Bart Voorzangers weblog

top

volgend

overzicht

146 De verantwoordelijkheden van de Marokkaanse gemeenschap

Menig weblog zindert op het ogenblik van verontwaardiging. De aanleiding: protesten tegen de behandeling van Marokkaanse criminelen en onruststokers door dezelfde Marokkaanse gemeenschap die je nóóit hoort of ziet optreden tegen die onruststokers en criminelen zelf. Maar kun je ‘de Marokkaanse gemeenschap’ in Nederland aanspreken op het wangedrag van jongeren uit die groep? Ik denk het niet. En dat verdient enige uitleg.

woensdag, 2 april 2014

Er zijn groepen die bestaan omdat mensen er lid van worden: groepen met een gedeelde belangstelling, een gezamenlijk doel, een gemeenschappelijk overtuiging: politieke partijen, beroepsverenigingen, sportclubs – allemaal gezelschappen waar je je bij kunt aansluiten als je daar heil in ziet, en waar je je verre van kunt houden als je er niets te zoeken meent te hebben. De leden van zo’n groep hebben belang bij het bestaan en de goede naam ervan. Als een lid van zo’n groep zich misdraagt op een manier die de groep in diskrediet brengt – een corrupte politicus, een advocaat die declaraties vervalst, een sporter die doping gebruikt – dan wordt hij uit de groep gezet, en liefst ook uit zijn functie. Zeker, dat duurt soms even. Groepsleden zijn in eerste instantie geneigd elkaar te beschermen. Maar het kan, en het gebeurt.

Daarnaast zijn er ook ‘groepen’ die enkel en alleen bestaan omdat de leden ervan een kenmerk gemeen hebben: roodharigen, Bieber-fans, linkshandigen, Groningers. In feite is ‘verzameling’ hier een beter woord. Bij een verzameling kun je je niet aanmelden, en kun je niet worden geroyeerd. Verzamelingen kunnen geen mensen buiten de deur zetten, om de simpele reden dat je iemands haarkleur, muzikale voorkeur of herkomst niet naar believen kunt veranderen. Een verzameling heeft geen enkel machtsmiddel tegen haar leden. Alleen al daarom is het onzin haar aan te spreken op hun gedrag.

Nederlanders van Marokkaanse komaf vormen een verzameling. Die wordt vaak aangeduid als ‘Marokkaanse gemeenschap’, maar de eenheid, de samenhang, de onderlinge betrokkenheid, de gedeelde waarden en overtuigingen en de organisatie die deze term suggereert, bestaan helemaal niet. De Marokkaanse ‘gemeenschap’ is een fictie.

Van Nederlanders van Marokkaanse komaf eisen dat ze protesteren als een Nederlander van Marokkaanse komaf iets akeligs doet is even onzinnig als van Groningers eisen dat ze protesteren als een Groninger zich misdraagt. Anders dan groepen hebben verzamelingen nooit een gezamenlijke verantwoordelijkheid. Je kunt de leden van een verzameling niet aanspreken op het gedrag van ándere leden van die verzameling.

Maar daar is het verhaal net niet mee af. De leden van zo’n verzameling hebben soms namelijk wel degelijk een gezamenlijk belang – al is dat dan geheel huns ondank – bijvoorbeeld wanneer ze anders worden behandeld dan mensen die niet tot die verzameling behoren. Ze hebben dan alle reden daartegen in het geweer te komen, en te protesteren. Als een Groninger, bijvoorbeeld vanwege zijn accent, voor een bepaalde functie wordt afgewezen, hebben álle Groningers reden daartegen te protesteren; acceptatie van zo’n afwijzing is voor elke Groninger een bedreiging. En wat voor Groningers geldt, geldt voor Nederlanders van Marokkaanse herkomst evenzeer.

We hebben de afgelopen jaren herhaaldelijk Marokkaanse Nederlanders zien protesteren: bij de dood door een politiekogel van een jongeman die met een mes dreigde, bij de tasjesdief die werd overreden en aan zijn verwondingen stierf, en ook nu weer bij de overvallers die in Deurne werden doodgeschoten. In elk van die gevallen gingen en gaan de protesteerders ervan uit dat de slachtoffer nog geleefd hadden als ze een andere etnische achtergrond hadden gehad. In elk van die gevallen is dat natuurlijk nog maar de vraag. Mogelijk was dus in elk van die gevallen het protest onterecht. Maar áls het onterecht was, was het dat omdat er bij nader inzien geen sprake was van racistisch geweld – en niet omdat de mensen die protesteerden hun mond houden als ‘een van hun’ iets akeligs doet.

De ellende is natuurlijk dat je bij dit soort incidenten nooit met zekerheid kunt vaststellen dat er sprake was van een racistische overreactie. Je zou daarvoor in het hoofd van de agent, de automobiliste en de juweliersvrouw moeten kijken, en dat gaat niet. Je kunt hoogstens op statistische gronden kunnen beweren dat er op sommige mensen vaker gewelddadig wordt gereageerd dan op andere. Maar voor statistiek heb je al gauw flink wat cijfermateriaal nodig dus we moeten vooral hopen dat we hier, bij gebrek aan gegevens, voor eeuwig in onzekerheid blijven verkeren. Die onzekerheid is een reden voor terughoudendheid, zowel bij het protesteren tegen vermoed racisme, als bij het protest tegen zulke protesten.

Maar het is onzin om van Nederlandse Marokkanen te verlangen dat juist zij Marokkaanse ettertjes op het rechte pad brengen en dat juist zij zich opwinden wanneer dat niet lukt.