Bart Voorzangers weblog

top

volgend

overzicht

127 Het PVV-probleem

De PVV-Tweedekamerfractie vroeg en kreeg een debat over ‘het Marokkanenprobleem’ (4 april 2013). Me dunkt dat je het de voorzitster van de Tweede Kamer kunt verwijten dat ze met deze titel akkoord ging. Maar triester is wellicht nog dat de Kamer moest meedoen aan de debat dat uitsluitend diende om de PVV weer eens wat publiciteit te bezorgen.

vrijdag, 5 april 2013

Meneer Van Klaveren ‘benoemde’ de problemen die zijn partij aangepakt wilde zien. Hij meldde dat Marokkaanse jongens veel vaker met de politie in aanraking komen en van geweldsmisdrijven verdacht worden dan anderen, en somde een hoop akeligheden op. Maar wat er zo Marokkaans is aan die akeligheden liet hij in het vage. Hij schreef ze toe … aan de islam: ‘De legitimatie voor deze ellende is de islam’; ‘De ongebreidelde massa-immigratie en de totaal mislukte integratie als gevolg van de islam vormen de basis voor dit probleem’ (mijn citaten zijn ontleend aan het Kamerverslag, de cursiveringen zijn van mij). Van Klaveren verklankte dus braaf His Master’s Voice.

Van Klaveren suggereerde ook oplossingen: ‘… minimumstraffen, huis- en wijkuitzettingen, het stopzetten en maximaal korten van uitkeringen van daders, standaard politie-inzet met honden, avondklokken, mobiele politieposten, groepsaansprakelijkheid en uiteraard denaturalisatie van daders om ze daarna zo snel als mogelijk het land uit te knikkeren.’

Dat zijn allemaal maatregelen waarmee je kunt doen alsof je de misdaad bestrijdt, maar als de islam, of de Marokkaanse achtergrond van de daders, het probleem is, zijn het ook allemaal maatregelen waarmee je de oorzaak ongemoeid laat. En zelfs als het probleem elders ligt, lost zulk beleid niets op.

Minimumstraffen helpen hier hoogstens voor de duur van de straf. Afschrikking gaat er niet van uit, en de kans op recidive wordt er vooral door verhoogd. Gezeten hebben is stoer; als je dit soort criminelen wil kwetsen moet je ze negeren. Zeker, dat kun je de slachtoffers niet aandoen; de straf dient om hén enige genoegdoening te verschaffen, maar afgezien daarvan is het effect uitsluitend negatief.

Huis- en wijkuitzettingen en gekorte uitkeringen leiden alleen maar tot meer ellende, dus tot méér wangedrag.

Meer politie, al dan niet met honden, helpt alleen als je elke criminele jongere zijn eigen agent geeft, en het geld daarvoor kun je toch misschien beter besteden aan een andersoortige begeleiding en wellicht ook enige werkgelegenheid.

Groepsaansprakelijkheid? Welke groep dan? En waar stellen we die aansprakelijk voor? Je zou toch echt eerst eens moeten uitzoeken wat de oorzaken van het probleem wel zijn. Ik vrees dat je dan vooral uitkomt bij disfunctionerend onderwijs, gebrekkige huisvesting, gesloten buurthuizen, discriminerende werkgevers, en bij partijen die groepen stigmatiseren en zo hun integratie remmen. Of daar, afgezien van die partijen, ‘groepen’ achter zitten, betwijfel ik, maar als dat zo is, moeten die vooral worden aangesproken.

Denaturalisatie en uitzetting? En waar wil de heer Van Klaveren dan heen met burgers die hij statenloos heeft gemaakt? Of gelden deze maatregelen alleen voor criminelen die vanwege wetgeving elders een tweede nationaliteit hebben? Van Klaveren zelf ontkent dat nadrukkelijk: ‘… specifieke maatregelen, daar zijn wij niet van. Wij zijn van algemeen beleid. … U kent ons: wij houden niet van diversiteitsbeleid en niet van doelgroepenbeleid.’ Kortom, élke crimineel moet worden gedenaturaliseerd en uitgezet.

Van Klaveren tot besluit: ‘We doen een beroep op de minister om de aangedragen oplossingen over te nemen en deze ellende eindelijk te stoppen.’ Gelooft hij dat echt?

Natuurlijk niet. Geen enkele PVV’er gelooft in de zin van zulk beleid. Daar ging het ook helemaal niet om. De fractie-Wilders was zich doodgeschrokken als de minister had gezegd: ‘Prima plan, gaan we morgen uitvoeren,’ want dan zou overmorgen blijken dat zulk beleid niets uithaalt. De Kamer trad op in een PVV-spotje. Groen-Links weigerde als enige daaraan mee te werken. Ik snap dat daar kritiek op is. Kamerleden horen met elkaar in gesprek te gaan, altijd, over alles. Daar zíjn ze voor. De afwezigheid van Groen-Links was dus laakbaar. Maar begrijpelijk was het wel.