Bart Voorzangers weblog

top

volgend

overzicht

124 Turks tuig houdt ons een spiegel voor

Even geleden alweer verschenen er een paar Turkse jongens op de tv die het wel best vonden dat Hitler al die joden had omgebracht. Ooit kwam de dag dat diens werk zou worden afgemaakt, en daar verheugden ze zich nu al op. ’t Was voor menig kijker even slikken.

vrijdag, 8 maart 2013

Over deze zaak valt veel te zeggen. De context die die jongens zelf schetsten maakte duidelijk wat ze bedoelden. Voor hen is ‘jood’ synoniem met Israël, en Israël is – niet geheel onbegrijpelijk – in de ogen van veel moslimjongeren dé grote boosdoener in het Midden-Oosten. ’t Is maar zeer de vraag of ze beseffen dat joden in Nederland, en elders buiten Israël, mensen zijn die níet naar Israël emigreerden, sommigen zelfs omdat ook zij hun bedenkingen bij het zionistische project hebben. Dikke kans dat ze die joden zien als immigranten: Israëli’s die naar Nederland kwamen om hun economische positie te verbeteren, zoals hun eigen ouders of grootouders uit Turkije kwamen omdat hier werk voor ze was.

’t Is verleidelijk deze jongens weg te plakken achter het etiketje ‘antisemitisme’, maar ’t is zeer de vraag of dat iets verheldert. Met gruwelsprookjes over babybloed in matzebeslag, de moord op een heiland of een internationale samenzwering die naar wereldheerschappij streeft, heeft hun ‘antisemitisme’ weinig te maken. En voor zover ze al geloven in een internationaal complot zitten ze de werkelijkheid redelijk dicht op de hielen: zonder westerse steun had Israël zijn schrikbewind niet lang volgehouden. De fout die ze maken is dat ze joden en Israëli’s over één kam scheren, en die fout maken ze omdat ze te weinig weten. Daarover zo meer.

Geschokt intussen was ik niet. Ik had tien jaar geleden – in de korte tijd dat ik, met weinig succes, op een islamitische basisschool voor schoolmeester speelde – al een meisje in de klas dat na ons inspirerende bezoek aan het Verzetsmuseum opmerkte dat het maar goed was dat die joden waren doodgemaakt. Toen was ik wel geschokt – ’t leek een heel lief meisje, en ze had zulke aardige ouders. Hadden die hun dochter zulke akelige ideeën meegegeven?

Nou, dat laatste viel mee. De ouders van ’t meisje waren even onthutst als ik. Haar moeder dacht nog altijd met warmte terug aan een joodse middelbare-schooldocent die ze met spijt had zien gaan (naar Israël waarschijnlijk), en beide ouders beseften ten volle dat je de zonden van het Israëlische bewind niet kon toedichten aan joden in het algemeen, en al zeker niet die búiten Israël in een tijd dat dat bewind nog helemaal niet bestond. De moslimouders en -docenten die ik over deze kwestie sprak, gebruikten weliswaar regelmatig het woord ‘joden’ waar ze ‘Israëli’s’ bedoelden, maar ’t vergde weinig doorvragen om duidelijk te krijgen dat ze het onderscheid wel degelijk zagen en maakten.

De ideeën van kinderen hebben vaak heus veel met die van hun ouders te maken, maar ermee overeenkomen doen ze niet. Kinderen maken hun eigen wereldbeeld en ze doen dat bij voorkeur sámen. Ze weven dat wereldbeeld uit de weinige informatie die ze hebben en behappen kunnen – in dit geval iets met islamitische Palestijnen die door joden van hun land waren beroofd. En hun logische vermogens schieten nog flink tekort: dat uit ‘alle A’s zijn B’ niet volgt dat alle B’s A zijn, wil er vaak nog niet ten volle in. Laten we wel zijn, dat ís ook een lastige denkstap. Een simpele waarheid als ‘Veel van de gewelddadige aanslagen van de afgelopen jaren werden gepleegd door moslims en zo goed als geen enkele moslim zal ooit een gewelddadige aanslag plegen of zelfs maar overwegen’ gaat ook menig volwassene nog boven de pet. Ik ken zelfs politici … maar dáár is al te veel over gezegd.

Pubers met weinig genuanceerde ideeën zijn niet echt verontrustend. Echt verontrustend wordt het pas als ze die ideeën na, pak weg, hun vijfentwintigste nog hebben. Wat kunnen we doen om die kans te verkleinen? Heftig op ze inpraten om ze van de dwalingen huns weegs terug te brengen, zal weinig helpen. Wie het niet met ze eens is, is in hun ogen de weg kwijt en van wie de weg kwijt is, neem je nu eenmaal weinig aan. De lesjes ‘maatschappijleer’ waar nu in de media voor gepleit wordt, zullen weinig uithalen.

Zorg eerst eens voor goed geschiedenisonderwijs, voor feitenkennis zónder daar allerlei morele lessen aan vast te knopen. Kinderen maken hun eigen wereldbeeld, ik zei het al. Jongeren gaan daar gewoon mee door, zonder zich iets aan te trekken van wat wij vinden dat zij moeten vinden. En hoe heftiger je met een geraffineerd mengsel van zakelijke en morele argumenten op ze inpraat, hoe heftiger zij zullen geloven dat jij je superieure feitenkennis misbruikt in je poging hen te indoctrineren. Dat leidt er alleen maar toe dat ze zich nog feller in hun gelijk vastbijten.

En richt dat geschiedenisonderwijs op episodes die voor die jongeren van belang zijn. De Tweede Wereldoorlog, zeker, maar ook bijvoorbeeld de geschiedenis van de confrontaties en contacten tussen de moslimwereld en het christelijke westen, van de kruistochten en de Turkse invasie in het Byzantijnse rijk, via het beleg van Wenen tot de ondergang van het Ottomaanse Rijk en de heftige naweeën daarvan in het Midden-Oosten (is ’t u ooit opgevallen wat een bezopen rechte grenzen veel landen daar hebben?) en het Zuidoosten van Europa. Ook de geschiedenis van het jodendom in Europa en de islamitische wereld verdient een plaats in dat onderwijs. ’t Zijn allemaal zaken waar ze niets van weten.

Maar behandel dan ook het ontstaan van de staat Israël, compleet met de minder fraaie details van tientallen uitgemoorde en honderden etnisch gezuiverde Arabische dorpen die vervolgens werden verwoest of herbevolkt met Europese immigranten, de massale, compensatieloze inbeslagname van Arabisch land, en de nog altijd voortdurende rechteloosheid van Arabische ‘staatsburgers’ – kortom een heel ander verhaal dan het volk zonder land dat een land zonder volk kreeg, waar velen hier mee groot werden. Mogelijk klinkt dat verhaal deze jongens wat bekender in de oren, maar je laat ermee zien dat je bereid bent ook een waarheid onder ogen te zien die zíj van groot belang achten omdat die hun geloofsgenoten raakt.

En misschien kunnen we ons zelfs door deze jongens laten inspireren. Hun oordeel over joden raakt kant noch wal, althans zolang we bij ‘joden’ denken aan wat die term voor ons betekent. Maar hun oordeel over het optreden van de staat Israël, op hoe weinig dat ook berust, is zo gek nog niet. We beginnen langzaam in te zien dat Israël zich met zijn nederzettingen in bezet gebied en met zijn muur dwars door Palestijnse dorpen en landerijen ernstig misdraagt. Voorzichtig tekent zich een boycot van producten uit die nederzettingen af. Maar dat gaat natuurlijk op geen stukken na ver genoeg. Vrijwel alle producten uit Israël zijn afkomstig van geroofd en nog altijd niet betaald land en verdienen het derhalve geboycot te worden.

We denken graag dat het probleem daar opgelost zal zijn zodra Israël en Palestina elkaars bestaansrecht erkennen en het eens raken over de grenzen tussen beide. Maar in feite begint het dan pas. Ook een Israël dat niet langer in oorlog is met zijn Palestijnse buren, is een land met een forse minderheid die van al zijn bezit en bestaansmiddelen beroofd is en moet leven in overbevolkte stadjes en dorpen, vaak zonder fatsoenlijke watervoorziening, zonder fatsoenlijke riolering, zonder fatsoenlijke energievoorziening, zonder fatsoenlijke medische voorzieningen, waar de wegen niet of nauwelijks onderhouden worden, waar geen droog brood te verdienen valt en de ruimte ontbreekt om dan zelf maar wat voedsel te verbouwen, stadjes en dorpen die vaak niet eens op Israëlische kaarten en in Israëlische gegevensbestanden staan, wat het aanvragen van een paspoort of het boeken van een vlucht flink kan bemoeilijken (en wie even geen beeld heeft van deze misstanden, kan ik Susan Nathans De andere kant van Israël van harte aanbevelen; ik heb het in stukjes van enkele pagina’s tegelijk gelezen; meer tegelijk verdroeg ik niet). Die minderheid zal toch ooit gecompenseerd moeten worden met een evenredig deel van Israëls land en welvaart. Voor gewone Israëli zal dat een flink wat pijnlijker ingreep betekenen dan het afscheid van Gaza en de Westelijke Jordaanoever.

Als zich eens ergens wat moslims misdragen, klinkt zonder mankeren de verontwaardigde vraag waarom ‘ze’ (en dat kan dan zowel slaan op hun land-van-herkomstgenoten als op hun medemoslims) zulk gedrag niet eens wat duidelijker veroordelen – en ’t kan aan mij liggen, maar ik hoor daar toch altijd een ‘kennelijk zijn ze daar nou ook weer niet zó erg tegen …’ achteraan klinken. Eenzelfde verwijt aan het adres van bijvoorbeeld joods Nederland hoor je nooit, terwijl hun geloofsgenoten in Israël dágelijks de mensenrechten van honderdduizenden Palestijnen schenden, en dat zowel in de Bezette Gebieden als in, eh … nou ja, de rest van het bezette gebied dus eigenlijk. Wij meten met twee maten. Over welke daarvan de juiste is, kun je twisten. Wat mij betreft is het de maat die ons leert dat joods Nederland geen blaam treft. Maar eis dan van islamitisch, Marokkaans of Turks Nederland ook niet dat het zich uitspreekt over het wangedrag van andere moslims, Marokkanen of Turken. Doet u dat wel, dan moet niet verbaasd zijn over Turkse jochies die álle joden verantwoordelijk achten voor de Palestijnse tragedie; ’t is uw eigen manier van denken …

Zie ook:

148 Islamitisch antisemitisme

130 Jodendom als fictie – een brug te ver

128 Onderscheid tussen joden en Israëli’s is inderdaad helaas kunstmatig

126 Antisemitisme, jodendom en het Geroofde Land

123 Hang de Palestijnse vlag uit!

83 Wat doen we met islamitisch antisemitisme?

77 Ochtenden in Jenin