Bart Voorzangers weblog

top

volgend

overzicht

142 Dreigend fundamentalisme?

Een Duits sociaalwetenschappelijk instituut concludeert uit onderzoek dat religieus en dan met name islamitisch fundamentalisme in West-Europa geen randverschijnsel is. ’t Verhaal is ook in de Nederlandse pers niet onopgemerkt gebleven.

zondag, 15 december 2013

Tweederde van de voor dit onderzoek telefonisch geïnterviewde moslims vindt de gedragsregels van hun geloof belangrijker dan de wetten van het land waar ze wonen, en driekwart meent dat de Koran slechts op één manier kan worden uitgelegd. Relatief veel moslims menen dat het westen uit is op vernietiging van de islam, en joden en homo’s zijn in hun kringen niet erg populair.

Reden voor zorg? Mij lijkt van niet, maar dat verwachtte u wellicht al.

Allereerst kun je de uitkomsten van dit soort onderzoek nauwelijks voldoende relativeren. Percentages klinken precies, maar dat is schijn. Er is alle reden je af te vragen of de geïnterviewden representatief zijn voor de groep waarover de conclusies uiteindelijk gaan. Zelfs als de benaderde steekproef aselect is (wat bij telefonische enquêtes nauwelijks mogelijk is, aangezien behoorlijk veel mensen geen openbaar geregistreerd telefoonnummer hebben), is het deel daarvan dat daadwerkelijk wil meewerken dat mogelijk geenszins.

Vervolgens is het de vraag of de geïnterviewden de hen gestelde vragen net zo interpreteren als de opstellers van die vragen en de mensen die conclusies trekken uit de gegeven antwoorden. Als je mij vraagt of ik mijn morele overtuigingen belangrijker vind dan de Nederlandse wet, kan ik daar geheel naar waarheid zowel ‘ja’ als ‘nee’ op antwoorden: ‘Ja, waar die twee met elkaar botsen acht ik mijn morele overtuigingen juister dan de wet; het zouden mijn overtuigingen niet zijn als het anders lag’; ‘Nee, want waar mijn overtuigingen botsen met de wet zal ik me aan de wet houden, en ik mag hopen dat dat voor iedereen geldt, want anders blazen we binnen de kortste keren onze rechtsstaat op’. Kortom, wie de vraag bevestigend beantwoordt zou heel wel precies hetzelfde kunnen denken als wie de vraag ontkennend beantwoordt. Die antwoorden zeggen nog helemaal niets.

Natuurlijk, er is een zorgwekkender categorie van ‘ja’-zeggers: de mensen die met hun ‘ja’ bedoelen dat ze zich in geval van strijdigheid laten leiden door hun overtuigingen en niet door wet. Maar de simpelste manier om erachter te komen of dát een grote categorie is, is door te kijken hoe mensen zich gedragen. Aangezien verreweg de meeste moslims zich gedragen als keurige burgers van hun land, gaat het hier kennelijk niet om een significante groep.

De enige zekerheid die we verder hebben is dat moslims streven naar een wereld waarin de naar hun overtuiging hoogste waarden bepalend zijn voor wet- en regelgeving en voor ons aller gedrag. Maar dat wisten we zonder die enquête ook al. En bovendien verschillen moslims daarin niet van de meeste andere mensen.

Voor het idee dat de Koran maar op een manier kan worden uitgelegd – een idee dat de onderzoekers kenmerkend achten voor het door hen met angst bekeken fundamentalisme – geldt iets soortgelijks. De tekst van de Koran kan als élke tekst op allerlei manieren worden geïnterpreteerd, geen twijfel mogelijk, maar die tekst is ooit door iemand of iemanden opgeschreven, en schrijvers hebben niet zelden een vrij beslist beeld van wat ze bedoelen met wat ze op papier zetten. Er is veel voor te zeggen díe bedoeling als de juiste uitleg van het geschrevene te beschouwen, en dan heeft een tekst maar één uitleg, hoe lastig het achteraf ook zijn kan die uit de tekst te destilleren als je het de schrijver zelf niet meer vragen kunt. Kortom, op de vraag of de Koran maar op één manier kan worden uitgelegd zijn ‘ja’ en ‘nee’ even redelijke en onderling geenszins noodzakelijk strijdige antwoorden.

Overigens, zoals gebruikelijk bij krantenberichten over wat dan ook, relativerende opmerkingen van de onderzoekers zelf halen de krantenkoppen maar zelden. Dat geldt ook hier. De auteur van het rapport, de heer Koopmans, besluit zijn verhaal met een overduidelijke geruststelling:

… one should not forget that in Western Europe Muslims make up a relatively small minority of the population. Although relatively speaking levels of fundamentalism and out-group hostility are much higher among Muslims, in absolute numbers there are at least as many Christian as there are Muslim fundamentalists in Western Europe, and the large majority of homophobes and anti-semites are still natives.

Voor paniekerige reacties als die van veel lezers op de website van Trouw is dan ook geen enkele aanleiding. Maar ook dat is geen nieuws.

Zie ook:

150 De paradox van een anti-IS-verklaring

149 Grijze pakken en mensenrechten

147 Luxe, comfort en de verlokkingen van de djihad

141 Onze jihadisten in Syrië

135 Silvain Ephimenco over de Ibn Ghaldoun

122 Islam en Christendom

70 ‘De Islam’ – en wat daar mis mee is

68 Afshin Elian, Jason W., en de zegeningen van de westerse wijsbegeerte

60 Islamitische onbetrouwbaarheid