Bart Voorzangers weblog

top

volgend

overzicht

128 Onderscheid tussen joden en Israëli’s is inderdaad helaas kunstmatig

Eerder schreef ik een ‘saai stuk’ over jodendom en Israël. Ratna Pelle reageerde daar met haar ‘Onderscheid tussen Joden en Israëli’s kunstmatig’ uitgebreider op dan wie ook eerder op mijn stukjes. Ik dank haar daar van harte voor. Bij deze, in de vorm van becommentarieerde citaten, een antwoord op haar betoog. ’t Moge duidelijk zijn dat we het niet over alles eens zijn.

zondag, 7 april 2013

Beste Ratna,

’t Lastige van een discussie als deze is dat je je gesprekspartners makkelijk standpunten in de schoenen schuift die helemaal de hunne niet zijn. Wijs me terecht als ik jou zoiets aandoe, dan doe ik het omgekeerde.


begrip versus rechtvaardiging

Je schrijft:

Het verschil tussen Joden en Israëli’s is niet zozeer formeel maar vooral irrelevant. Mag je Israëli’s dan wel dood wensen, uitschelden, of erger? Een dergelijk verband tussen de politiek van een land (of de misdaden van een regime) en vijandschap tegenover de inwoners van dat land, is bij andere landen erg ongebruikelijk. China en Rusland …

Dat laatste valt tegen, zeg ik uit eigen ervaring. Ik groeide op in een tijd waarin je best besmuikt mocht lachen als een iets te enthousiaste NAVO-generaal beweerde dat de enigen goede Rus een dode Rus was. Ook over Chinezen kon je toen – hartje Koude Oorlog – erg harde dingen zeggen zonder je toehoorders te shockeren.

Over het eerste – dat irrelevante onderscheid tussen joden en Israëli’s – verschillen we nog wel even van mening. Ik zou graag zien dat elke jood die dat wil in alle rust jood kan zijn, en zijn geloof kan belijden zonder door wie ook met Israël te worden geassocieerd.

Maar belangrijker is dat je me hier iets laat zeggen dat ik beslist niet zei, en al even beslist niet vind. Mensen bespugen, bekogelen en dood wensen mag wat mij betreft nooit, en ze uitschelden vind ik op z’n minst onwellevend. Ik probeerde te begrijpen wat lieden beweegt die zich heftig over joden uitspreken, en dat is – en blijft; ik vrees dat ik dat nog vaak moet herhalen – iets anders dan een rechtvaardiging van hun gedrag. We moeten ze er met klem op blijven wijzen dat hun uitingen niet kunnen, maar ik denk dat het helpt als ze we tegelijkertijd kunnen duidelijk maken dat we hun woede begrijpen, en al helemaal als we ze konden laten zien dat ze die woede richten op mensen die even kritisch tegenover Israël staan als zij (daarover straks meer).


het volk

Je schrijft:

Alle volken zijn tot op zekere hoogte geconstrueerd en gebaseerd op een mythe. En bij ieder volk kun je je afvragen wat nu het eigene van dat volk bepaalt, en of dat eigene er überhaupt wel is. Prinses Maxima stelde die vraag over het Nederlandse volk jaren geleden, wat haar op de nodige kritiek kwam te staan. Een deel van die kritiek was terecht.

Pas bij dat laatste zinnetje scheiden zich in deze passage onze wegen. Ik denk dat die kritiek volledig ten onrecht was. Ze had gewoon gelijk. Dé Nederlander had ze nooit ontmoet om de simpele reden dat die niet bestaat.

Want ondanks alles kun je wel wijzen op een gemeenschappelijke geschiedenis, cultuur, taal, gebruiken etc., die we in de loop der tijd als typisch Nederlands zijn gaan beschouwen. En waaruit ook bepaalde eigenschappen, karakteristieke zaken, zijn ontstaan.

Die geschiedenis, cultuur en taal zijn de geschiedenis, cultuur en taal van een land, niet van een volk. Dat volk stamt voor een fors deel af van mensen die hier een groot deel van die geschiedenis niet leefden. En qua cultuur en taal verschillen we aanzienlijk. Voetbal, Hazes en de Telegraaf ken ik alleen van horen zeggen. Fries en Limburgs spreek en versta ik niet. En wat die eigenschappen betreft, noem er eens één. Onze liefde voor vrijheid en democratie? Onze nuchterheid? Een heftig oordeel over koppen en maaivelden? ’t Zijn allemaal zaken die je elders evenzeer vindt. Onze blauwe ogen en blonde haren? De mijne zijn bruin, respectievelijk grijs. En de jouwe?

De meningen over wat of wie precies een Jood is of je tot een Jood maakt mogen verschillen, dat doet niks af aan het feit dat de Joden een volk zijn met een gemeenschappelijke geschiedenis, cultuur, taal en religie, al verschilt de invulling van deze zaken sterk per individu en zijn die kernmerken niet allemaal bij iedere Jood aanwezig.

De enige geschiedenis die alle joden – ik houd het vooralsnog even bij die reëel bestaande geloofsgemeenschap – gemeen hebben is ‘Bijbelse geschiedenis’ – mijn lievelingsvak op wat toen nog de lagere school heette – en daarbij gaat het, vrees ik, grotendeels om fictie. Die geschiedenis ‘hebben’ ze dan nog uitsluitend in de zin dat ze zich ermee verbonden voelen; ze wonen niet in een land waar het de geschiedenis van is – zo’n land bestaat niet – en van hun voorouders hadden er maar weinigen deel aan het deel van die geschiedenis dat mogelijk geen fictie is.

De ‘cultuur’ van Oost-Europese joden verschilt net zozeer van die van Noord-Afrikaanse joden als die van Polen verschilt van die van Marokkanen, en dan zwijg ik nog van joden uit Jemen en Ethiopië, en al zeker van die uit India of China.

De enige taal die joden delen is het Hebreeuws van hun eredienst. Vormden de katholieken een ‘volk’ toen de mis nog over al in het Latijn werd opgedragen? Maar inderdaad, ‘al verschilt de invulling’ daarvan ook nog ‘sterk’, ze hebben een religie gemeen, en dat is precies de reden waarom ik voorstel het jodendom te zien als een religie, en niet meer dan dat.


zionisme

Je schrijft:

Voorzangers beweringen over het zionisme klinken naar iemand die de klok heeft horen luiden maar niet weet waar de klepel hangt. … Het hele idee dat het zionisme is gebaseerd op Bijbelse beloften klopt niet. De meeste zionisten van het eerste uur waren seculier en hadden socialistische sympathieën. Men wilde vrij zijn in een eigen staat en daar zelf het land kunnen bewerken en eigen Joodse fabrieken opzetten.

Daar heb je een punt. Ik ging er te makkelijk van uit dat het zionisme wortelde in een Bijbelse mythe. Mea culpa. Het zionisme van Herzl bijvoorbeeld had daar weinig mee. Hij wenste het tweezijdige probleem van het antizionisme – de ergernis van Europese antisemieten én het leed van Europese joden – in een klap op te lossen door de joden een eigen staat ergens anders te geven. En wat hem betreft mocht dat evengoed in Argentinië als in Palestina gebeuren. Althans, dat schreef hij …

Ik heb intussen, om klok en klepel wat dichter bij elkaar te brengen, Herzls Judenstaat (1896) gelezen. Boeiende lectuur. Hij schetst daarin gedetailleerd hoe het land waar die staat zou moeten komen, stapje voor stapje gekoloniseerd zou kunnen worden. ’t Is een lang, ingenieus en doordacht verhaal. Maar wat opvalt is dat in dat hele lange verhaal nergens ook maar één al bestaande bewoner van dat verder niet met name genoemde land voorkomt. In zijn roman Altneuland schijnt hij die omissie te hebben goedgemaakt. Daar komen inderdaad wat Palestijnen in voor – kennelijk had hij Argentinië inmiddels als optie afgeschreven – die diep dankbaar zijn voor de door de joden gebrachte vooruitgang. In romans mag je dromen. De werkelijke vorming van de staat Israël had weinig weg van de schets in de Judenstaat, behalve dan waar het gaat om die niet bestaande bewoners. Er waren wel mensen, maar die pasten niet in het verhaal en konden dus maar beter verdwijnen.

Niet het zionisme leidde tot ‘ramp na ramp voor de plaatselijke bevolking’, maar de compromisloze en gewelddadige reactie van veel Palestijnen en vooral hun leiders hierop. Zij wezen alle compromissen en iedere vorm van samenwerking af.

Ik vrees dat je hier allereerst doelt op de Arabische en Palestijnse afwijzing van het Verdelingsplan van de Verenigde Naties van 1947, dat de joodse (toen nog) minderheid een grote helft van het land toebedeelde, en de Palestijnse meerderheid afscheepte met een kleine helft. Met alle respect, die afwijzing lijkt me volkomen terecht. Wij zouden hetzelfde doen als een groep recente immigranten ons voorstelden ons land ‘eerlijk’ te verdelen: zij de ene, de rest de andere helft. Israël verklaarde zich na die terechte afwijzing eenzijdig onafhankelijk, vocht een groot deel van de Palestijnen het land – hún land – uit en eigende zich hun achtergelaten bezittingen toe. De rest is geschiedenis.


antisemitisme versus antizionisme

Je schrijft:

Antisemitisme zoekt simpelweg steeds naar nieuwe uitingsvormen, en de meest geaccepteerde uitingsvorm tegenwoordig is die van het antizionisme. Niet alle antizionisten zijn ook antisemiet, maar de meeste antisemieten zijn wel antizionist. Dat is ook logisch: als je het niet op Joden hebt, heb je het ook niet op een Joodse staat waar zij politieke en militaire macht hebben en die ongegeneerd voor Joodse belangen opkomt.

Het doet me uiteraard goed dat je niet in elke antizionist meteen een antisemiet wilt zien, maar veel consequenties verbind je er niet aan. Ga er nou gewoons eens van uit dat de antizionisten waarmee je geconfronteerd wordt inderdaad geen antisemieten zijn. Als dat onterecht blijkt is het vroeg genoeg ze van antisemitisme te beschuldigen.

De reden waarom je dat niet doet is wellicht dat je wel van alle antisemieten antizionisten maakt, en dat zou de kans dat een antizionist ook antisemiet is natuurlijk flink vergroten. Maar ik vrees dat dit alleen al op historische gronden een vergissing is. De Britten die met hun Balfour-verklaring de eerste aanzet tot de stichting van de staat Israël gaven, hielden heus niet meer van joden dan hun continentale collegae. En zelfs Hitler stimuleerde aanvankelijk de emigratie van joden naar Palestina. Geen mooiere oplossing van het ‘jodenvraagstuk’ dan een joodse staat in Verweggistan.


jodendom en Israël

Je schrijft:

De manier waarop antisemitisme steeds weer via een omweg aan de Joden zelf (of aan de grote meerderheid van hen die het bestaan en de veiligheid van Israël steunen) wordt geweten, is tekenend. Deze manier van denken is onderdeel van het probleem, niet de oplossing, omdat zij een groot deel van het antisemitisme toch min of meer rechtvaardigt.

Ik neem aan dat je hier ook op mijn betoog doelt. Zo ja, dan doe je dat ten onrechte. Ik rechtvaardig geen antisemitisme, ook niet ‘min of meer’. Ik leg uit hoe het kan gebeuren dat antizionisten zich tegen joden keren. Dat gebeurt omdat zij menen dat joden zonder enige reserve pro-Israël zijn. Ik zou ze graag voorhouden dat dat onzin is, dat joden in Nederland Nederlanders zijn die het joodse geloof aanhangen, en dat ze, voor zover ze iets bijzonder hebben met de staat Israël van nu, daar even liefdevol als kritisch naar kijken. Maar wat dat betreft werkt het Nederlandse jodendom niet echt mee. De liefde is groot genoeg, maar voor kritische zin moet je erg goed zoeken. Begrijp me niet verkeerd: voor mij hoeft geen jood iets van Israël te vinden, maar áls je iets van Israël vindt, zul je toch echt moeten accepteren dat je op die mening beoordeeld wordt. En veel joden vínden iets van Israël. Lees bijvoorbeeld eens wat het Nederlands Verbond voor Progressief Jodendom op zijn website zette:

Het liberale Jodendom in Nederland is vanaf zijn begin zionistisch ingesteld. Sinds de stichting van de staat Israel in 1948 staan praktisch alle liberale Joden pal achter de Joodse staat. Er is betrokkenheid bij algemene Joodse organisaties die de staat politiek en financieel ondersteunen. Daarnaast heeft het Verbond een eigen zionistische afdeling in Arza-Nederland en worden specifieke projecten gesteund via de Stichting Lapid. De beweging is sterk betrokken bij de geestelijke en culturele ontwikkelingen binnen het land. Het tweede zionistische doel: om in Israel een geestelijk centrum te creëren voor het wereldjodendom, is immers nog niet bereikt.

Dat liberale joden in 1948 achter Israël stonden zij ze van harte vergeven. Dat deden we lange tijd allemaal, al was het maar omdat we geen idee hadden wat er daar echt gebeurde. Maar dat ze dat nu nog doen, terwijl toch echt geen mens meer kan ontkennen dat deze staat zich op grote schaal aan oorlogsmisdaden en misdaden tegen de menselijkheid heeft schuldig gemaakt, is gewoon gênant. Ik schreef eerder al dat ook het NIK, en het CIDI, twee andere grote spreekbuizen van joods Nederland, duidelijk pro-Israël zijn. Daar moet ik beslist aan toevoegen dat de Portugees-Israëlitische Gemeente en Beit Ha'Chidush zich in het geheel niet over Israël uitspreken, en zich dus niet aan eenzijdige propaganda bezondigen. Maar kritische geluiden hoor ik alleen van het seculiere EAJG. Kortom, tegenover antizionisten die zich tegen joden keren sta ik met net niet geheel lege handen. En jouw stelling dat het onderscheid tussen joden en Israëli’s kunstmatig is, helpt ook niet echt.


‘antisemitisme’ als afleidingsmanoeuvre

Het grote probleem, beste Ratna, lijkt me dat jij, en jij niet alleen, het hele Midden-Oostenconflict blijft zien en beschrijven in termen van ‘antisemitisme’. Ik ontken geen moment dat er aan Palestijnse kant akelige vooroordelen leven die een oplossing er niet makkelijker op maken, maar zulke vooroordelen leven aan de andere kant evenzeer. Neem alleen al het altijd weer herhaalde idee dat Arabieren je ‘nu eenmaal’ alleen begrijpen als je zo bruut mogelijk optreedt. Alsof het om een geheel andere diersoort gaat.

De Palestijnse vooroordelen noem je ‘antisemitisme’. Hoe je de Israëlische vooroordelen noemt, weet ik niet – je hébt het er niet over – maar er is geen term voor die in onze oren even heftig, hatelijk, en hardvochtig klinkt. En dan kunnen er twee dingen gebeuren: je gaat langzaam zien dat die Palestijnen inderdaad aan het kortste eind trokken, en dan wordt (eerst hun, maar daarna voor je het weet al het) antisemitisme iets als de afkeer van Duitsers in de Tweede Wereldoorlog hier, een betreurenswaardige maar niet onbegrijpelijke generalisering van een in helaas wat veel specifieke gevallen terechte angst en afkeer. Dat kun je niet willen.

Het alternatief is dat je blijft geloven dat de Palestijnse ketel zwarter is dan de Israëlische pot, en dat is niet zomaar onzin, het zet de wereld op z’n kop. Vooralsnog verblind je jezelf met deze term: antisemitisme is zó erg dat je je verder niet hoeft te verdiepen in wat er daar in Israël echt gebeurd is, en wat er nu nog dagelijks gebeurt.

Tot slot, jij schrijft: ‘… Joden hebben door Israël, ondanks alles, wel nieuw zelfbewustzijn gekregen, en, misschien nog belangrijker, een plek waar men altijd heen kan gaan.’ Ik zeg je dat graag na, en net als jij zou ik graag zien dat dat zo blijft. Maar dat kan alleen als Israël een radicaal andere koers gaat varen: forse territoriale concessies, herstelbetalingen in geld of natura voor van huis en land beroofde Palestijnen, en gelijke rechten voor alle burgers, en dat niet alleen op papier – ’t papier is nu al prachtig, maar ’t is wel alleen papier.

Wachten we rustig af tot het daar goed komt? Of moeten we misschien toch eens proberen wat druk op Israël te organiseren, omdat het daarzonder werkelijk niet gaan zal? En wat stoort ons het meest, het wangedrag van een paar ontspoorde pubers (dat ‘nieuwe antisemitisme’ waar jij en anderen pagina’s over volpennen), of een compleet volk dat van zijn land beroofd is en dagelijks als ongedierte wordt behandeld?

Zie ook:

148 Islamitisch antisemitisme

130 Jodendom als fictie – een brug te ver

126 Antisemitisme, jodendom en het Geroofde Land

124 Turks tuig houdt ons een spiegel voor

123 Hang de Palestijnse vlag uit!

83 Wat doen we met islamitisch antisemitisme?

77 Ochtenden in Jenin