Bart Voorzangers weblog

top

volgend

overzicht

138 Spelregels voor de stad – een nabeschouwing

Een bijeenkomst in De Balie onder het hoofdje ‘Spelregels voor de stad’ leidde tot niets. Wat een discussie had moeten worden over de vraag of de culturele diversiteit van de Amsterdamse bevolking tot onoverkomelijke problemen leidt en zo ja of spelregels die problemen kunnen verhelpen, verzandde in een reeks monologen. Bij deze een korte schets en een lange nabeschouwing.

vrijdag, 11 oktober 2013

Wat er wel gebeurde: Een filosoof (Besselink) presenteerde diepzinnig klinkende maar zonder concrete uitwerking onnavolgbare bespiegelingen over de zegenrijke werking van ‘wrijving’, twee publicistes (Mischke en Umar) jammerden over de last van islamitische stadsgenoten die maar bleven weigeren zich aan ons te conformeren, twee heren (Van Oordt en Wijbenga) die de islamitische gemeenschappen in de stad wel kennen, nuanceerden dat beeld dus naar hen werd niet geluisterd, en een wethouder (Van Es) sprak gloedvol over de onontkoombare superdiversiteit waaraan wij moeten wennen, die ons ook veel moois brengt, en waarvan we de minder zegenrijk kanten kunnen bestrijden door eens wat meer voor elkaar en minder voor onszelf op te komen. Dat laatste zal ik hieronder graag proberen.

Zeker, dit is een ongenuanceerde samenvatting waarin niet eens alle deelnemers genoemd zijn, maar een zo slecht opgezette en geleide bijeenkomst verdient niet beter. Oordeel desgewenst voor uzelf.

Wat, intussen, moeten we met de vragen waarom het had moeten draaien? ’t Is duidelijk dat de toegenomen diversiteit van onze samenleving tot problemen leidt, of althans tot andere problemen dan in een samenleving zonder die diversiteit. Maar dat die problemen voortkomen uit een en dezelfde maatschappelijke verandering betekent niet dat ze ook in andere opzichten gelijksoortig zijn. In de loop van die Balie-avond werden een flink aantal problemen genoemd. Ik zet de belangrijkste voor u op een rijtje.

- Onhebbelijk of zelfs agressief gedrag van moslims jegens homo’s, schaars geklede vrouwen en joden. Dat deze klacht eenzijdig is – ook moslims zijn slachtoffer van agressie en discriminatie – en dat het om incidenten dus om voor moslims ongewoon gedrag gaat, is belangrijk, maar doet aan de ontoelaatbaarheid van die incidenten niets af. Zulk gedrag is wettelijk verboden, dus aan het ontbreken van spelregels ligt het niet. Het probleem is dat die regels niet vanzelf spreken. Maar dat geldt voor regels in het algemeen. Een van de eerste Baliebezoekers die aan het woord kwamen meldde dat zij graag op de stoep fietst en door rood rijdt. Ze voegde daaraan toe dat ze wel zo sportief was om een eventuele bekeuring voor zulk gedrag te aanvaarden, maar daarmee legde ze onbedoeld een probleem bloot dat wel wat meer aandacht had verdiend. Veel Amsterdammers zien wetten als suggesties waarvan ze zelf wel uitmaken wie zich die wanneer ter harte zou moeten nemen, en de politie die die wetten moet handhaven als een instantie waarmee wij een sportief wedstrijdje kat-en-muis spelen. Deze mentaliteit maakt het Amsterdamse verkeer nodeloos onoverzichtelijk en behoorlijk onveilig. Maar belangrijker nog is de boodschap die ervan uitgaat: wie zich aan de regels houdt is een sul. Bij sommige nieuwe Nederlanders is die boodschap helder overgekomen. Als we het leven in de stad met spelregels willen veraangenamen, zullen we eerst hier iets aan moeten doen.

(En misschien moeten we dan ook weer eens stilstaan bij onze veelbezongen bereidheid tot ‘gedogen’. Gedogen doe je met wetten die je niet kunt of niet wilt afdwingen. Ik snap dat sommigen zo’n wet dan toch graag willen behouden vanwege de morele boodschap die ervan uitgaat, maar voor morele boodschappen is de wet de beste weg niet, en wie toestaat dat sommige wetten worden genegeerd, ondermijnt het gezag van alle andere.)

- Orthodoxe moslims die mensen van het andere geslacht geen hand willen geven. Degenen die daarover vallen, formuleren het meestal net wat anders. Ze suggereren dat het alleen gaat om mannen die vrouwen geen hand willen geven. Daarmee maken ze er een voorbeeld van vrouwvijandig gedrag van waartegen het prettig protesteren is, zeker als je daarbij vergeet te melden dat ook bijvoorbeeld orthodoxe joden dit aanrakingstaboe kennen. Ik vrees dat het onbegonnen werk is ze dat speeltje te willen afnemen. Maar dat geklaag over islamitische vrouwvijandigheid hier onzin is, betekent niet dat er helemaal geen probleem is.

Begroetingsrituelen maken deel uit van de spelregels van een gemeenschap, en wie die regels overtreedt sticht verwarring en ongemak. Hier botsen de spelregels van verschillende deelgemeenschappen, en aangezien de ene regel niet inherent superieur is aan de andere, zit er maar één ding op: zorg dat je andermans spelregels kent, en accepteer de verschillen. Als ik een moslima begroet, steek ik niet meteen mijn hand uit, maar wacht ik af of zij dat doet. Zo ja, dan zal ik haar hand hartelijk schudden, zo nee, dan begroet ik haar even hartelijk zonder haar aan te raken. Probleem opgelost. Wie leeft in een diverse gemeenschap moet leren omgaan met een wat complexere sociale code, complexere spelregels dus. Dat is soms lastig, maar er staan een hoop leuke dingen tegenover.

- Jonge meiden die door hun vaders naar het land van herkomst worden verbannen om ze van zedeloze verlokkingen te vrijwaren. Als het gaat om minderjarige dochters zijn die leerplichtig en overtreedt hun vader de wet door ze van school te houden. En als het gaat om meerderjarige dochters gaat het in elk geval om staatsburgers die van hun vrijheid worden beroofd. In beide gevallen overtreedt zo’n vader de wet. De logistieke problemen zijn duidelijk, maar die mogen geen reden zijn niet in te grijpen. En als de wet onvoldoende middelen biedt, zullen we de wet snel moeten aanpassen. Over ‘spelregels voor de stad’ hebben we het dan uiteraard niet.

- religieuze minderheden die vragen om gescheiden zwemles voor hun kinderen, en aparte zwemuurtjes voor mannen en vrouwen. Ik snap dat dat het organiseren van zwemlessen lastiger maakt, maar dat is dan ook meteen waar het om gaat: een organisatorisch probleem. Een gezonde samenleving ziet zulke problemen als uitdaging en lost ze zo elegant mogelijk op. Uiteraard besef ik dat sommigen hier ook een ideologisch probleem zien. De minderheden in kwestie kijken anders aan tegen de omgang tussen de seksen dan de meerderheid. Gelukkig leven we in een land met een overheid die streeft naar ideologische neutraliteit. Wie zich zorgen maakt over de visie van de minderheid in kwestie staat het vrij daarover de discussie aan te gaan, maar de enige taak van de overheid is hier de zaken zo te regelen dat zo veel mogelijk mensen zo goed mogelijk aan hun trekken komen.

- Jonge moslimmeisjes die een hoofddoek moeten dragen. Voor de goede orde: we verlaten hier het terrein waarop verschillende gemeenschappen op gedeeld terrein met elkaar in botsing komen. Het gaat alleen nog om mensen die zich ergeren aan de manier waarop ánderen met hun kinderen omgaan. Waar die omgang evident schadelijk is, zijn er tal van regels die ingrijpen mogelijk maken en tal van instellingen wier taak dat is. Maar gelukkig maken we onderscheid tussen ergernis van andersdenkenden en reële schade aan het kind. Het staat de buren vrij te proberen met de ouders van een in hun ogen onjuist opgevoed kind in gesprek te gaan, maar zo’n gesprek mislukt al bijvoorbaat als je daarbij niet ook je eigen opvattingen ter discussie stelt.

- Gemeenschappen waarvan de vrouwen relatief weinig buitenshuis werken. Hiervoor geldt in principe hetzelfde als voor die hoofddoekjes: waar dat gebrek aan uithuizigheid met geweld wordt afgedwongen kan en moet worden ingegrepen. Maar als de vrouw in kwestie vrede heeft met haar bestaan als huisvrouw kun je hoogstens proberen haar ervan te overtuigen dat een leven buitenshuis haar bestaan wezenlijk zou verrijken. Uiteraard moet ze dan wel ook zelf tot een gesprek daarover bereid zijn.

- Religieuze huwelijken. Ze komen voor, en ze schaden geen mens, maar de wet verbiedt ze. Ik mag er graag voor pleiten de wet op dat punt aan te passen. Onze wet staat maar twee dingen toe: een huwelijk gesloten door een daartoe gemachtigde ambtenaar der burgerlijke stand en pas nadien een kerkelijke inzegening van dat huwelijk. Maar waarom zou je mensen in ’s hemelsnaam willen verbieden elkaar ten overstaan van hun Opperwezen en hun medegelovigen eeuwige liefde, zorg, trouw, troost en eventueel gehoorzaamheid te beloven, en die verbintenis als ‘huwelijk’ aan te duiden? ’t Zou het grote voordeel hebben dat kerk en staat ook op dat punt echt gescheiden raken. Je zou natuurlijk ook hier voor gedogen kunnen pleiten …

- Moskee-internaten. Allereerst: die term is misleidend en wordt voornamelijk gebruikt door mensen die bij ‘moskee’ aan achterlijkheid en indoctrinatie denken, om mensen dus die het waarschijnlijk al ergert dat er in Nederland moslims zíjn. Van een echte botsing tussen deelgemeenschappen is ook hier geen sprake. Maar opnieuw: dat betekent niet dat er geen probleem is. Het gaat om instellingen die met de beste bedoelingen zijn opgezet door mensen die niet altijd over alle vereiste expertise beschikken. Ouders die hun kinderen naar zo’n instelling sturen, doen dat om hun kans op schoolsucces zo groot mogelijk te maken, en te verhinderen dat ze op straat en in de criminaliteit belanden. Aangezien dat precies is wat we allemaal graag willen, en aangezien noch de scholen noch de ouders echt de daarvoor vereiste zorg en begeleiding kunnen bieden, zit er maar één ding op: zorg dat zulke internaten veilig zijn, dat ze in didactisch en pedagogisch opzicht goed werk leveren, dat ze hun pupillen alle ontwikkelingsmogelijkheden bieden waarop die recht hebben, en dat die pupillen het er naar hun zin hebben. We zijn allemaal beter af als we zorgen voor een goed toezicht.

- Het bestaan van ‘zwarte’ en ‘witte’ scholen. Voor zover die scholen duidelijk in kwaliteit verschillen en dat de zorg van de klagers is, klagen zij beslist terecht. Maar de klacht komt meestal voort uit andere zorgen: ‘zwarte’ leerlingen moeten leren omgaan met (lees: zich leren aanpassen aan) de ‘witte’ meerderheid, en dat lukt niet op een ‘zwarte’ school. De akelige eenzijdigheid van deze klacht blijkt al klip en klaar uit het feit dat de klagers zich nooit bezorgd tonen over de vele uiterst witte scholen in hartje provincie. En wie serieus meent dat alle kinderen met alle soorten kinderen moeten leren omgaan, zou moeten pleiten voor een grondige, landelijke herverdeling van leerlingen over scholen. Dat vergt behoorlijk draconische maatregelen, die dan ook nog eens de vrijheid van onderwijs en van opvoeding torpederen. Zou het iets wezen in plaats daarvan gewoon eens wat in onderwijs te investeren?


Me dunkt dat we een aantal conclusies mogen trekken. Allereerst is het zaak om onderscheid te maken tussen reële problemen in het contact tussen verschillende deelgemeenschappen, en ergernissen over de normen en waarden van andersdenkenden. Beide zijn kenmerkend voor een multiculturele samenleving, maar waar je de eerste soms kunt oplossen door de spelregels aan te passen (steek niet in alle gevallen meteen je hand uit) en vaak gewoon door aan al bestaande regels ook werkelijk de hand te houden, vergen de laatste eerst en vooral een grondige herbezinning op je eigen vanzelfsprekendheden. Klagers die daartoe niet bereid zijn en die blíjven neuzelen over hoofddoekjes, verdienen het daarin verder genegeerd te worden. Als we bij die reële problemen dan ook nog blijven bedenken dat het meestal om incidenten gaat dus dat generaliseren echt onzin is, komen we een heel eind.

Daarnaast zijn er reële problemen die zich voordoen bínnen zo’n deelgemeenschap en die zich dus ook in de meest monoculturele samenleving zullen voordoen. Wat dat betreft heeft elke deelgemeenschap zo zijn eigen problemen. Meisjes die in hun ontwikkeling worden gefnuikt doordat hun vader ze naar een uithoek van Allochtonië verbant, vindt je vooral in de islamitische gemeenschap, meisjes die al evenzeer in hun ontwikkeling worden gefnuikt doordat ze op hun zestiende moeder worden, vindt je vooral weer elders. Dat het ene verschijnsel op zo’n Balie-avond als groot probleem naar voren komt, terwijl het andere alleen terloops genoemd wordt (door de filosoof, die zo eerlijk was te melden dat hij er niet van wakker lag), zou ons aan het denken mogen zetten.

Vroeger was klagen over de teloorgang van de eigen waarden voorbehouden aan bejaarden die de onvermijdelijke, en deels door henzelf in gang gezette, culturele veranderingen niet meer konden bijhouden. Nu kennen we naast die diversiteit in de tijd, ook een diversiteit in de ruimte, en klaagt ook jonger volk. Maar het gaat om hetzelfde ongemak: ‘ze’ doen het anders dan ‘we’, en dus doen ‘ze’ het verkeerd. ‘Oei oei oei’ zegt de Boze Heks dan.