Bart Voorzangers weblog

top

volgend

overzicht

123 Hang de Palestijnse vlag uit!

Israël en ik zijn generatiegenoten, en wij zijn van een generatie die het vanzelfsprekend vindt zijn zin te krijgen. Maar daar ergens houdt de gelijkenis op.

zondag, 2 december 2012

In 1947 namen de VN een besluit over de territoriale opdeling van het mandaatgebied Palestina in zes stukken waarvan er drie samen een Joodse en de andere drie samen een Arabische staat zouden moeten vormen.

VN verdelingsplan voor Palestina

(groen: Palestina; blauw: Israël; roze: door Israël bezet Palestijns gebied; lila: Jeruzalem)

De verdeling was zo gekozen dat het Joodse deel (56%) een in meerderheid Joodse en het Arabische deel (43%) een in meerderheid Arabische bevolking zou hebben (en dat die percentages samen geen 100 zijn, klopt; Jeruzalem kreeg een aparte status).

De Joodse gemeenschap in Palestina – of althans de internationaal erkende vertegenwoordiging daarvan – ging akkoord met het plan, maar de Arabische wereld wees het zonder meer af, en met reden. Je zou ons eens moeten horen als de VN een flink deel van Nederland als onafhankelijke staat zou toewijzen aan illegale immigranten hier – we dulden die nog niet eens in een buitengewoon áfhankelijk tentenkamp.

Op 14 mei 1948 verklaarde Israël zichzelf onafhankelijk – zonder daarbij overigens duidelijk aan te geven om welk gebied het daarbij gaan zou – en de dag erna vielen de omringende landen het gebied binnen, waarmee het gevecht begon dat tot de dag van vandaag aanhoudt. Israëlische strijdgroepen vermoordden en verdreven flink wat niet bij de strijd betrokken Palestijnse Arabieren; een nog grotere groep Arabieren sloeg vervolgens begrijpelijkerwijs zelf alvast maar op de vlucht. Het idee dat de Palestijnse vluchtelingen uit eigen vrije wil vertrokken, en daarmee het recht op terugkeer naar hun huizen en landerijen verspeelden, is een gotspe.

De staat Israël had er nooit moeten komen. Als er al ergens een Joodse staat had moeten worden gesticht, dan in Centraal-Europa – het gebied waar de eerste golven Joodse vluchtelingen in Palestina vandaan kwamen. Maar we zijn inmiddels enkele generaties verder. De staat Israël is een feit, en de geschiedenis is geen computerspel waarin je met wat Undo’s op eerdere besluiten kunt terugkomen. Historische feiten zijn akelig voldongen.

De afgelopen week erkenden de Verenigde Naties op Palestijns verzoek de staat Palestina. Met dat verzoek, en met de aanvaarding van die erkenning, erkennen de Palestijnen in feite de verdeling van hún land die ze ooit, en terecht, afwezen. Zij leggen zich daarmee neer bij een historische onvermijdelijkheid. Die stap verdient respect. Laten we wel bedenken dat de Palestijnse staat nu maar een beperkt deel omvat van het ooit door de VN aan die staat toegekende gebied: wat nu Gaza heet had minstens drie keer zo groot moeten worden, de Westelijke Jordaanoever bijna twee keer, en dan is er nog een flink gebied in het noorden (ruwweg de driehoek tussen Acre, Jenin en Kiryat-Shmona, met daarin onder andere Nazareth) dat volgens het VN-plan uit 1947 Arabisch had moeten worden, maar nu geheel door Israël bezet is. Ik zei het al: mijn generatie vind het vanzelfsprekend zijn zin te krijgen.

Tegen deze achtergrond is het ronduit gênant dat de Nederlandse regering zich deze week van stemming onthield. De decennia van kritiekloze steun aan Israël die achter ons liggen, zijn heel begrijpelijk gegeven onze rol in de geschiedenis van het Europese jodendom. Maar laten we wel bedenken dat het hier om Européés jodendom gaat, en dat het de Palestijnen zijn die met hun land, hun huizen, hun huisraad en hun leven de prijs betaalden voor Europese misdaden en Europees onrecht. Het wordt tijd dat we ons ook eens een poosje schuldig voelen tegenover hén, en dat we er alles aan doen om een levensvatbare Palestijnse staat mogelijk te maken.

En voor u mij van een onnodig grote naïviteit verdenkt: die Palestijnse staat wordt zeker aanvankelijk bepaald niet alleen een feest. Dat wordt een politiek weinig stabiel geheel, waarin van democratie maar beperkt sprake is, waarin corruptie welig tiert, en waarin het met de mensenrechten soms droevig gesteld zal zijn. Dat heb je met verse staten die voortkomen uit een weinig gecentraliseerde vrijheidsstrijd en die worden bewoond door gewone mensen. Ik vrees dat het een fase is waar ze doorheen moeten. De Republiek der Verenigde Nederlanden heeft er drie eeuwen over gedaan om de ergste corruptie, vriendjespolitiek, onrecht en machtsongelijkheid te boven te komen (en dan zwijg ik nog op de moord op Van Oldenbarneveldt en de broertjes De Witt). Wie weet lukt dat in Palestina sneller.

Het wordt tijd om Israël tot de orde te roepen en zo nodig stevig onder druk te zetten: de joodse nederzettingen in Palestijns gebied moeten worden ontruimd; Gaza dient zijn eigen haven naar eigen goeddunken te kunnen gebruiken en het dient een nette en vrije verbinding met de Westelijke Jordaanoever te krijgen; Israël moet Palestina erkennen, en nu eindelijk eens serieus gaan onderhandelen over definitieve grenzen, compensatie voor of teruggave van geroofd Palestijns bezit, en, jawel: vrede. En als ze daar voorlopig werkelijk achter een muur willen wonen, dan zal die toch echt op Israëlisch in plaats van Palestijns grondgebied moeten staan.

vlag Palestina

Ik heb de afgelopen week de Palestijnse vlag uitgehangen, en voorlopig blijf ik dat doen. Ik doe dat niet omdat Palestina mij liever is dan enig ander land – mensen zijn overal even leuk en even vreselijk – maar om uiting te geven aan mijn schaamte voor, en mijn afwijzing van, het optreden, of liever het totale gebrek aan optreden, van de Nederlandse regering. En ik roep u, beste lezer, van harte op datzelfde te doen. Mooi istie niet – ik houd niet van zwart in vlaggen en nog minder van de strijd waarvoor dat zwart hier staat – maar als we hem allemaal uitsteken en zo onze regering duidelijk maken dat het slaafse buigen voor Israëlische machtswellust nu echt afgelopen moet zijn, kunnen we hem des te sneller weer binnenhalen, of er de fraaie vlag van Israël naast hangen.

Zie ook:

148 Islamitisch antisemitisme

130 Jodendom als fictie – een brug te ver

128 Onderscheid tussen joden en Israëli’s is inderdaad helaas kunstmatig

126 Antisemitisme, jodendom en het Geroofde Land

124 Turks tuig houdt ons een spiegel voor

83 Wat doen we met islamitisch antisemitisme?

77 Ochtenden in Jenin