scholen die het personeelsbeleid van een openbare school moeten voeren, en dan zwijg ik nog van het gelamenteer over religieuze symbolen en andere hoofddoekjes in de openbare ruimte, in het onderwijs en bij allerlei overheden.

Misschien heeft Vuijsje gelijk dat we niets van dit al mogen toeschrijven aan anti-religieuze sentimenten, maar kan hij misschien ook nog even uitleggen waar deze onzin dan wel vandaan komt?