Bart Voorzangers weblog

top

volgend

overzicht

135 Silvain Ephimenco over de Ibn Ghaldoun

Trouw-columnist Silvain Ephimenco stort zich vol overgave op de examenfraude bij de Ibn Ghaldoun. Zo ook in de weekendkrant van 22 juni 2013. Over deze school, zijn leerlingen en de islam leren zijn stukjes ons niets, maar ze laten wel heel aardig zien hoe je onderbuiken bespeelt. Lees mee:

zaterdag, 22 juni 2013

Gisteren werd bekend dat alle vwo- examenkandidaten van de Ibn Ghaldounschool in Rotterdam op de hoogte waren van de examenfraude. Niemand van deze leerlingen die islamitisch worden opgevoed, deed zijn mond open.

Wat die opvoeding ermee te maken heeft, wordt later duidelijk. Islamitisch onderwijs wordt volgens Ephimenco gerechtvaardigd met een verwijzing naar de normen en waarden van de islam, maar daar zie je bij deze kinderen hier en nu mooi niets van terug. En dat laatste klopt, althans in dit specifieke geval. Geen ouder die dat niet betreuren zal, maar ons gedrag wordt nu eenmaal niet alleen bepaald door de normen en waarden die we van onze officiële opvoeders meekregen, en dat al zeker niet ons gedrag in de roerige levensfase waarin eindexamenkandidaten verkeren.

Jongeren zijn eerst en vooral lid van een ‘peer group’ en zo’n groep stelt zijn eigen normen en waarden die van die van thuis aanzienlijk kunnen verschillen. De zich bij ontgroenings- en andere rituelen beestachtig misdragende Corps-studenten van nog niet eens zo heel lang geleden, kwamen zonder uitzondering uit door en door keurige families en waren zonder uitzondering door en door keurig opgevoed. In hun studiejaren was daar weinig van te merken, maar een enkele uitzondering daargelaten zijn het later zelf ook weer door en door keurige burgers geworden. Het duurt even voor de ‘peer group’ z’n invloed verliest en de opvoeding van thuis en school weer begint door te schemeren. ’t Zou een godswonder zijn als dat bij een islamitische opvoeding anders lag.

Ephimenco wil ons laten concluderen dat de door hem aangehaalde rechtvaardiging van het islamitisch onderwijs ondeugdelijk is, maar dat kan slechts op één manier: door elke verwijzing naar mogelijke argumenten zorgvuldig te vermijden. Ephimenco is een meester in zulk soort on-betogen.

Je zou denken dat er een grondig debat plaatsvindt naar aanleiding van de grootste examenfraude uit de Nederlandse schoolgeschiedenis. Geen gewone fraude overigens, maar eentje die tal van zeer negatieve eigenschappen met zich meedraagt: bedrog natuurlijk maar ook diefstal, hebzucht (de documenten doorverkopen) gebrek aan burgerzin (de fraude niet melden).

Ephimenco betoogt hier dat het gebeurde erger is dan het woordje ‘fraude’ suggereert. Maar de als extra bedoelde ‘zeer negatieve eigenschappen’ zijn in feite standaardeigenschappen. Wie fraudeert eigent zich onrechtmatig iets toe (‘diefstal’) en doet dat doorgaans om er beter van te worden (‘hebzucht’). En fraudeurs die zichzelf uit pure burgerzin meteen aangeven zijn vrij zeldzaam. Ephimenco maakt de zonde van deze leerlingen dus erger door die een keer of wat bij zichzelf op te tellen. Best een leuke redeneertruc eigenlijk.

De vraag is dan gerechtvaardigd of de fraude op deze fenomenale schaal op iedere willekeurige school had kunnen gebeuren. Of je kunt je ook afvragen of het geen toeval is dat het delict heeft plaatsgevonden juist op de enige islamitische middelbare school die Nederland rijk is. Met andere woorden: mag je een islamitische opvoeding associëren met fraude, bedrog, hebzucht en gebrek aan burgerzin?

De eerste vraag – had dit elders ook gekund – is beslist relevant. Maar dan gaat het wel om meer dan één vraag. (1) Zijn er elders ook leerlingen die graag vooraf inzage krijgen in hun examenopgaven? Ik weet het niet, maar ’t zou me niet echt verbazen. (2) Zouden in elk geval sommige van die leerlingen de mogelijkheid daartoe aangrijpen, ook al weten ze dat het niet mag? Alweer, weten doe ik het niet, maar verbazen zou het me geen moment. (3) Doet zich elders de praktische mogelijkheid voor zulke examenopgaven te pakken te krijgen? Het antwoord daarop luidt waarschijnlijk ontkennend. Op de Ibn Ghaldoun is ooit een kluissleutel ontvreemd die nog altijd in omloop lijkt, en dat is vrij uitzonderlijk. ’t Lijkt me een typisch staaltje van de gelegenheid die de dief maakt.

Over de tweede vraag – is het toeval dat dit juist op een islamitische middelbare school gebeurt – kunnen we nu ook wat meer zeggen: ja, dat is toeval, tenzij te verwachten is dat kluissleutels bij islamitische instellingen vrijelijk beschikbaar zijn. Maar wat is er zo islamitisch aan een losse omgang met sleutels?

En dan de derde vraag: ‘Mag je een islamitische opvoeding associëren met fraude, bedrog, hebzucht en gebrek aan burgerzin?’ Antwoord: ja dat mag, mits daar goede redenen voor zijn. En vooralsnog zijn die er niet. De frauderende leerlingen van de Ibn Ghaldoun hebben erg veel meer gemeen dan hun islamitische opvoeding: de beschikbaarheid van die sleutel, bijvoorbeeld, maar ook de vele facetten van hun sociaal-culturele positie. Ze behoren bijvoorbeeld tot een mede dankzij scribenten als Ephimenco regelmatig uitgekotste minderheid en dat is voor burgerzin weinig bevorderlijk. Dat alleen al lijkt me een eindeloos veel betere verklaring voor het kennelijke gemak waarmee ze de regels niet al te nauw namen, dan hun opvoeding thuis en op school. Maar de heer Ephimenco heeft het daar niet over, zelfs niet om uit te leggen – stel dat hij daar argumenten voor had – dat sociale en culturele factoren hier irrelevant zijn. Hij zou zijn lezers maar op een idee brengen.

In feite heeft de heer Ephimenco geen enkele belangstelling voor de vragen die hij stelt. Hij stelt ze niet omdat hij iets wil weten of begrijpen, hij stelt ze omdat ze zijn bedoelingen even duidelijk weergeven als een expliciete formulering van zijn boodschap gedaan had: ‘Deze mensen deugen niet, en dat komt door de islam’. Maar zeker, dat zégt hij nergens. Hij vraagt alleen maar …

Ephimenco suggereert en associeert hierna op deze manier nog een poosje verder, maar ik vind het wel weer genoeg voor vandaag. Trouw is een prachtige krant, maar hij wordt gemaakt met dezelfde moedwillige bescheidenheid waarmee Oosterse tapijtwevers, volgens het overigens omstreden verhaal, hun tapijten weven: met een bewust ingebakken foutje omdat perfectie alleen het Opperwezen toekomt. Trouw huurt daartoe – naast een hoop zeer integere – twee columnisten in die in hun eeuwige argumentloze gehamer op de perfiditeit van mohammedanen zo bij GeenStijl weggeplukt lijken en die zich dus snaterend van pret op incidenten als de examenfraude bij de Ibn Ghaldoun storten. Ik neem het risico dat u dit einde te Ephimenco-achtig vindt: bij tapijten vind ik zo’n foutje wel charmant …

Zie ook:

150 De paradox van een anti-IS-verklaring

149 Grijze pakken en mensenrechten

147 Luxe, comfort en de verlokkingen van de djihad

142 Dreigend fundamentalisme?

141 Onze jihadisten in Syrië

122 Islam en Christendom

70 ‘De Islam’ – en wat daar mis mee is

68 Afshin Elian, Jason W., en de zegeningen van de westerse wijsbegeerte

60 Islamitische onbetrouwbaarheid